Opinie

Giftige preutsheid

Tommy Wieringa

Bij de moskee stond een bord aan de weg. „Liefde voor iedereen haat voor niemand”, stond erop. Het was goedbedoeld maar de aandacht ging toch vooral uit naar het woord „haat” en niet naar de liefde. Als disclaimer bij een religie leek de mededeling mislukt. Ze riep eerder een snoer aan aanslagen uit naam van de Barmhartige in herinnering, door jonge Assassijnen met een dolk of een AK-47 in de hand.

Lange tijd was de hoop dat de islam zich in Europa geleidelijk zou aanpassen aan zijn omgeving, zoals ook de Chinese keuken in Nederland geleidelijk zijn scherpe randjes verloor en steeds Hollandser werd. Maar om ons aan de oorspronkelijke smaak te herinneren worden er soms koks uit China gehaald om te koken zoals het eigenlijk hoort, zoals er ook imams uit het Midden-Oosten worden ingevlogen om de gelovigen met rabiate preken te herinneren aan de zuivere oorsprong van het geloof: een monotheïstische woestijngodsdienst, lichtgeraakt en onverzoenlijk.

Een gematigde Europese islam is ver weg. De geneigdheid om naar het geblaf van Erdogan te luisteren is groter dan de wens om Macrons furieuze verdediging van de vrijheid te verstaan. Landen als Turkije, Jordanië, Koeweit en Qatar, sterk begaan met de eigen gekwetstheid, appelleren succesvol aan de islamitische mythe van aloud slachtofferschap; woedend worden Franse kaasjes in de ban gedaan. Aan een onthoofde leraar maakte Turkije zelf niet één woord van medeleven vuil. Eigen lijden eerst.

Je kunt de meeste gelovigen het recht op de vrijheid om de spot te drijven met religie niet uitleggen. Ook een CDA’er als Wim van de Camp niet, die de wereld deze week nog maar eens meedeelde dat het beledigen van religieuze gevoelens wat hem betreft niet onder de vrijheid van meningsuiting valt. Religiekritiek is een hardnekkige blinde vlek. Satire over de Profeet wordt door veel moslims als islamofobie uitgelegd, en niet als de verworvenheid van een open samenleving met een strikte scheiding tussen kerk en staat. „Ze zijn een symptoom van moslimhaat”, zei donderdag nog een moslima in de Volkskrant over de spotprenten van Mohammed. Spot over het allerheiligste zal altijd als een diepe krenking worden ervaren, en er is altijd wel een scherpslijper te vinden die de krenking zal willen wreken. Hij is niet een aberratie van het geloof, maar de uiterste consequentie.

Ook in Nederland staat iets wezenlijks op het spel. Net als in Frankrijk voelen docenten zich vaak gehinderd om in de klas vrijuit te spreken over hete hangijzers als homoseksualiteit, de Holocaust of het recht om religie te bespotten. Waar de giftige preutsheid van het taboe groeit, wordt de ruimte om vrijuit te kunnen denken en spreken kleiner en kleiner. Je moet wel heel stevig in je schoenen staan om nu nog Mohammed-cartoons te behandelen in het klaslokaal. Daarmee is opnieuw vrije ruimte verloren gegaan.

In Trouw vertelt de Franse docent en essayist Iannis Roder over de moeilijkheden die hij in het klaslokaal ontmoet: „Ik heb een boek geschreven over de vraag hoe je de Shoah behandelt in zulke omstandigheden, maar haat, daar is heel moeilijk iets tegen te doen. Mijn leerlingen groeien op in een omgeving waar overal sprake is van religieuze druk: thuis, op de sportclub of een culturele vereniging, in de kebabzaak. De term ‘islamistisch ecosysteem’ is hier adequaat. De school heeft hier als enige een andere boodschap. Daarom is de school ook een doelwit, omdat die van kinderen vrije burgers wil maken.”

De school als enige plaats waar leerlingen op een gecontroleerde manier met andere ideeën en opvattingen worden geconfronteerd. Je hebt als samenleving één kans om twijfel te zaaien en aan een gesloten wereldbeeld te morrelen – daarna ben je ze kwijt. Een onmogelijk zware taak voor een leraar alleen, die dan ook alle denkbare steun en bewondering verdient.

Tommy Wieringa schrijft elke week op deze plek een column.