PBL: kabinet haalt klimaatdoel 2030 niet

De afgesproken reductie van broeikasgassen met 49 procent wordt met het huidige beleid niet gehaald. De inspanningen moeten tweemaal zo groot worden.

Het eerste Nederlandse windmolenpark in zee voor de kust bij Egmond aan Zee.
Het eerste Nederlandse windmolenpark in zee voor de kust bij Egmond aan Zee. Foto Koen Suyk / ANP

Het kabinet-Rutte III haalt het eigen klimaatdoel voor 2030 bij lange na niet. Dat jaar zou de uitstoot van broeikasgassen met 49 procent moeten zijn gedaald, zo beloofde het kabinet bij zijn aantreden in 2017. Maar slechts 34 procent is daadwerkelijk in zicht, concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in zijn jaarlijkse Klimaat- en Energieverkenning.

De kans is bovendien groot dat het kabinet niet voldoet aan de door rechters herhaaldelijk bekrachtigde Urgenda-doelstelling van 25 procent minder uitstoot in 2020. Alleen als Nederland in een tweede strenge lockdown gaat (en de economie een nieuwe klap krijgt), de winter zacht is én de stroomexport gering, is het nog mogelijk dat Nederland dit jaar aan die eis voldoet, raamt het Planbureau. Het benadrukt dat externe factoren, zoals de lage gasprijs, de verwachte reductie in 2030 beperken. Nederland gaat, zo is de verwachting nu, meer stroom exporteren. De emissies die daarmee gepaard gaan, komen op het nationale conto.

Om het klimaatdoel in 2030 wel te halen, zijn forse extra stappen nodig. Het kabinet moet daarvoor de jaarlijkse vermindering van de uitstoot verdubbelen: van 3 megaton per jaar nu naar 6 megaton per jaar van 2020 tot 2030.

Verantwoordelijk minister Eric Wiebes (VVD, Economische Zaken en Klimaat) schrijft in een reactie dat de doorrekening vraagt „om extra maatregelen bovenop hetgeen al in het Klimaatakkoord was afgesproken”. Welke extra maatregelen dat zijn, is nog onduidelijk. Een ambtelijke werkgroep moet nog dit jaar voorstellen doen voor extra CO2-reductie, volgens Wiebes. Verder zijn er volgens de bewindsman recentelijk veel maatregelen getroffen die niet zijn meegenomen in de ramingen.

Raad van State kritisch

Ook de Raad van State is kritisch: het kabinet heeft het afgelopen jaar geen wezenlijke vooruitgang geboekt. Het klimaatbeleid van het kabinet is onvoldoende en niet genoeg verankerd, volgens vicepresident Thom de Graaf. „De doelen halen kan alleen maar als niet overmorgen, maar nú aanvullende maatregelen worden genomen.”

Veel beleid dat volgt uit het in 2019 gesloten klimaatakkoord is vertraagd en nog niet klaar, waardoor het PBL geen oordeel kan geven. Bij het aardgasvrij maken van wijken wordt bijvoorbeeld nog druk geëxperimenteerd. „Die wijkenaanpak zit echt in de proeffase. Het doel is nu te leren hoe je moet verduurzamen. Daar kunnen we nog niet mee rekenen”, zegt Pieter Boot, hoofd van de sector klimaat bij PBL.

Als álle maatregelen en afspraken uit het vorig jaar gesloten klimaatakkoord worden uitgevoerd, zou de uitstoot in 2030 kunnen dalen met 43 tot 48 procent, becijferde het PBL vorig jaar. „Toen keken we wat het effect in theorie zou kunnen zijn. Nu hebben we gekeken welk beleid er daadwerkelijk is”, aldus Boot.

Medio oktober waarschuwde de Europese Commissie ook al dat Nederland met zijn huidige klimaatbeleid de doelen niet haalt. In 2030 moet de uitstoot in sectoren buiten de industrie – zoals landbouw en transport – volgens minder stringente Europese afspraken met 36 procent afnemen. Met het huidige beleid zou de reductie op 31 procent blijven steken.

Het PBL ging in de berekening van vorig jaar bovendien nog uit van een strenge CO2-heffing, die de industrie ertoe zou aanzetten het doel van 14,3 megaton minder uitstoot volledig te halen. Of dat lukt met de heffing die het kabinet op Prinsjesdag als wetsvoorstel naar de Tweede Kamer stuurde, weet het PBL niet.

Lees ook: Klimaatdag: Nederland doet het beter, maar niet goed genoeg

Vraagtekens

Het voorstel kwam te laat voor deze doorrekening. Het PBL zette al wel wat vraagtekens bij de effectiviteit van de wet. De heffing moet op 1 januari ingaan en zal de eerste jaren nul zijn. Alleen beleid dat in mei definitief was, heeft het PBL in de berekeningen meegenomen.

De Raad van State wijst erop dat ook met een strenge heffing het gat groot is: de uitstoot vermindert dan in 2030 met 40 in plaats van 49 procent. Bovendien is het de vraag wat terechtkomt van al het beleid dat in de pijplijn zit, vooral omdat veel ervan lokaal moet worden uitgevoerd, in gemeenten en provincies. Denk aan plaatsing van windmolens en zonnepanelen of aanleg van warmtenetten in stadswijken.

Het kabinet hoeft daar niet op te wachten. Volgens De Graaf „biedt de coronacrisis ook kansen voor het klimaatbeleid”. Om de economie te helpen, wil het kabinet immers investeren. Haal de geplande investeringen in energie-, warmte-, CO2- en waterstofinfrastructuur naar voren, suggereert de Raad van State. Of stimuleer de energiebesparing in het bedrijfsleven, wat nu nauwelijks gebeurt.

Een flinke klus

Het kabinet dat volgend jaar aantreedt, wacht dus nog een flinke klus om de doelen voor 2030 te halen, – en vervolgens voor 2050. Ook dat nieuwe kabinet is namelijk gebonden aan de doelstellingen in de in 2019 breed aanvaarde Klimaatwet. Daarin staat dat in 2030 de CO2-uitstoot 49 procent lager moet liggen dan in 1990. In 2050 is dat zelfs 95 procent lager.

Dat het kabinet het doel van 49 procent niet haalt, is extra opvallend gezien de ambities die het in de Europese Unie verkondigt. Daar heeft Nederland aangedrongen het doel voor 2030 zelfs te verhogen naar 55 procent broeikasgasreductie. De Europese Commissie heeft die ambitie onlangs overgenomen.

„Richting Brussel hebben we best een grote broek aangetrokken”, zegt staatsraad Nico Schrijver. Dat maakt het volgens de Raad van State logisch op dit moment al extra maatregelen te nemen nu we de 49 procent ruimschoots niet halen.

Toen het huidige kabinet van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie in 2017 aantrad, zou het volgens sommige coalitiepartijen het groenste ooit worden. Wat heeft het volgens Pieter Boot bereikt? „Dit kabinet heeft voor het eerst serieus klimaatbeleid gevoerd. Dat is daarvoor lang niet gebeurd.” Maar wat dit kabinet vooral laat zien, zegt Boot, is hoe ingewikkeld klimaatbeleid is. „Het duurt een hele tijd voor het op gang komt.”

Hij heeft daarom een hartenkreet voor het volgende kabinet: begin niet helemaal opnieuw. Boot: „Het energiesysteem is zo complex. Het is kwetsbaar om alles weer anders te willen. Zie het energiesysteem als een mammoettanker. Het vergt jaren om dat weer in een andere richting te krijgen.”