Opinie

Trump maakte veel waar van wat hij beloofde, ten koste van Amerika’s democratie

Amerikaanse verkiezingen

Commentaar

Ialone can fix it, zei Donald Trump op 21 juli 2016, toen hij in Cleveland de Republikeinse nominatie accepteerde. Op die dag verbond de Republikeinse Partij, uit 1854, haar lot aan dat van een politieke gelukszoeker, die narcisme (‘I alone’) koppelde aan inhoudelijke vaagheid (‘it’). Trump leek meer een gevoel te verwoorden dan dat hij een agenda had. De optimisten zeiden daarom: geef hem een kans. Ruim drie maanden later stortten de Verenigde Staten zich in hetzelfde ongewisse avontuur als de Grand Old Party. Weer werd gezegd: wacht maar, de instituties, de partij en de geopolitiek temmen hem wel.

De komende week moet duidelijk worden hoe de Amerikaanse kiezer vier jaar presidentschap van Donald Trump beoordeelt. De rest van de wereld mag meekijken en een eigen oordeel vellen, al telt dat niet. Amerika is moe, diep verdeeld en gespannen na vier jaar Trump. De president, op zijn beurt, maakte een gewoonte van leugenachtigheid, zaaide chaos en verdeeldheid, en ondergroef het vertrouwen in de democratie. Maar Trump deed meer dan dat alleen. Hij deed als presidentskandidaat beloftes en stelde politieke doelen, hij was concreter dan door veel kiezers en waarnemers werd gezien.

Op veel terreinen maakte hij waar wat hij beloofde. Zijn beleidsagenda leek op wat al Republikeinse orthodoxie was, maar dan on steroids. Trump nam zich voor de belastingen te verlagen voor bedrijven en werkende Amerikanen. Dat heeft hij gedaan, al is het de vraag of die kortingen blijvend zijn. Trump beloofde klimaatbeleid terug te draaien. Het stimuleren van groene energie zou verdwijnen, en Amerika zou zich terugtrekken uit het Klimaatakkoord van Parijs. Dat gebeurde. De rechterlijke macht zou een conservatieve impuls krijgen. Aldus geschiedde, met de benoeming van drie conservatieve rechters in het machtige Hooggerechtshof en bijna tweehonderd federale rechters.

Internationaal heeft Trump, opnieuw zoals beloofd, de wereldorde drastisch veranderd. Onder zijn leiding is een isolationistische koers gevaren, waarbij afscheid werd genomen van Amerikaans exceptionalisme. Moreel leiderschap werd niet meer geboden, internationale politiek draaide om het principe van voor wat hoort wat. Het nucleaire akkoord met Iran, waar ook de VS zich aan gecommitteerd hadden, werd zoals beloofd eenzijdig opgeheven. Juist voor naaste partners van de VS, zoals de EU-landen, waren de VS een onbetrouwbare bondgenoot. Voor autocraten en dictators (Duterte, Poetin, Kim Jong-un, Bin Salman, Modi, Erdogan) was er wél een gastvrije behandeling. De schade die het Transatlantische bondgenootschap heeft opgelopen, is immens.

Maar het trumpisme, Trumps agenda, gaat niet alleen over beleid. Het gaat ook over politieke stijl. Donald Trump heeft de al bestaande polarisatie verergerd en in zijn voordeel gebruikt. De Republikeinse Partij is ten prooi gevallen aan een persoonlijkheidscultus. Hij heeft strijd geleverd tegen alle instituties die hem in zijn ogen tegenwerkten: de wetenschap, de rechterlijke macht, de media, de inlichtingendiensten. Het is hem deels gelukt deze instituties te beschadigen. Het is maar de vraag of die schade te herstellen valt, zelfs al zou Trump de verkiezingen verliezen van de Democraat Joe Biden.

Trump heeft raciale tegenstellingen in Amerika vanaf het begin vergroot. Los van wat zijn persoonlijke overtuigingen zijn, het heeft er alle schijn van dat Trump negatieve sentimenten jegens migranten, latinos of Afro-Amerikanen onder zijn kiezers uitvergrootte om zijn basis te versterken. Als Trump andere intenties had gehad, had hij één kans om aan alle misverstanden een einde te maken. Dat was op 15 augustus 2017, na het geweld door rechtsradicalen en neonazi’s in Charlottesville, waarbij een tegendemonstrant werd doodgereden. Trump weigerde deze groep eenzijdig te veroordelen, en vluchtte in excuses, als: „Hoe zit het met ‘alt-left’?” Dat moment maakte extreem-rechts mainstream, en was het definitieve démasqué van Trump. Hij maakte duidelijk de president van het witte ressentiment te zijn. Hij wilde niet de president van alle Amerikanen zijn.

Minstens even schadelijk voor de Amerikaanse democratie is Trumps incompetentie. De conservatieve agenda werd grotendeels ingevuld door de Republikeinse Partij, terwijl het Witte Huis een chaos bleef. Hij heeft aangetoond niet geschikt te zijn voor zijn baan, en heeft zich omringd met hardliners en Fox News-persoonlijkheden zonder bestuurlijke vaardigheden. Het leidde tot vier jaar waarin Amerikanen elke ochtend met angst en beven naar hun Twitterfeed moeten kijken om te zien wat voor dag het zou worden. Het leidde ook tot een angstaanjagend slechte aanpak van de coronacrisis, en tot onnodig veel leed. Vier jaar Trump heeft Amerika uitgeput en de democratie verzwakt. De buitenwereld kan niet meer dan toekijken, en hopen dat Amerikanen het belang van hun democratie voorrang geven bij het maken van hun keuze.