Huisbezoek van Farmers Defence Force viel toch niet in de smaak

„Een zieke politicus verrassen met een fruitmand. Dat zou toch júist normaal moeten zijn?” Even, heel even, leek de polarisatie tussen regeringspartij D66 en de boerenstand ver weg. Toen een aantal boeren, verenigd in de appgroep ‘Achterhoek Oost’ van actiegroep Farmers Defence Force (FDF), dinsdag vernam dat hun politieke tegenstander Rob Jetten (D66) wegens een positieve coronatest in quarantaine moest, besloten ze hem een ‘boerenfruitmand’ te brengen. Onder hen bevond zich de veertigjarige Rutger van Lier, zelfverklaard ‘afvalboer’ en één van de coördinatoren van de FDF-afdeling Achterhoek-Oost. „Ik zit in de recycling, maar ik sta achter de boeren.”

Vijf mannen stonden voor Jettens deur met, zo zegt Van Lier, „wat groenten, vlees, eieren. De hele schijf van vijf. Allemaal onbewerkte producten van het Nederlandse platteland. Want daar word je gezond van.”

Op filmbeelden is te zien hoe de boeren ’s avonds bij Jetten voor de deur hun grieven uiten over bewerkte producten uit de fabriek, die nu ook als vlees in de supermarkt zouden liggen. Jetten reageert instemmend: „We staan vaak tegenover elkaar, maar hier kunnen we elkaar wel in vinden.” Na enige minuten komt het gesprek ten einde. „Thanks mannen, heel attent dit. En blijf gezond hè”, voegt de politicus de boeren toe.

„Het was leuk met Rob Jetten de persoon”, blikt Van Lier terug. „Maar de ochtend erop zagen we ineens Jetten de politicus.” In een post op Facebook merkte de politicus op dat hem „enig ongemak bekroop” dat deze boeren zich in zijn privéomgeving gemeld hadden. „Ongewenste huisbezoeken behoren niet tot de onderdelen die een politicus tot zijn werk mag rekenen.” Jetten refereert ook aan eerdere „minder plezierige aandacht” van FDF, dat in opspraak kwam wegens bedreiging. „GroenLinks-collega Jesse Klaver en ik zagen onze naam terug op een doodskist.”

Aan de deur stond naast Van Lier ook Thijs Wieggers. Deze boer werd eerder dit jaar bij een protest in Leidschendam aangehouden wegens het niet opvolgen van de instructies van een agent.

Van Lier benadrukt dat de intenties van de boeren positief waren. Kan hij zich voorstellen dat Jetten zich geïntimideerd voelde door het onverwachte bezoek van de boeren met het FDF- logo op hun jassen voor zijn deur? „Nee, want het is hier op het platteland gewoon nog zoals vroeger overal in Nederland. Wil je iets bespreken met een raadslid, dan loop je gewoon achterom. ‘Volluk’, roep je dan. En dan krijg je koffie.”

Maar misschien is het goed, zegt hij, dat er discussie komt over welke omgangsvormen gewenst zijn. „We willen toch ook een land zijn waar de premier op zijn fiets naar zijn werk komt?”