Oudste mensenfossiel uit Mongolië heeft ook denisova-dna

Evolutie De vondst ondersteunt de overtuiging dat de moderne mens het gebied boven de Himalaya via twee routes heeft gekoloniseerd.

Het onderzochte 34.000 jaar oude schedeldak.
Het onderzochte 34.000 jaar oude schedeldak. Foto Institute of Archaeology, Mongolian Academy of Sciences

Een 34.000 jaar oud schedeldak van een Homo sapiens uit Salkhit (Noordoost-Mongolië) blijkt een spoortje dna van een denisova-voorouder te bevatten. De denisova-fragmenten behoren tot dezelfde groep als die ook bij huidige inwoners van Oost-Azië wordt aangetroffen.

De vrouw bleek ook neanderthalers onder haar voorouders te hebben maar dat is minder verrassend. Alle moderne mensen buiten Afrika dragen neanderthal-dna met zich mee. De prehistorische populatiedynamiek op basis van het tot voor kort moeilijk te plaatsen mensenfossiel uit Salkhit is donderdag gepubliceerd in Science door een team onder leiding van van Diyendo Massilani en Svante Pääbo van het Max Planck Instituut in Leipzig.

De denisovamensen (of: denisoviërs) zijn nauw verwant aan neanderthalers en waren lange tijd alleen bekend uit een genetische analyse van een vingerkootje uit de Denisovagrot in het Altaigebergte in Zuid-Rusland. Die vondst van een nieuwe mensensoort was in 2010 een grote triomf van het toen nog jonge paleo-DNA-onderzoek. Later is meer materiaal gevonden, maar nog steeds is niet duidelijk hoe deze mensensoort eruit heeft gezien. Vooral in Zuid-Azie en Oceanië dragen nu levende mensen nog altijd een paar procent denisova-dna met zich mee: sporen van prehistorische menging tussen deze takken van de menselijke stamboom. Denisoviërs leefden tot ca. 40.000 jaar geleden in Azië.

De Salkhit-vrouw, het oudste mensenfossiel uit Mongolië, leefde in een tijd dat neanderthalers en denisoviërs al uitgestorven waren. De moderne mensen in Oost-Eurazië en West-Eurazië vormden al verschillende populaties. Maar uit haar nu gedeeltelijk gereconstrueerde genoom blijkt dat ze toch ook voor een derde verwant is aan Wést-Euraziaten uit die tijd. Dat wijst waarschijnlijk op een (tweede) oostwaarts gerichte migratiegolf vanuit West-Eurazië, een paar duizend jaar eerder.Het Salkhit-fossiel blijkt verder zeer nauw verwant met een andere voorouder van moderne Aziaten die 40.000 geleden leefde in Tianyuan, in Zuid-China, maar die mist de West-Euraziatische verwantschap.

Vermenging

Deze uitkomst zou kunnen passen in een al langer groeiende overtuiging dat het gebied boven de Himalaya is gekoloniseerd door moderne mensen via twee routes. Als eerste een typische ‘Oost-Euraziatische’ die al vermengd was met denisova-dna vanuit het zuiden (India) ca 50.000 jaar geleden en een latere migratie vanuit West-Eurazië, zonder dat denisova-dna. De Salkhit-vrouw zou dan het oudste bekende kruispunt kunnen zijn van die twee migratiestromen. De meer West-Euraziatische populaties leefden in het noorden en zijn verdwenen tijdens het hoogtepunt van de laatste IJstijd, ca. 20.000 jaar geleden.

Waarschijnlijk vond de vermenging tussen voorouders van de Salkhit-vrouw en de nauw aan neanderthalers verwante denisova-mensen 10.000 jaar voor haar tijd plaats, dus ca. 44.000 jaar geleden, zo kan worden afgeleid uit de kleine lengte van de stukjes denisova-dna.

Kleine sporen

Dat het denisova-dna überhaupt in het fragmentarische genoom van de Salkhit-vrouw kon worden aangetroffen is te danken aan een nieuwe techniek van een van de auteurs van het Science-onderzoek: Benjamin Peter, ook van het Max Planck Instituut in Leipzig. Peter heeft al eerder dit jaar in een overigens nog niet gepeerreviewd artikel met die techniek vastgesteld dat er ook tussen neanderthalers en denisovamensen veel meer onderlinge vermenging is geweest dat tot nu wordt gedacht.

Het gaat bij deze techniek om kleine sporen. Bij de Salkhit-vrouw werd 0,13 procent denisova-vermenging gevonden, ongeveer evenveel als bij het 40.000 jaar oude Tianyuan-fossiel uit Zuid-China. Bij beiden is ook zo’n 1,7 procent neanderthal-dna gevonden.

Het Oost-Mongoolse schedeldak met opvallende wenkbrauwbogen werd bij de vondst in 2006 door goudzoekers aanvankelijk voor een veel primitievere mensachtige gehouden, die misschien wel 800.000 jaar oud zou zijn. Het fossiel werd zelfs Mongolanthropus gedoopt, de ‘Mongoolse mens’. Bij nadere analyse in 2015 werden toch meer moderne kenmerken aangetroffen en vorig jaar werd op grond van mitochondriaal dna – ook door Massilani en Pääbo – vastgesteld dat het toch echt om Homo sapiens ging.

Lees over de menselijke evolutie: De ideeën over de afkomst van de mens zijn niet langer stabiel