Stadsbestuur wil nu toch weer gemeentelijk vastgoed verkopen

Talk of the Town| Amsterdam In de zoektocht naar geld in coronatijd gaat het college toch weer gemeentelijk vastgoed afstoten. Slecht idee, vinden critici.

De verkoop door de gemeente van historische panden aan de Geldersekade en de Nieuwe Herengracht leidde in 2017 tot protest.
De verkoop door de gemeente van historische panden aan de Geldersekade en de Nieuwe Herengracht leidde in 2017 tot protest. Foto Ruud Taal

Het was een principiële keuze, twee jaar geleden in het bestuursakkoord van de coalitie: de stad stopt met de verkoop van gemeentelijk vastgoed „met als doel de schuld te verlagen”. Investeerders en speculanten hoefden niet langer te rekenen op mooie gebouwen in de binnenstad of elders, zo besloot het nieuwe linkse stadsbestuur. Want: „Gemeentelijk vastgoed is van de stad en van de Amsterdammers.”

Twee jaar later heeft het college dit besluit alweer teruggedraaid. In de ‘crisisbegroting’ voor 2021, die vorige week gepresenteerd werd, staat de verkoop van gemeentelijk vastgoed toch weer ingeboekt. Weliswaar voor een bescheiden bedrag: 10 miljoen euro, begroot voor de jaren 2022 en 2023. Maar de principiële keuze is losgelaten, onder druk van de coronacrisis en de dramatisch verslechterde stadsfinanciën.

Lees ook: de Amsterdamse wallen zonder kots en joints: plots gloort er hoop

De gemeente heeft een grote vastgoedportefeuille, verspreid over de hele stad. Vaak gaat het om gebouwen met een publieke functie (Carré, De Waag op de Nieuwmarkt, De Bazel op de Vijzelstraat) of een gemeentelijke voorziening (school, kinderdagverblijf, sporthal). Maar de stad bezit ook panden waarin horeca, winkels, kantoren of zelfs woningen zitten.

Het vorige Amsterdamse college verkocht voor tientallen miljoenen euro’s aan gemeentelijk vastgoed om de stadsschuld af te lossen – een maatregel waarop veel kritiek was. Met name de verkoop van twee historische panden aan de Geldersekade en de Nieuwe Herengracht leidde tot protest. Maatschappelijke organisaties die het pand huurden van de gemeente, vreesden onder een nieuwe, commerciële eigenaar geconfronteerd te worden met onbetaalbare huren.

‘Uitverkoop van de stad’

Dat de gemeente nu toch weer overgaat tot het afstoten van vastgoed, vindt Eric Duivenvoorden dan ook een „heel slecht idee”. Met zijn platform Fair City, dat strijdt tegen de „uitverkoop van de stad”, voerde de publicist in 2017 actie tegen de verkoop van de twee panden in de binnenstad. „We leven juist in een tijd waarin weer meer verwacht wordt van de overheid”, zegt Duivenvoorden. „Collectief eigendom is iets waarvan de stad kan profiteren. Er wordt op allerlei manieren mee geëxperimenteerd, zoals energie- en woningcoöperaties. Dan ga je toch niet publiek eigendom van de hand doen? Wat je verkoopt, krijg je nooit meer terug.”

Het bestuur, zegt Duivenvoorden, heeft al „zo weinig grip” op ontwikkelingen in de stad. „Het lukt niet eens om Nutella-winkels te weren uit de binnenstad.” Als de gemeente naarstig op zoek is naar geld, heeft hij een andere suggestie. „Stel een belasting in voor mensen die eigendom bezitten in de stad maar daar niet zelf in wonen. Daarmee haal je makkelijk 10 miljoen op, en je geeft meteen ook een duidelijk signaal af.”

Een woordvoerder van wethouder Touria Meliani (Gemeentelijk Vastgoed, GroenLinks) zegt dat het college in de komende jaren alleen „commercieel vastgoed” wil verkopen, dus panden waarin kantoren of winkels huizen. Bij de verkoop van die panden „loopt de gemeente altijd dezelfde procedure door om te voorkomen dat we vastgoed verkopen waar we later spijt van hebben”. Als „algemene regel” geldt volgens de woordvoerder dat „als panden beleidsmatig ingezet kunnen worden, deze niet worden verkocht”.

Duivenvoorde is daar sceptisch over. „Het is maar wat je ‘commercieel’ noemt. Een café of kantoor dat in een gemeentelijk pand zit, kan failliet gaan. En dan heb je ineens schitterend maatschappelijk vastgoed op een strategische plek.”

Haaks op Halsema’s plannen

Het voornemen van het college lijkt ook haaks te staan op de plannen van burgemeester Femke Halsema in de strijd tegen massatoerisme en monocultuur. Dit voorjaar kondigde zij juist aan te overwegen weer actief vastgoed te gaan verwerven om de binnenstad leefbaarder te maken voor de bewoners. Op die manier kan de gemeente veel beter de monocultuur van toeristenwinkels en ‘platte’ horeca aanpakken: als eigenaar kies je zelf de huurders. In de jaren tachtig en negentig was deze aanpak bijzonder succesvol bij de herrijzenis van de verloederde Zeedijk.

Ook in de strijd tegen criminaliteit en ondermijning kan het kopen van vastgoed goed van pas komen. Twee jaar geleden noemde de Amsterdamse Rekenkamer het aankopen van „strategische panden” nog „de sleutel” om grip te krijgen op de Wallen. De onderzoekers riepen het stadsbestuur op om het verwerven van vastgoed in de binnenstad „actief” te ondersteunen, bijvoorbeeld door extra financiële steun aan het gemeentelijke vastgoedinvesteringsbedrijf Stadsgoed.

Een woordvoerder van de burgemeester laat weten dat Halsema’s aanpak van massatoerisme en ondermijning „niet in de knel” komt door de voorgenomen verkoop van vastgoed. „De twee programma’s kunnen naast elkaar bestaan.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.