Opinie

De Trumpkaart die in het spel blijft: China

Menno Tamminga

Wat er deze dinsdag ook gebeurt, één onderwerp op de politieke agenda van president Trump blijft staan. De wedren tussen de politiek-economische grootmachten China en de VS en de vraag wat Europa en Nederland in die machtsstrijd willen zijn.

Toeschouwer? Bemiddelaar? Een koopman die goederen afzet in China én de VS? De gastheer die Chinese (staats)investeringen welkom heet? Of een strijder voor protectionisme die eigen belangen vooropstelt?

Nederland zit middenin die strijd om technologische hegemonie. Een van de frontlinies is de Kempenbaan in Veldhoven-Zuid, zoals collega Marc Hijink dat treffend verwoordde.

Lees ook: Hoe ASML in de nieuwe techoorlog wordt gezogen

Daar in Veldhoven huist chipmachinefabrikant ASML, het ‘wonderkind’ van de Nederlandse maakindustrie.

Twee cijfers. ASML is nummer één in Nederland in onderzoek en ontwikkeling. Het gaf er vorig jaar bijna 1,4 miljard euro aan uit. Evenveel als Philips, KPN en DSM samen, leert de ranglijst van vakblad TW. Tweede cijfer: op de beurs is ASML 133 miljard euro waard, 50 miljard euro meer dan Shell.

De regering-Trump speelt het spel hard, ook in de VS zelf. Zij hindert of verbiedt Chinese overnames in de VS die een gevaar (kunnen) zijn voor de nationale veiligheid. Ook de export van Amerikaanse bedrijven naar Chinese producenten moet eraan geloven. En de Amerikaanse invloed reikt ver. De regering-Trump verzet zich al een jaar tegen een Nederlandse vergunning voor uitvoer van een peperdure chipmachine van ASML naar China, waarschijnlijk voor het bedrijf SMIC. Dat is een doelwit van Amerikaanse exportrestricties. Het kabinet-Rutte III durft over de vergunning geen beslissing te nemen.

Hopen de ministers dat een regering-Biden niet alleen de toon tegenover China verzacht, maar ook de politiek? Dat eerste zit er wel in, het tweede kan tegenvallen. America First is meer dan een slogan van Trump. Het idee is diep geworteld in de economische politiek, zoals de verplichte toetsing van buitenlandse overnames in de VS op hun gevolgen voor militaire en technologische veiligheid.

Tegenover het Amerikaanse hard ball staat Europa met vooral soft power, zonder echte power. De Europese Commissie heeft China vorig jaar gebrandmerkt als een ‘systeemrivaal’, maar dan?

China kon Italië al verwelkomen als partner in zijn buitenlandse economische politiek met de zogeheten Nieuwe Zijderoute. Het oogmerk: laat duizend leningen en investeringen bloeien en je kweekt economische en politieke steun.

Misschien werkt het ook wel zo. In Duitsland, Frankrijk, Spanje en Nederland zijn burgers de laatste tien jaar negatiever geworden over China, blijkt uit een peiling van de Amerikaanse denktank Pew Research. In Italië veranderde weinig.

Europa wil wel iets doen tegen Chinese overnames in gevoelige sectoren (technologie, defensie), zeker als daar Chinees staatskapitaal achter zit. Want in een economische crisis zijn bedrijven kwetsbaarder en, evenals Italië, ontvankelijk voor extra geld. Maakt niet zo veel uit van wie.

Vooralsnog is de EU met toetsing van buitenlandse overnames niet verder dan nationale informatiepunten. Maar hoe goed is de informatie die landen krijgen van Chinese investeerders en van de bedrijven zelf? Speurwerk van de ‘datadetectives’ van het Eindhovense adviesbureau Datenna laat zien dat wat een gewone commerciële financier lijkt, een verlengstuk kan zijn van een Chinees staatsinvesteringsfonds.

Trump of Biden? Elke uitkomst confronteert Europa en Nederland met de noodzaak eigen China-politiek te maken.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.