Recensie

Recensie Boeken

Logisch, dat ‘Bob Popcorn’ werkt voor ploeterende lezers

Kinderboek Literaire criteria als uitzonderlijkheid en coherentie kunnen niet echt verklaren waarom Bob Popcorn, deze week bekroond met de Kinderboekwinkelprijs, toch onweerstaanbaar is. Wel: dat het perfect past in een traditie van gein.

Bob Popcorn, getekend door Martijn van der Linden.
Bob Popcorn, getekend door Martijn van der Linden. Tekening uit besproken boek

Een onterecht veronachtzaamd kinderboek wint jaarlijks de Kinderboekwinkelprijs, een ereblijk van samenwerkende kinderboekwinkels, om recht te zetten wat vakjury’s nalieten. Verrassend, maar ook niet helemaal verrassend, popte deze week Bob Popcorn op als winnaar van dit jaar, van schrijver Maranke Rinck en illustrator Martijn van der Linden.

Verrassend, want tja, echt onterecht was het niet dat jury’s andere boeken verkozen boven dit boek. Beoordeeld op de literaire maatstaven – originaliteit, uitzonderlijkheid, coherentie – viel er wel wat op Bob Popcorn af te dingen. Maar dat het avontuur over een pratende maiskorrel toch ook iets onweerstaanbaars heeft, is om andere redenen. Het vervolgdeel De Popcorn Spion, dat deze zomer verscheen, laat misschien nóg wel beter zien dat ‘kindercriteria’ als gein en spanning er meer toe doen om Bob Popcorn op zijn merites te beoordelen.

Driftige korrel

Bob Popcorn is een maiskorrel van kiwiformaat met oogjes, armpjes, beentjes en een cowboyhoed, gemuteerd door ongelukkige combinatie van een wondergroeimiddel en een overdaad aan magnetronstraling. Het verhaal gaat over popcornliefhebber Ellis, die hem aantreft in haar magnetron en zich over de hongerige en driftige korrel ontfermt. Zint iets hem niet, dan explodeert hij – popcorn immers. En de maisteler en popcornfabrikant willen hem graag terug: dat is het avontuur in het tweede deel.

Het is allemaal behoorlijk lollig verzonnen door Maranke Rinck, echt kinderboekig, zou je kunnen zeggen, want het doet denken aan legio andere kinderboeken met kleine mannetjes, van Pinkeltje tot De Gorgels. Het verhaal is vervolgens vooral léúk, onderhoudend – maar, net als de vergelijkbare recente kinderboeken Hoe beroof ik een bank? van Pim Lammers of Grapman van Tjibbe Veldkamp, niet héél bijzonder. Bob Popcorn biedt vooral een (dun) verhaallijntje waarin ruimte is voor leuke grappen en terzijdes om zich aaneen te schakelen. Uit deel 1 beklijfde bijvoorbeeld de vrij onzinnige scène waarin Bob zich als schaapsherder opwierp, ‘Bèèh’ riep, waarbij twee schapen, op de tekening van Van der Linden, hogelijk verbaasd toekeken. Het sloeg nergens op, maar ik moest wel lachen.

Ambachtelijke nonsens

Daar lijkt deze serie vooral op gemaakt: onverwachte lol – en daarmee past het helemaal in de geintraditie van ambachtelijke nonsens als De waanzinnige boomhut, Het leven van een loser en De Gorgels. De Bob Popcorn-serie werkt ook perfect binnen de Tijgerlezen-reeks van uitgeverij Querido, opgezet om beginnende lezers eenvoudige maar vooral leuke boeken te bieden, los van het korset van AVI-leesniveaus. Dat dat werkt, kun je je bij De Popcorn Spion goed voorstellen: de stijl is kernachtig, het verhaal onvoorspelbaar en vooral vrolijk. Een ploeterende lezer die verrast merkt dat hij of zij een rare, flauwe grap ontcijferd heeft, kan hiermee de lol van lezen ontdekken.

In het nieuwe deel ontpopt Maranke Rinck zich als de koningin van de irrelevante terzijdes – met als toppunt een basketballende meester die zich onbespied waant, een supersimpele dunk maakt en een ererondje rent, juichend: ‘Wat een talent. Het publiek wordt wild.’ Het droge vervolg van het verhaal (‘We wachten tot de meester weg is’) werkt ook op de lachspieren, terwijl het verhaal tempo behoudt.

Dat laatste is een kwaliteit die gemakkelijk over het hoofd te zien is: dat Rinck haar verhaal verre van voorspelbaar houdt en er zowel woordgrapjes, als huiselijkheid en achtervolgingen in weeft, zonder dat het té uitzinnig wordt. Dat er voor het voorjaar van 2021 een derde Bob Popcorn-deel aangekondigd wordt, is dus iets om vrolijk van te worden.