Opinie

Botsende beschavingen of een sultan in het nauw

Column Wat zouden H.L. Wesseling en J.L. Heldring geschreven hebben over de strijd tussen Frankrijk en islamitische landen?

Beatrice de Graaf

Heeft wijlen IS-leider Abu Bakr Al Bagdadi dan toch zijn zin gekregen? In zijn laatste videoboodschap riep hij zijn volgelingen op niet te treuren over verlies van grondgebied of het einde van het aardse kalifaat. Nu pas echt konden ze laten zien dat ze de strijd tegen de goddeloze westerse beschaving, „die barbaarse kruisvaarders”, serieus namen. Nu pas echt kon de religieuze en ideologische strijd tegen ‘Rome’ (de laatste titel van de glossy van IS) beginnen.

Deze dagen lijkt het erop. De moordaanslag op geschiedenisleraar Samuel Paty was ook een aanslag op de pijlers van de westerse beschaving: het recht op leven, het recht op vrijheid van meningsuiting, en op waarden als openbaar onderwijs en tolerantie. Als reactie daarop verklaarde Macron: „De islam is in crisis”, en lanceerde een pakket aan maatregelen. En als een van de weinige Europese leiders schaarde de Nederlandse premier zich onomwonden achter Macrons woorden. Vanuit de islamitische wereld sloeg een golf van protest, woede en haat over Frankrijk en Europa heen. Van Rouhani (Iran) tot aan Imran Khan (Pakistan) kwamen staatsleiders in het geweer.

Is dit nu de ‘botsing der beschavingen’ waar de historicus Samuel Huntington al voor waarschuwde? In ieder geval slagen deze islamitische staatshoofden erin dit hun onderdanen voor te spiegelen. Moslimleiders zijn inderdaad wereldwijd in staat hun meningsverschillen en conflicten even opzij te zetten. De Organisatie voor Islamitische Samenwerking, een samenwerkingsverband van 57 islamitische landen, is het zo bij hoge uitzondering gelukt zich tegen Frankrijk als collectief te uiten.

Toch zouden H.L. Wesseling, de grote historicus van Frankrijk en de koloniale wereld, en J.L. Heldring, de minstens zo grote columnist van de internationale politiek, hier gezamenlijk duidelijk over zijn geweest: „Kletskoek over culturen.” Dat vonden zij van de theorie van Huntington. Herlees Wesselings recensie maar eens, in deze krant op 30 januari 1997. En dat was niet omdat zij de kracht van religie en ideologie onderschatten (zeker niet, Heldring kwam daar later nog op terug). Maar wel omdat zij altijd haarfijn konden uitleggen dat religie en cultuur in de internationale betrekkingen absoluut een bindmiddel zijn, en brandstof om volkeren mee in beweging te krijgen. Maar de grote internationale conflicten werden toch ook, en volgens hen zelfs allereerst, door geopolitiek en binnenlandse politieke belangen voortgedreven.

Wat zouden zij dan over de geopolitieke onderstromen van dit conflict tussen Frankrijk en Turkije hebben kunnen zeggen? Is er sinds 2001 niet een aanrollende stroom van jihadistisch geweld bijgekomen die vraagt om nieuwe analyses à la Huntington? De kracht van Heldring en Wesseling was, dat ze altijd uitzoomden, en over de onmiddellijke incidenten heen keken. Heldring zou wellicht fijntjes opmerken dat Al Bagdadi met zijn kalifaat nog geen lustrum had volgemaakt en door een coalitie van westerse én Midden-Oosten-troepen tezamen professioneel was ontmanteld. Wesseling zou uitleggen dat het uiteenvallen van het Ottomaanse Rijk een groot vacuüm had achtergelaten, en dat sindsdien alle regionale mogendheden trachtten dat gat op te vullen, Turkije voorop.

Inderdaad is het niet Bagdadi die met zijn videoboodschappen de islamitische wereld wist te verenigen (integendeel, die keerde zich tegen hem). Nee, het is Erdogan die zich opwerpt als beschermer van moslims, niet voor niets de titel die de sultan van het Ottomaanse Rijk droeg. Hij werpt zich daarmee op als legitieme erfgenaam van sultan Mehmed II, de Veroveraar, die de Hagia Sophia-kathedraal in een Ottomaanse keizerlijke moskee transformeerde.

Net als de sultan claimt ook Erdogan de Middellandse Zee als zijn invloedssfeer. Juist de laatste jaren spreidt Ankara zijn interventies uit van Libië via Griekenland naar de Kaukasus aan toe. En precies daar vindt Erdogan de Fransen op zijn pad. Macron heeft (tegen het beleid van de NAVO in) juist steun voor de Libische regering-Haftar uitgesproken en roept Turkije op zijn troepen daar terug te trekken, en uit Azerbeidzjan. Samen met Griekenland, Cyprus, Italië en Israël heeft Frankrijk een front tegen Turkije gevormd met de aanleg van de aardgasleiding door het Levantijnse bekken. Pure geopolitiek dus. Tel daarbij op een lira in vrije val, verlies van steun onder de jonge generaties thuis, en zo zien we een Turkse president in het nauw die zich als sultan gedraagt. Wat werkt dan beter dan het laatste restje legitimiteit te zoeken in een oorlogsverklaring aan de Franse kruisvaarders? Daarbij geholpen door een aan Al-Qaida gelieerd persagentschap, Thabat, dat rechtstreeks tot aanslagen oproept.

Je zou dus kunnen zeggen dat terrorisme een botsing der beschavingen suggereert. En dat daar veel te veel islamistische jongeren in Frankrijk vatbaar voor zijn. Maar dat verbloemt wat er ook aan de hand is: botsende geopolitieke belangen en binnenlands-politieke problemen. Het is zaak dat onderscheid te blijven maken. Alleen dan doen we echt wat Rutte voorstelde: Frankrijk helpen in de strijd tegen extremisme. En alleen dan vallen we noch voor jihadistische, noch voor Ottomaanse propaganda.

Beatrice de Graaf is hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen in Utrecht.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.