Opinie

Trump runt land alsof hij voor The Godfather auditie doet

In 2016 was de vraag: moeten we Trumps retoriek letterlijk nemen of figuurlijk, herinnert zich. Nu is het antwoord evident: beide.

Hubert Smeets

Hoe had het kunnen gebeuren en hoe zou het verder gaan? Dat was vier jaar geleden ook in NRC de vraag. Zou de„sui generis bekrompen en zelfzuchtige” Donald Trump door zijn„chaos” een gevaar worden voor de Amerikaanse democratie? Of konden we de gekozen president beter „met een koel oog” in de gaten houden?

Intussen was de soul searching in de VS in volle gang. Een van de conclusies luidde in 2016 dat Trump eigenlijk een metafoor van een archaïsch Amerika was. Je moest hem zien als de tolk van een stemming en hem niet beoordelen op zijn formele teksten. De liberale Democraten hadden dat niet doorgehad. Ze namen Trump letterlijk, maar niet serieus, terwijl zijn aanhangers hem juist niet letterlijk namen, maar wel serieus. Deze analyse klopte niet, weten we vier jaar later. Trump moet je letterlijk én serieus nemen.

Dat heeft bijvoorbeeld gouverneur Gretchen Whitmer van Michigan aan den lijve ondervonden, toen ze een ander coronabeleid ging voeren dan de president. Nadat Trump zijn aanhang had opgeroepen Michigan te „bevrijden”, beraamde een knokploeg een ontvoering om haar voor een volkstribunaal te kunnen berechten. De FBI verijdelde die terroristische aanslag. Voor Trump was de narrow escape van Whitmer echter geen reden voor zelfreflectie, maar juist voor een nieuwe aanval. Afgelopen dinsdag verweet hij haar gebrek aan erkentelijkheid jegens hem, de peetvader van het hele land. „Ik ben ’t. Het waren onze mensen die haar van dit probleem afhielpen”, zei hij half spottend, half dreigend op een campagnerally in Michigan. Voor zijn aanhangers was dit het signaal om weer eens „lock her up” te scanderen. Zij nemen de teksten van Trump namelijk serieus én letterlijk. Whitmer ook. „Elke keer als de president zijn gewelddadige retoriek laat oplaaien, zien mijn gezin en ik een golf van kwaadaardige aanvallen”, schreef ze in The Atlantic.

Trumps spel met nu eens letterlijke en dan weer figuurlijke intimidatie van mensen, die zijn schoenen niet willen poetsen, is meer dan ongebreideld narcisme van een man, die een land eigenlijk wil runnen alsof hij auditie doet voor de rol van Al Pacino in The Godfather. De president heeft de democratische republiek zelf op de korrel. Trump heeft lak aan de instellingen, die bij een rechtsstaat horen, en heeft daarmee intussen veel succes geboekt. Zie de gewapende anarchofascisten in Michigan.

Zijn meest idolate medestanders in de meer keurige parlementaire regionen gaan inmiddels zover dat ze zich openlijk keren tegen de democratie als zodanig. Zo twitterde Mike Lee, senator uit Utah, begin deze maand dat Amerika geen ‘democratie’ is maar slechts een ‘constitutionele republiek’. „Vrijheid, vrede en welvaart” zijn het doel van de VS, „niet democratie”, aldus Lee. „De mens moet floreren. Democratie kan dat dwarsbomen.”

Onderschat de impliciete steun voor dit anti-institutionele sentiment niet. Volgens opiniepeiler Gallup vindt 56 procent van de Amerikanen dat ze nu beter af zijn dan vier jaar geleden. Ten tijde van Ronald Reagan zou het voor Trump een gelopen race zijn geweest. Wellicht is dat dit jaar anders. Maar ook dan is de schade niet hersteld. De loopgraven van de culture wars, die Trump aan de macht hebben gebracht, worden na dinsdag 3 november heus niet ontruimd.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.