Hoorzitting over techplatforms gekaapt door verkiezingsstrijd

Amerikaanse techhoorzitting Techplatforms vormen een gevaar voor de democratie, daarover zijn Democraten en Republikeinen het eens. Maar over de oorzaak, en dus over de remedie van deze kwaal zijn ze mijlenver van elkaar verwijderd.

Bestuursvoorzitter Sundar Pichai van Google tijdens de hoorzitting woensdag in het Amerikaanse Congres
Bestuursvoorzitter Sundar Pichai van Google tijdens de hoorzitting woensdag in het Amerikaanse Congres Foto Greg Nash/Pool

Techplatforms doen nog steeds te weinig om de democratie en het verkiezingsproces te beschermen. Daarom moeten ze, zeker ten dele, hun immuniteit voor juridische aansprakelijkheid verliezen. Daarover zijn de Republikeinen en Democraten in de Amerikaanse Senaat het in grote lijnen eens, zo bleek woensdag tijdens een hoorzitting met de topmannen van Facebook, Google en Twitter.

Toch is er in Washington nog geen overeenstemming over de vervolgstappen. Integendeel. De Republikeinen en Democraten komen vanuit diametraal tegenovergestelde standpunten tot de conclusie dat de techplatforms een gevaar vormen voor de democratie. Mogelijke oplossingen voor dit probleem verschillen daardoor ook per partij maximaal van elkaar.

Senatoren van beide politieke partijen wilden van de topmannen weten hoe hun platforms berichten modereren, en welke gevolgen hun keuzes hebben voor een open, democratisch debat. Directe aanleiding was de hervorming van Artikel 230 van de Amerikaanse Communications Decency Act. Deze wet uit 1996 bepaalt dat internetdiensten niet aansprakelijk zijn voor inhoud die gebruikers plaatsen op hun platform. Ook kunnen zij niet vervolgd worden voor het verwijderen van inhoud op hun platform. Maar de Congresleden kwamen nauwelijks toe aan een bespreking van de vele hervormingsvoorstellen rondom Sectie 230.

Beschuldigingen over en weer

Minder dan een week voor de verkiezingen werd de hoorzitting gekaapt door partijbelangen. Republikeinen beschuldigden de tech-topmannen ervan dat zij de conservatieve stem censureren en Democraten beschuldigden op hun beurt Republikeinen ervan dat zij de techbedrijven onder druk zetten om zo min mogelijk desinformatie van Republikeinse zijde te verwijderen.

De hoorzitting bereikte een dieptepunt toen de Republikeinse senator Marsha Blackburn aan Google-topman Sundar Pichai vroeg of een werknemer die „erg onaardige dingen” over haar had gezegd nog bij het bedrijf werkte. Democraten noemden de bijeenkomst door dergelijke verdachtmakingen „een stunt” en “een schijnvertoning.” Een enkele Democratische Senator weigerde vragen te stellen aan de topmannen, die via een videoverbinding aanwezig waren.

Republikeinse senatoren vielen de tech-topmannen unaniem aan over de vermeende censuur van conservatieve stemmen op hun platforms. Berichten van president Trump die werden verwijderd of gefactcheckt, gebruikten zij daarbij als voorbeeld. Ook werden Twitter-topman Jack Dorsey en Facebook-topman Mark Zuckerberg door de Republikeinen aan de tand gevoeld over de beslissing om een omstreden artikel in The New York Post minder vaak te tonen op de tijdlijn van gebruikers.

In het bewuste artikel wordt gesteld dat Joe Bidens zoon zes jaar geleden bij aardgasdeals misbruik heeft gemaakt van de hoge positie van zijn vader. Vooral Dorsey moest door het stof, omdat zijn bedrijf het beleid over het publiceren van gehackt materiaal na het relletje aanpaste. Republikeinen zagen daarin een bevestiging van Twitter’s bevooroordeeldheid.

Naast dergelijke anekdotes kwamen Republikeinen niet met bewijs voor de vermeende structurele onderdrukking van conservatieve geluiden op internetplatforms. Wetenschappelijk onderzoek toont juist aan dat conservatieve gebruikers en media het opvallend goed doen op platforms zoals Facebook, Twitter en YouTube. De (progressieve) mediawaakhond Media Matters kwam woensdag nog met de resultaten van een negen maanden durend onderzoek waaruit blijkt dat op rechtse Facebookpagina’s meer interacties plaatsvinden dan op linkse en neutrale pagina’s.

Democratische verwijten

De Democraten vinden ook dat de techplatforms te weinig doen om de verkiezingen te beschermen. Maar terwijl hun Republikeinse collega’s menen dat de platforms teveel conservatieve berichten verwijderen, vinden zij juist dat die te weinig doen tegen schadelijke inhoud. Democratische senatoren wilden weten wat de topmannen doen tegen polarisatie („Meneer Zuckerberg, maakt u zich zorgen over de manier waarop uw algoritmen de democratie beïnvloeden?”), buitenlandse beïnvloeding, haatgroepen en extremistische content.

Het verweer van de tech-topmannen luidde dat zij veel beter voorbereid zijn dan tijdens de vorige presidentsverkiezingen in 2016. In de nasleep van die verkiezingen werd duidelijk hoezeer het Amerikaanse informatie-ecosysteem was vervuild door nepnieuws en desinformatie op sociale mediaplatforms. En ook hoe gemakkelijk kiezers online beïnvloed konden worden met behulp van hun persoonlijke data en hoe omvangrijk de Russische beïnvloedingscampagne was geweest om Trump in het zadel te krijgen .

Het klopt dat de socialemediaplatforms nu beter voorbereid zijn. Ze hebben onder meer de regels over desinformatie, haatberichten en politieke advertenties aangescherpt. Tienduizenden moderatoren zijn in dienst genomen om deze huisregels te handhaven. En de bedrijven hebben ook teams opgetuigd om buitenlandse beïnvloedingscampagnes en ander gecoördineerd misbruik op te sporen. Sindsdien zijn er meer dan honderd buitenlandse desinformatienetwerken opgerold, die vaak afkomstig blijken uit Rusland en Iran, maar ook steeds vaker uit China en andere autoritaire landen komen.

Nog steeds buitenlandse inmenging

Toch zijn er genoeg aanwijzingen dat buitenlandse inmenging ook tijdens deze verkiezingen plaatsvindt. Zo meldden de Amerikaanse veiligheidsdiensten dat Russische trollen Trumps onjuiste claims over stemmen per post hebben versterkt op sociale media. De FBI waarschuwde voor Russische pogingen om chaos en onrust te zaaien als na verkiezingsdag nog niet duidelijk is welke kandidaat gewonnen heeft.

Duidelijk is ook dat de Russische campagnes steeds geraffineerder worden. Begin september ontmaskerde Facebook een Russische desinformatiecampagne waarbij westerse freelancejournalisten werden betaald om voor een Engelstalige nepnieuwssite pro-Russische artikelen te schrijven.

„Ik begrijp dat onze systemen overkomen als een black box

Jack Dorsey Twitter

Tegelijkertijd wijzen onderzoekers erop dat verreweg de grootste hoeveelheid desinformatie deze verkiezingen van uiterst rechtse, binnenlandse groepen afkomstig is. Valse berichten en complottheorieën bereiken grote groepen mensen omdat ze op populaire sociale mediasites en door gevestigde media worden overgenomen. Onderzoekers van Harvard University ontdekten dat media-aandacht voor onjuiste claims over fraude met poststemmen vooral werd gedreven door tweets van president Trump. In andere gevallen, zoals bij de extreemrechtse QAnon- en Boogaloo-beweging, ontstaat desinformatie op de forums van websites aan de rafelranden van het internet, waarna de aanhangers via platforms als YouTube en Facebook een groter publiek bereiken.

Terughoudend met verwijderen desinformatie

De techbedrijven gaven tijdens de hoorzitting aan terughoudend te zijn met het verwijderen van desinformatie. Onjuiste berichten kunnen worden gefactcheckt, waarna het platform een waarschuwingslabel kan toevoegen of de verspreiding van het bericht kan beperken. Alleen desinformatie die een direct gevaar oplevert, wordt geblokkeerd, zoals gevaarlijke adviezen over Covid-19 en theorieën die aanzetten tot geweld, zoals die van QAnon en Boogaloo.

De tech-topmannen waren het dan ook niet zonder meer eens met het Democratische verzoek om meer berichten te verwijderen. Hun antwoord op veel zorgen van de senatoren is meer transparantie. „Ik begrijp dat onze systemen overkomen als een black box”, zei Jack Dorsey van Twitter. Hij stelde een update van Sectie 230 voor, waarin internetdiensten verplicht worden om hun moderatieproces openbaar te maken, gebruikers meer mogelijkheden krijgen om in beroep te gaan tegen beslissingen van de platforms en er meer transparantie komt over de algoritmes die content aanbevelen en controleren. Zuckerberg en Pichai sloten zich in grote lijnen bij die voorstellen aan. Maar deze voorstellen komen hoe dan ook te laat voor de verkiezingen van 3 november.

Lees ook: ‘De tijd van internet als vrijhaven is voorbij’