Hoe de turntrainer na jaren van wangedrag werd beloond

Turnen Hij zou zijn spartaanse regime in 2007 hebben verruild voor een menselijke stijl. Maar onderzoek wijst uit dat de veel bekritiseerde turncoach Vincent Wevers nooit is veranderd. „Ik zie de angst in hun ogen.”

Foto Remko de Waal/ANP

Proloog

Op 15 augustus 2016 ziet Vincent Wevers van dichtbij hoe een 24-jarige turnster uit Oldenzaal op precies het juiste moment in haar leven de perfecte oefening turnt op een evenwichtsbalk in Rio de Janeiro. Het is een manifestatie van sierlijkheid en souplesse, goed voor een score van 15.466. De hoogste van allemaal, waardoor Sanne Wevers de eerste Nederlandse turnster ooit is die individueel goud wint op de Olympische Spelen.

Een historische prestatie, waar haar vader alleen maar van kon dromen tijdens al die jaren dat hij met haar en zus Lieke in de turnhal stond. Hij vroeg soms veel van zijn tweeling, maar alle offers en monomane arbeid heeft zich nu uitbetaald in een medaille die afstraalt op hen allemaal. Om met Sanne te spreken: „Deze is voor het hele gezin.” Zij wordt sportvrouw van 2016, hij sportcoach. Kampioenenmaker in smoking, vereeuwigd in de eregalerij van Nederlandse toptrainers.

Op die hoogtijdag zitten er in Nederland veel vrouwen tandenknarsend voor de tv, als ze het überhaupt al aankunnen om te kijken. Vrouwen die ook ooit van goud droomden, maar nu beschadigd door het leven gaan, bang voor afwijzing, voor overgewicht, maar daarover jaren hebben gezwegen – zelfs tegenover hun ouders.

Tot deze zomer. Dan raakt de turnwereld in de greep van ontsporingen in de turnzaal. Eerst is er de Amerikaanse Netflix-documentaire Athlete A. Dan een schuldbekentenis van oud-bondscoach Gerrit Beltman. Daarna valt ook de naam van hem, Vincent Wevers.

Geraakt door verhalen van lotgenoten durven zijn ex-pupillen nu wél uit de school te klappen: ook Wevers heeft turnsters fysiek en geestelijk mishandeld, vertellen ze. Van negeren en isoleren tot schelden en schoppen.

Het zijn zware aantijgingen, waarop Wevers enkele dagen later reageert bij de NOS. Ja, hij voerde een hard en spartaans regime. Nee, hij heeft niemand fysiek mishandeld. Bovendien is hij al in 2007 veranderd, zegt hij, als gevolg van een onafhankelijk onderzoek bij de club waar hij toen werkte. „Dat heeft ervoor gezorgd dat ik een ander soort coach ben geworden. Ik ben daar goed in begeleid, voor mij is dat het omslagpunt geweest in mijn carrière.”

Uit gezamenlijk onderzoek van NRC en Noordhollands Dagblad blijkt dat Wevers zijn nietsontziende aanpak nog jaren voortzette. Dat zeggen turnsters, beamen trainers en bestuurders en blijkt ook uit honderden documenten, waaronder klachten, brieven van ouders, e-mails, app- en sms-verkeer en dagboeknotities van zijn voormalige pupillen.

Wevers wordt in 2013 zelfs ontslagen na een onoverbrugbaar conflict met zijn werkgever – waarbij grensoverschrijdend gedrag de achterliggende reden is. Dit laatste bleef geheim voor de buitenwereld, maar niet voor turnbond KNGU. Toch weerhield dat de bond er niet van om Wevers pal na zijn ontslag met een invloedrijke positie te belonen: bondstrainer.

Uit onderzoek blijkt verder dat wegkijken eerder norm dan uitzondering is op het bondsbureau in Beekbergen. Terwijl Wevers – en niet alleen hij – zijn harde aanpak voortzet, grijpt niemand in. Want het turnen kan niet zonder toptrainers. Dus worden meldingen van grensoverschrijdend gedrag en verontrustende signalen genegeerd.

Zo kon het dat een ambitieuze turntrainer uit Oldenzaal stelselmatig over de schreef ging in zijn jacht op het olympisch goud voor zijn dochter. De ‘BV Wevers’: een succesverhaal, met een schaduwkant.

Hoofdstuk 1:
Grote ambities

De uitverkorenen komen uit heel het oosten. Van Heino tot Wierden, van Hengelo tot Enter. Ze zijn tussen de acht en twaalf jaar oud en staan keurig op een rij in een voormalige fabriekshal in Oldenzaal. Voor hen staat een veertiger met dun, blond haar. Wit T-shirt, trainingsbroek. Het is juni 2004. Eindelijk heeft Vincent Wevers zijn eigen plek om topturnsters op te leiden.

In de jaren daarvoor probeerde hij dat bij Quick Oldenzaal, totdat deze amateurclub de stekker uit het topsportprogramma trok. Te duur. Om talenten toch een plek te bieden, heeft Wevers daarom zelf een topturnschool opgericht, samen met zijn vrouw Gemma en enkele ouders van talentvolle turnsters. TON, heet de club: stichting Topturnen Oost Nederland.

TON wordt al snel een ‘steunpunt’, een van de vier door de KNGU erkende en gefinancierde plekken waar de beste turnsters van het land trainen, vergelijkbaar met de opleidingen van Ajax en Feyenoord. Ondanks hun jonge leeftijd trainen turnsters er 28 tot 32 uur per week. Hoe jonger, hoe leniger en hoe sneller het fundament voor een eventuele topsportcarrière kan worden gelegd.

De grote ambities blijken ook uit de wijze waarop de club turnsters indeelt. Niet op leeftijd, maar op basis van potentiële deelname aan de Olympische Spelen. Sommigen, zoals Wevers’ eigen dochters, vallen onder ‘Route OS 2008’. Anderen onder ‘Londen 2012’. „Vandaag nog 1205 dagen tot Beijing 2008”, telt de voorzitter af in zijn nieuwsbrief.

De kans dat ze topturnster worden is kleiner dan de kans dat ze als burgemeester eindigen, krijgen de meisjes bij hun intakegesprekken op de Enschedese ‘topsportschool’ te horen, maar dat neemt niet weg dat alles in hun leven om turnen zal draaien. Velen van hen gaan er op 12-jarige leeftijd voor uit huis. De één belandt bij gastouders, de ander in een door de ouders gehuurde vakantiewoning: ‘Villa Turnlust’. „De meisjes hebben hun kamers ingericht met knuffels en veel turnposters zodat het huisje er gezellig uitziet”, schrijft een ouder opgewekt in een nieuwsbrief.

De meeste ouders zullen al die jaren geen idee hebben wat het trainingsregime behelst. De ramen en deuren van de hal zijn afgeplakt en bij open trainingen zien ze een façade. Niet de Wevers die turnsters geregeld uitmaakt voor ‘rotte appels’.

Toch praten de turnsters daar niet over. Ze zijn jong en onwetend en als ze al voelen dat er iets niet klopt, durven de meesten thuis niets te zeggen, uit vrees dat Wevers hen nog harder aanpakt als hij weet dat ze hebben geklaagd. Er heerst een angst- en vergeldingscultuur, vermengd met een loyaliteitsconflict.

Bestuurders zien de trainingen evenmin, maar zo nu en dan bereiken hun toch verontrustende signalen. Terugkerende vingerwijzingen, die penningmeester Arnold Witjes in juni 2006 deelt met topsportmanager Henk Kort van de KNGU. Die besluit op zijn beurt dat TON wordt doorgelicht door onafhankelijke onderzoekers. Wevers krijgt bezoek.

Hoofdstuk 2:
Geen ruggensteun

Het rapport over TON – in handen van NRC en Noordhollands Dagblad – is in februari 2007 klaar. Het telt 25 pagina’s en de inhoud liegt er niet om. Het streven naar sportprestaties en kinderwelzijn is bij de club niet in evenwicht. Dat kan leiden tot langdurige stress en het gevaar dat talenten als „object” worden gezien. De turnsters lopen „onaanvaardbaar” hoge kans op psychische schade.

„Ontwikkel een nieuw trainingsconcept”, adviseren de twee onderzoekers, „gebaseerd op intrinsieke motivatie van turnsters (…) en op gezag in plaats van op macht van de trainers.”

Het onderzoek is een ‘pilot’. In de twee jaar erna laat de KNGU ook de drie andere steunpunten doorlichten. Zo’n beetje alle belangrijke trainers van Nederland komen zo onder een vergrootglas te liggen: Frank Louter en Patrick Kiens (Zoetermeer), Gerben Wiersma (Heerenveen) en Boris Orlov en Esther Heijnen (Nijmegen). Nagenoeg dezelfde namen die in 2020 terugkomen in het dossier rond grensoverschrijdend gedrag. Toch blijft het dan nog stil in de turnwereld.

Hoe zorgwekkend ook de conclusies in de deelrapporten – en hoe groot de overeenkomsten – de KNGU grijpt niet in. Sterker: de bond zal de samenvatting van de bevindingen uit 2008 nooit delen. Het wordt zelfs de vier steunpunten onthouden. Pas in 2020, in het oog van de storm die dan is losgebarsten, geeft de KNGU het vrij voor het onafhankelijke onderzoek dat midden september van start is gegaan. Openbaar zijn de rapporten nog altijd niet.

In Oldenzaal merken ze er dan nog weinig van dat de bond iets met de verontrustende resultaten doet. Terwijl bestuursleden als Witjes en voorzitter Hetty Mulder juist op ruggensteun hopen. Even wordt Wevers bijgestaan door een sportpsycholoog, op kosten van de KNGU en sportkoepel NOC-NSF, maar dat blijkt geen oplossing voor de lange termijn. De financiële steun – en dus de psychische begeleiding – wordt al snel stopgezet.

Turnen ze goed, dan krijgen ze soms een half biscuitje als beloning. Wie mondig is, wordt bestraft

Wevers wil geen bemoeienis van mensen zonder topsportachtergrond. Daarbij heeft hij al die tijd een interne bondgenoot: zijn vrouw Gemma. Zij is medeoprichtster, technisch coördinator en bestuurslid van TON. En net als haar man is zij van de harde hand. Ze begrijpt hem wanneer hij het nadeel van cultuurverandering benoemt. Als hij wel verandert en zijn concurrenten niet, dan gaan die trainers er met de medailles vandoor, is de gedachte.

Wevers waant zich ook na 2007 onaantastbaar, zijn uitspraken over gedragsverandering bij de NOS ten spijt. Hij blijft vloeken, schelden en turnsters negeren, verklaren turnsters uit die tijd, en hij deelt nog altijd spreekverboden uit.

Ook hun gewicht blijft een terugkerend thema. De weegschaal blijft (aanvankelijk) in de zaal staan en turnsters moeten vooral niet te veel eten. Turnen ze goed, dan krijgen ze soms een half biscuitje als beloning.

Wie mondig is, wordt bestraft. Joy Goedkoop krijgt te maken met fysiek geweld, waarna Wevers bij haar thuis komt om excuses te maken. Dit incident zal hij in 2020 voor de NOS-camera’s ontkennen. Enkele oud-turnsters herinneren zich het wél.

Om telkens met een schone lei te beginnen, sluit Wevers elke training af met een eindritueel. De meisjes moeten op een rij staan, waarna hij hen de hand schudt. Sommigen slaat hij over – de ultieme vernedering voor het oog van de groep.

Foto Remko de Waal/ANP
NIJMEGEN - Illustratieve foto van een turntraining. ANP REMKO DE WAAL

REMKO DE WAAL

NIJMEGEN - Illustratieve foto van een turntraining. ANP REMKO DE WAAL

REMKO DE WAAL

Foto Remko de Waal/ANP
Foto’s Remko de Waal/ANP

Hoofdstuk 3:
Klacht op klacht

Het is begin 2011 als Ayla Wilbrink door Wevers wordt genegeerd. Drie maanden lang krijgt ze geen aanwijzingen. Zij besluit haar oefeningen daarom maar te filmen, om het thuis terug te kijken en er zo nog wat van op te steken.

Als haar ouders zich hierover beklagen, spreekt een bestuurslid Wevers aan op zijn gedrag. Hij krijgt het verwijt dat hij niet zijn verantwoordelijkheid neemt om haar op een veilige manier te laten turnen, en de schuld op een 15-jarige afschuift. Een half jaar later verlaat Wilbrink de club. „De sfeer, denkwijze en de manier van omgang op de werkvloer zijn voor haar niet langer mentaal op te brengen”, valt in een brief van haar ouders te lezen.

De brief vormt het begin van een aanhoudende klachtenreeks, die zich moeilijk laat rijmen met Wevers’ latere bewering dat hij in 2007 is veranderd. Zo schrijft een collega in mei 2012 in een brief aan het bestuur dat het nu genoeg is. „Er werd tegen (de meisjes) geschreeuwd en gedreigd door Vincent. Ik trof drie turnsters geblokkeerd en overstuur aan. Ook tijdens de balktraining bleef hij tegen een turnster tekeergaan omdat zij niet meer durfde te springen (…) Het is een zeer ongemakkelijke situatie waar ik niet meer in kan werken. Ik zie de angst in hun ogen en ik weet zeker dat zij zich niet goed kunnen verweren.”

Drie dagen later volgt een nieuwe melding van dezelfde trainer. „Tijdens balktraining begon (x) te huilen terwijl we nog niet waren begonnen. Dit meisje loopt op haar tenen.”

De fysiotherapeut van de club stapt vlak daarna op, omdat, zo valt in een e-mail van de ene bestuurder aan de andere te lezen, hij ‘geen verantwoording wil nemen voor de (para)medische begeleiding’. Hij vindt het ‘pad van behandeling volstrekt onverantwoord’.

Juli 2012 stopt voorzitter Mulder er ook mee, om privéredenen én vanwege haar aanvaringen met Wevers over het trainingsklimaat.

Even keert dan de rust terug, tot januari 2013, wanneer een moeder Wevers sms’t dat haar dochter twee dagen niet komt trainen. „We hebben samen de keuze gemaakt dat ze even afstand neemt om goed na te denken. Voor (x) wordt ’t fysiek en mentaal te veel en ik vraag je even geen contact met haar op te nemen. Ik ga ervan uit dat je onze beslissing respecteert zodat ze rust krijgt.”

Ook tijdens de balktraining bleef hij tegen een turnster tekeergaan omdat zij niet meer durfde te springen

Turntrainer

„Sta jij achter de acties die je moeder richting mij onderneemt?”, appt Wevers vervolgens naar de turnster. „Morgenmiddag om 14.30 uur wil ik graag met jou om de tafel om de ontstane situatie te bespreken. Daarna verwacht ik dat je weer gaat trainen.”

Als de moeder hem sms’t dat zij zich niet laat negeren en hij „medische adviezen negeert”, schrijft Wevers dat haar dochter zelf haar beslissingen mag nemen. „Zij kan goed voor haar zelf opkomen en de verhoudingen waarin we werken laten dit ook toe.” Ook deze turnster stapt over naar een andere club.

Andere ouders beklagen zich erover dat Wevers hun dochter in haar eentje naar een toernooi in het buitenland heeft gestuurd zonder onderdak voor het meisje te regelen. Weer een ander meisje heeft „constant hoofdpijn, moet veel huilen en is erg stil”, schrijven haar ouders per mail aan het bestuur. „Zij durft niets te vragen of te zeggen tegen Vincent want dan is ze bang voor rotopmerkingen.”

Een andere moeder mailt vrouwenbondscoach Gerben Wiersma en topsportmanager Hans Gootjes van de KNGU. Tussen Wevers en haar dochter „gaat het niet zoals het moet gaan tussen een trainer en turnster”, schrijft ze. „Door alles wat ze heeft moeten doorstaan het afgelopen jaar, willen we eerst dat ze eens goed tot rust komt en nadenkt wat ze wil.”

Nog een ander meisje vertrekt bij TON. Vanwege Wevers, schrijft haar moeder aan de KNGU. De turnster, 13 jaar, kon niet langer tegen het kleineren en intimideren.

Voor het bestuur is nu de grens bereikt. Ze verlengen Wevers’ contract niet, krijgt de coach in juni 2013 te horen. Het besluit wordt genomen na overleg met topsportmanager Gootjes. Toch durven ze geen afscheid van hem te nemen. Omdat Wevers een van de beste trainers van Nederland is, vraagt de club of hij trainers-opleider wil worden. Wevers stemt in.

Maar wat ze krijgen is stank voor dank. Twee dagen nadat Wevers het contract heeft ondertekend, hoort de club dat hij een ‘coup’ wil plegen. Hij wil zijn vrouw Gemma als interim-voorzitter naar voren schuiven, vertelt hij aan andere trainers, waarna het maar eens klaar moet zijn met al het gedonder richting hem. Iets dat hij later ontkent.

Toch belandt op vrijdag 22 november 2013, om 15.14 uur, een ontslagbrief in zijn inbox. Wevers is in alle staten, zo valt in een notitie te lezen, wat de bestuurders ook merken als hij die zaterdag hun overleg komt binnenstormen om te vragen of ze hem kapot willen maken. Enkele trainsters verstijven direct als ze hem zien. Datzelfde weekend lekt het nieuws uit. Richting journalisten wordt over een ‘vertrouwensbreuk’ gesproken.

Foto Remko de Waal/ANP

Hoofdstuk 4:
Wangedrag vergoelijkt

Tegen de tijd dat Wevers als bondstrainer begint, januari 2014, is de bond al vaak geconfronteerd met beschuldigingen van wangedrag in het vrouwenturnen. Zo vertellen ex-topturnsters Renske Endel, Verona van de Leur, Suzanne Harmes en Gabriëlla Wammes in 2011 in het blad Helden hoe hun voormalige trainers Gerrit Beltman en Frank Louter hen geestelijk én fysiek mishandelden. Een opzienbarend interview, waar Stasja Köhler en Simone Heitinga in 2013 nog een schepje bovenop doen in hun boek De onvrije oefening, over het schrikbewind van diezelfde Beltman, die hen sloeg, bespuugde, uitschold, afzonderde.

De KNGU benadrukt nadien het belang van kinderwelzijn, zij het vooral op papier. Zo komt de bond na het Helden-interview met een ‘tienpuntenplan’, waarin wordt vastgelegd dat trainers voortaan de ‘NL Coach beroepscode’ moeten tekenen, die onder meer voorschrijft dat ze niet beledigen, een veilige trainingsomgeving creëren en zich niet uitsluitend op succes richten.

Aangezien Wevers dit jaren heeft nagelaten, is het opvallend dat topsportmanager Gootjes hem per 1 januari 2014 toch in dienst neemt als bondstrainer. De buitenwereld mag dan onwetend blijven over de ellende in Oldenzaal, Gootjes is over de achtergrond van het ontslag van Wevers geïnformeerd. Bovendien heeft hij al in 2009 bij een bespreking gezeten waarin over de bevindingen van de steunpuntonderzoeken en de daaruit voortvloeiende conclusies en aanbevelingen is gesproken. Toch ziet hij Wevers als een ideale trainer om Nederlands turnsucces te garanderen.

Nog geen jaar later wordt Gootjes opnieuw geconfronteerd met een verontrustend onderzoek. Het rapport Turnonkruid: gemaaid maar niet gewied gaat niet specifiek over Wevers, wel over het vrouwenturnen in het algemeen. In een hotel in Bunnik komen de onderzoekers in november 2014 vertellen wat er allemaal misgaat. Naast Gootjes zijn onder anderen de toenmalige bondsdirecteur en ex-voorzitter, manager talentenontwikkeling en de vertrouwenscontactpersoon aanwezig, evenals vrouwenbondscoach Gerben Wiersma, de vaste collega van Wevers bij de Nederlandse vrouwenselectie.

Coaches doen er alles aan om de meisjes emotioneel klein te houden

Uit het rapport Turnonkruid

„Gehoorzaamheid staat centraal”, is een van conclusies uit het rapport. Trainers isoleren en intimideren, en door de zwijg- en vergeldingscultuur komen ouders buitenspel te staan. „Coaches doen er alles aan om de meisjes emotioneel klein te houden (…) De meisjes hebben geleerd om het gedrag te normaliseren.”

De bestuurders reageren geërgerd, aldus een aanwezige. In wat uitmondt in een kruisverhoor wordt de onderzoekers duidelijk gemaakt dat zij geen benul hebben wat topsport behelst, blijkt uit aantekeningen van die avond. „We hebben een positief rapport nodig”, zegt de ene bondsbestuurder. „We moeten zoeken naar complimenten”, vult de ander aan. Een derde zegt: „Wij zijn al aan het wieden.”

Fieke Willems, een ex-topturnster in het bondsbestuur, merkt op dat de KNGU ‘er echt iets mee moet’. Haar woorden sterven weg. Het rapport is nooit vrijgegeven.

De sfeer in de zaal tekent de bondscultuur. Wangedrag wordt eerder vergoelijkt dan bestraft. Zo komt de KNGU in 2016 bijvoorbeeld een schikking overeen met een van de eerder beschuldigde coaches, Frank Louter, die wegens reputatieschade 50.000 euro eist en voor een substantieel bedrag wordt afgekocht.

In maart 2019 komt de club SV Pax Haarlemmermeer in opspraak. Onderzoekers van het Instituut Sportrechtspraak (ISR) concluderen dat clubfunctionarissen, onder wie trainers, zich „in een aantal situaties” schuldig maakten aan „ongewenst c.q. grensoverschrijdend gedrag”. Toch spreekt de KNGU in 2020 de intentie uit dat PAX een van de drie TeamNL Topsportcentra wordt, een promotie voor de club. Dat terwijl de bond in februari van dit jaar het Handboek toetsing pedagogisch prestatieklimaat topsport-en-talentcentra uitbracht. Na de ‘turncrisis’ van deze zomer besluit de bond het voornemen op te schorten.

De talentcoach van SV PAX, Daymon Montaigne, is dan al wel opgeklommen. Zijn rol in het Jong Oranje-traject is sinds kort versterkt. Pax-hoofdtrainer Patrick Kiens werkte al langere tijd als choreograaf voor het Nederlands vrouwenteam. Van hem circuleert een filmpje, in het bezit van NRC en Noordhollands Dagblad, waarin hij op klagerige toon tegen een turnster zegt: „Wat moet er nu gaan gebeuren om strak te turnen? Moet ik eerst je knot afknippen voor je bereid bent iets te doen?”

Foto Remko de Waal/ANP
Foto Remko de Waal/ANP
Foto Remko de Waal/ANP
Foto Remko de Waal/ANP
Foto’s Remko de Waal/ANP

Hoofdstuk 5:
Onder druk gezet

Jaren na de triomf van zijn dochter in Rio de Janeiro komt Wevers opnieuw in de schijnwerpers te staan. Ditmaal ongewenst. Het is 26 juli 2020 en na de bekentenissen van turntrainer Gerrit Beltman de dag ervoor, is het nu Wevers die van grensoverschrijdend gedrag wordt beschuldigd.

Drie dagen later mag hij de zaal niet meer in: Wevers wordt door de KNGU op non-actief gezet, evenals bondscoach Wiersma, met wie hij inmiddels zes jaar de leiding heeft over het Nederlands vrouwenteam. Tegen beiden liggen aantijgingen. Ook wordt het topsportprogramma voor de vrouwen stilgelegd.

Vijf weken later wordt het programma hervat, zij het op een andere locatie. Wevers, tegen wie nog wel een onderzoek loopt, mag terug de zaal in. Ook Wiersma mag weer aan de slag. Oud-turnsters zijn woedend, ze voelen het als „een klap in het gezicht”.

Technisch directeur Mark Meijer zegt onder druk te zijn gezet door de turnsters. Onder anderen Wevers’ dochters Sanne en Lieke willen alleen onder hem trainen. Een eis die de tweeling ook in 2014 stelde, nadat hun vader was ontslagen bij TON, maar ze niettemin afdwongen dat hij hen nog ruim een jaar bleef trainen. Pas toen die situatie onhoudbaar werd, weken ze uit naar het nationaal trainingscentrum in Heerenveen.

Epiloog

Alle dagboekfragmenten zijn van Petra Witjes. De voormalige topturnster, in 2007 nog deelneemster aan de WK, is nu 29 en kampt nog altijd met de ingrijpende gevolgen van haar topsportbestaan. Ze heeft chronische klachten als verkalkingen, kreeg een burn-out op 17-jarige leeftijd, verkeerde in een jarenlange identiteitscrisis, heeft bindings- en verlatingsangst en heeft problemen met het aangaan van relaties en vriendschappen.

Dit alles zal ze op maandag 2 november toelichten in het rondetafelgesprek met Tweede Kamerleden over de misstanden in de topsport. Haar wens: gerechtigheid, nazorg en de hoognodige cultuurverandering.