Reportage

In de Randstad liggen de corona-IC’s vol met patiënten met een migratie-achtergrond

Ziekenhuizen De tweede coronagolf treft de lagere sociale klassen in de grote steden bovengemiddeld hard. Onder hen veel mensen van niet-Nederlandse komaf.

De intensive care (IC) van het HMC Westeinde ziekenhuis in Den Haag.
De intensive care (IC) van het HMC Westeinde ziekenhuis in Den Haag. Foto Remko de Waal

Op de spoedeisende hulp van het Haaglanden Medisch Centrum zit een oude Marokkaans-Nederlandse vrouw op een bed. Ze draagt een hoofddoek en traditionele kleren. Een klein grijs grijpertje op haar wijsvinger meet de zuurstof-saturatie in haar bloed. Haar zoon zit naast haar op een stoel, hij kijkt op zijn telefoon. De vrouw is ‘corona-verdacht’, ze wachten op de uitslag van de sneltest.

Afgelopen weekend, vooral op vrijdag, reden ambulances rondjes met patiënten omdat er op deze spoedeisende hulp in de Haagse binnenstad geen plek was voor nieuwe patiënten (en ook geen parkeerplek). Deze dinsdagochtend is het nog rustig. „De instroom begint pas echt rond twaalf uur ’s middags als de huisarts mensen instuurt bij wie hij op huisbezoek is geweest”, zegt Frans de Voeght, verpleegkundig hoofd van de spoedeisende hulp.

Intensivist Jan Jaap Spijkstra had afgelopen weekend dienst op locatie VUmc van het Amsterdam UMC. Op één na lagen alle zestien voor corona gereserveerde intensivecarebedden vol. Op de intensive care van de andere vestiging, AMC, lagen zelfs meer coronapatiënten dan er gereserveerde bedden waren. „Je denkt dan voortdurend: wat als er iemand bijkomt? Hoe lossen we dat op?” Maar Spijkstra hoefde niemand naar een ander ziekenhuis te verplaatsen, want in één dag overleden drie patiënten. Een zestiger, een vijftiger en een man van in de zeventig.

Het is van alle tijden dat minder gesitueerden de grootste last van epidemieën dragen

Anton Vonk Noordgraaf longarts

Tijdens de eerste coronagolf vingen ziekenhuizen in de Randstad vooral veel coronapatiënten uit Brabant op. Nu hebben ze hun eigen patiënten, uit hun eigen multiculturele steden. Spoedeisende- hulparts Geesje van Woerden in het Haaglanden Medisch Centrum: „We hebben in dit ziekenhuis altijd al veel patiënten met een migratie-achtergrond, uit de Schilderswijk, maar nu nog meer. Het valt echt op.”

Jan Jaap Spijkstra in het VUmc: „Normaal heeft een ruime minderheid van de patiënten een migratie-achtergrond maar vorige week iederéén op de IC. Iemand moet de wijken ingaan en mensen gaan voorlichten over de risico’s die ze lopen.”

Zuurstofapparaatje voor thuis

Zondagavond kwam een oude Marokkaans-Nederlandse man aan bij het VUmc, vertelt longarts Anton Vonk Noordgraaf. De man had corona en was erg kortademig. Hij kwam met zijn zoon, die de vragen van artsen en verpleegkundigen vertaalde. Er was op dat moment geen plek op de longafdeling, maar de ambulance stond klaar om hem naar de andere vestiging te brengen. Vonk Noordgraaf: „De man dacht er even over na en schudde vervolgens van nee. Hij wilde naar huis. We hebben hem medicijnen en een zuurstofapparaatje gegeven voor thuis. Zijn zoon nam hem mee.”

Dat is het mooie aan de Turkse en Marokkaanse cultuur, zeggen alle artsen. Internist Prabath Nanayakarra in het VUmc: „Dat ze zorgen voor hun familie. Ze nemen ze graag mee naar huis om hen te observeren en te verzorgen. Maar dat werkt nu in hun nadeel, want ze besmetten elkaar zo.”

Tijdens de eerste golf ging het vooral om Brabanders en Limburgers die carnaval hadden gevierd

De artsen zeggen het voorzichtig maar „niet iedereen lijkt te beseffen hoe besmettelijk het coronavirus is”, aldus Geesje van Woerden. „Laatst kwam een familielid mee met een patiënt, die toen haar werd gevraagd of ze meer mensen kende met corona, luchtig zei: ‘Ja, mijn oom die ik gisteren zag en mijn zwager die we eergisteren zagen’.”

Er ligt op dit moment geen dwarsdoorsnede van de maatschappij in het ziekenhuis met corona, zeggen artsen, maar een sociaal-economische onderklasse. Tijdens de eerste golf ging het vooral om Brabanders en Limburgers die carnaval hadden gevierd. In armere buurten lopen mensen een hoger risico om ernstig ziek te worden van Covid-19. Bewoners hebben gemiddeld vaker obesitas, suikerziekte, een hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten.

In Nederland heeft gemiddeld 15 procent van de bewoners obesitas (een body mass index van boven de 30). In sommige buurten in Rotterdam, Den Haag, Amsterdam, Lelystad, Zaandam, Zuid-Limburg en Noordoost-Groningen is 20 tot 28 procent van de bewoners obees.

Het Amsterdam Health and Technology Institute (AHTI) maakte een landelijke kaart die per buurt het risico berekent op ernstig verloop van een coronabesmetting, op grond van sociaal-economische en gezondheidsgegevens. De multiculturele buurten in de grote steden kleuren donker. De risicocriteria op de kaart zijn ‘leeftijd’, ‘diabetes type II’, ‘intergenerationeel samenwonen’ en ‘astma/COPD’. Longarts Vonk Noordgraaf: „Het is van alle tijden dat de minder gesitueerden de grootste last van epidemieën dragen.’”

Veertig patiënten in de wacht

In Amsterdam-Zuidoost, een zeer multiculturele én kwetsbare wijk, liggen de besmettingscijfers al sinds de zomer dramatisch hoog. En dat terwijl de bewoners van dit stadsdeel zich het minst laten testen van iedereen in heel Amsterdam.

De werkelijkheid achter die cijfers ziet huisarts Anja Vrakking al maanden in haar spreekkamer en op huisbezoek. Ze werkt op een gezondheidscentrum in Gein, het zuidelijkste puntje van Amsterdam-Zuidoost. De telefoonlijn is overbelast: rustig „veertig à vijftig” patiënten in de wacht. Begin deze week, op één dag: twintig positieve tests doorgebeld. En het zijn lang niet alleen de ouderen die ziek worden: „Vorige week werd nog een patiënte van 23 opgenomen op de IC.”

Veel patiënten van Vrakking hebben wat in jargon een ‘lage SES’ heet – sociaal-economische status. Weinig geld, weinig opleiding, geen vast werk. Vaak valt de ‘lage SES’ samen met een migratie-achtergrond – maar niet altijd. Deze groep, zegt Vrakking, wordt het hardst getroffen door de coronacrisis.

Haar patiënten zijn krap behuisd. „Bij Surinaamse en Antilliaanse families wonen opa en oma vaak in.” Dat vergroot de kans op besmetting. „Ze hebben geen extra kamer waar een besmet familielid zich eventjes kan terugtrekken.”

Ook hebben haar patiënten vaak een ongezondere leefstijl dan de gemiddelde Nederlander. En ‘fysieke’ banen, in hotels, magazijnen, bij een cateraar – thuiswerken is geen optie. „De overheid zegt: ga zo weinig mogelijk met het openbaar vervoer. Maar lang niet iedereen heeft hier een auto.”

Vrakkings patiënten doen hun best, daar ligt het niet aan. Ze desinfecteren hun handen en dragen desgevraagd een mondkapje. Toch zijn ze vaak niet goed op de hoogte van de ernst van het virus. Onlangs belde de zoon van een patiënte van rond de vijftig met overgewicht. „Ze was niet lekker, zei de zoon. Moest de hele tijd hoesten. Benauwd? Dat niet, zei hij. We maakten toch een afspraak, op de coronakamer. Maar daar kwam ze niet opdagen.” Toen Vrakking de patiënte die middag thuis bezocht, bleek zij wel degelijk ernstig benauwd. „Haar zuurstofgehalte was zó laag dat ze met gillende sirenes naar het ziekenhuis is vervoerd. Gelukkig is ze weer aardig opgekrabbeld, maar ik vraag me toch af: waarom heeft dat gezin niet eerder aan de bel getrokken?”

Het antwoord, denkt Vrakking, is gebrekkige kennis. Sommige migrantengroepen in Amsterdam-Zuidoost zijn „heel gesloten”, en haar autochtone patiënten „kijken ook niet vaak naar NPO 1”. Voorlichting van de overheid bereikt hen nauwelijks.

Lees ook deze reportage: ‘We komen graag bij elkaar, liefst met de héle familie’

Voor Shulini Soekhoe-Mahesh klinkt dit allemaal heel bekend. Ze heeft een huisartsenpraktijk verderop in de H-buurt – het hart van de ‘hoge’ Bijlmer, met de honingraatflats. Ook hier hebben bewoners overwegend fysieke beroepen met een hogere kans op besmetting. En ook hier is taal een barrière voor goede voorlichting. Soekhoe’s patiënten komen uit alle windstreken: Afrika, Centraal-Azië, Zuid-Amerika. Ze spreken geen of gebrekkig Nederlands. „Ongeveer de helft van mijn consulten doe ik in het Engels.”

En ook Soekhoe ziet veel patiënten die niet goed weten wat ze moeten doen als ze mogelijk besmet zijn. Laatst wilde iemand langskomen om bloed te laten prikken. „Toen keken we in het systeem en zeiden: maar uw vrouw is toch onlangs positief getest? Hij wist niet dat hij dan thuis moest blijven.”

Andere patiënten, zegt Soekhoe, komen juist hun huis niet meer uit omdat ze bang zijn voor het virus. „Die bewegen veel te weinig. Of ze halen hun medicatie niet op, waardoor hun suikerspiegel stijgt.”

Eigenlijk komt het hierop neer, zegt ze: „Je bent vaak al gedupeerd als je laaggeletterd of anderstalig bent. Dat geldt ook voor een lage SES. Heb je een combinatie van alledrie, tja dan ben je echt de pineut.”

Ghanese radiozenders

Bij Soekhoe en Vrakking op de praktijk is het mondkapje alvast verplicht gesteld – het geweifel van de overheid duurde hun te lang. „Maar de helft van de patiënten komt binnenlopen met het maskertje alleen over de mond”, zegt Soekhoe. „Terwijl het een mond-neusmasker is. Daar moeten we ze dan op wijzen.”

De oplossing? Het zou al veel schelen als ze de positieve testuitslagen rechtstreeks van de GGD zouden ontvangen, zeggen de huisartsen. Dan kunnen ze de groep met de hoge risico’s actief in de gaten houden. Maar patiënten moeten hun besmetting nog steeds zelf melden. Als ze daar al aan denken, komen ze „er niet doorheen” gezien de telefonische drukte.

Ook de voorlichting kan nog beter, vinden de huisartsen. Stadsdeel Zuidoost doet volgens hen enorm zijn best om alle bevolkingsgroepen te bereiken: met onder meer spandoeken en speciale spots op Ghanese radiozenders. Maar vanuit de Rijksoverheid kan de preventie beter. Vrakking: „Dat liberale idee van mensen aanspreken op hun eigen verantwoordelijkheid, dat werkt bij een flink deel van de bevolking niet.”

En het ligt gevoelig, zegt Vrakking, maar wat zou kunnen helpen voor wetenschappelijk onderzoek is het registreren van de etnische achtergrond van een patiënt. Dat gebeurt in Nederland principieel niet. Maar sommige bevolkingsgroepen hebben bepaalde aandoeningen vaker dan anderen: Surinaams-Hindostaanse Nederlanders hebben veel vaker diabetes, Ghanese Nederlanders vaker obesitas, Nederlanders van Turkse en Marokkaanse komaf vaker astma. „Voor onderzoekers is het belangrijk om risicofactoren te weten”, zegt Vrakking. „Ook omdat sommige geneesmiddelen minder goed werken bij bepaalde groepen.”

Het HMC in Den Haag heeft een folder uitgebracht, in alle relevante talen, die elke corona-verdachte patiënt op de spoedeisende hulp krijgt: ‘Het kan zijn dat u wordt overgeplaatst als er te weinig ruimte is’. Arts Geesje van Woerden: „Dat helpt, als mensen gewaarschuwd zijn. Maar toch is de familie soms heel verdrietig. Vanochtend stonden er twee ambulances. Een ging naar Venlo en een naar Leeuwarden. Dat is heel ver, zeker als je geen geld hebt om ernaartoe te reizen.”