Analyse

Frankrijk belooft harde actie tegen ongrijpbare vijand

Reportage De aanslag in Nice roept vreselijke herinneringen op aan eerdere terreurdaden. En de vraag wie de vijand vandaag precies is.

President Macron spreekt met personeel van de hulpdiensten in Nice na de aanslag door een jonge Tunesiër die drie mensen het leven kostte.
President Macron spreekt met personeel van de hulpdiensten in Nice na de aanslag door een jonge Tunesiër die drie mensen het leven kostte. Foto Eric Gaillard / AP

Voor de derde keer in een maand tijd is Frankrijk donderdag getroffen door een terreuraanslag. Het is nog te vroeg om te zeggen wat de dader in Nice precies heeft bezield om in de Notre-Dame-basiliek twee vrouwen en een lekenbroeder te vermoorden, naar verluidt onder het roepen van ‘Allahu Akbar’. Eén vrouw zou de keel zijn doorgesneden, mogelijk in een poging haar te onthoofden.

De recente reeks terreurdaden lijkt als gemeenschappelijke noemer te hebben dat de daders heel erg jong zijn, nog niet zo lang in Frankrijk zijn, ogenschijnlijk op eigen houtje hebben gehandeld, en dat zij wellicht geïnspireerd werden door woede over de spotprenten van Mohammed, eerder dan door Al Qaeda of Islamitische Staat, die de drijvende kracht waren achter de grote terreuraanslagen van 2015 en 2016 in Frankrijk en elders.

Dat de aanslag in Nice gebeurde en in een kerk roept in Frankrijk vreselijke herinneringen op. Aan de aanslag in Nice in 2016, toen een vrachtwagen met hoge snelheid de Promenade des Anglais opreed en 86 mensen doodde en honderden verwondde. En aan pater Jacques Hamel die ook in 2016 in zijn kerk in Saint-Étienne-du-Rouvray werd doodgestoken.

Klokken geluid

In heel Frankrijk hebben de kerken donderdagavond de klokken geluid uit solidariteit met Nice. Tegelijk heeft de islamitische koepelorganisatie CFCM opgeroepen om de festiviteiten rond de geboorte van de profeet op woensdag en donderdag af te gelasten als teken van rouw.

Over de dader in Nice is nog weinig bekend: volgens de laatste berichten gaat het om een Tunesiër van 21 jaar die pas onlangs naar Frankrijk is gekomen via het Italiaanse eiland Lampedusa. Maar de aanslag vindt plaats op een moment dat er opnieuw heisa is over de spotprenten van de profeet Mohammed én dat Frankrijk meer dan ooit het doelwit is van moslimfanatici.

Dat is in zekere zin toeval. Het gevolg van „een symbolisch geladen kalender”, schrijven terrorisme-expert Jean-Charles Brisard en advocaat Thibault de Montbrial in Le Figaro. Bedoeld wordt de combinatie van het proces over de aanslag tegen Charlie Hebdo in 2015, dat begin september van start ging in Parijs, en de reeds lang aangekondigde rede van president Emmanuel Macron over de gevaren van het ‘islamistisch separatisme’.

Beiden hadden perfect naast elkaar kunnen bestaan, maar een reeks gebeurtenissen zorgde ervoor dat Macron plots op het wereldtoneel dé verdediger werd van de spotprenten over de profeet Mohammed die ooit in 2005 door de cultuurbijlage van een Deense krant waren besteld.

Charlie Hebdo, dat de Deense cartoons in 2006 had gepubliceerd, besloot dat ostentatief opnieuw te doen op de eerste zittingsdag van het proces over de aanslag van januari 2015. Dat leidde tot de mislukte aanslag op de oude kantoren van Charlie Hebdo op 25 september dit jaar, en op 15 oktober tot de onthoofding van de leraar Samuel Paty, die de cartoons had getoond in een les over de vrijheid van meningsuiting, door een twintigjarige Tsjetsjeen die naar eigen zeggen de profeet wilde wreken.

Spotprenten

Het is tijdens het nationaal eerbetoon voor Paty dat Macron de woorden uitspreekt: „Wij zullen de spotprenten, de tekeningen, nooit laten vallen, zelfs als anderen dit wel doen.” Macron zegt dat in het kader van de verdediging van de vrijheid van meningsuiting maar een deel van de islamitische wereld ziet het anders: de Franse president kiest openlijk de kant van degenen die de profeet beledigen.

De moord op Paty bracht ook Macrons actieplan tegen het islamisme in een stroomversnelling. Macron wilde een halt toeroepen aan de manier waarop de politieke islam steeds meer de publieke ruimte bezet, met name in het onderwijs. Zijn toespraak was bedoeld als de aanzet tot een wetsvoorstel dat in december aan het parlement zou worden voorgelegd, en waarover nog druk zou gediscussieerd worden.

Lees ook: De islamitische wereld is boos op Macron

Maar door de moord op Paty worden elementen ervan vervroegd uitgevoerd: de moskee van Pantin wordt gesloten, de islamitische ngo BarakaCity wordt verboden. Met name de Turkse president Recep Tayyip Erdogan ziet dat als een regelrechte aanval op de moslims in Frankrijk, en op de politieke islam waarvan Erdogan de verpersoonlijking is. Erdogan heeft Macron „geestesziek” genoemd.

In Nice heeft Macron donderdag gezegd dat „wij opnieuw zijn aangevallen omwille van onze waarden, onze drang naar vrijheid.” Hij zei ook dat hij meer vastberaden is dan ooit in zijn strijd tegen het „islamistisch terrorisme”.

Wie is de vijand

Maar wie is de vijand precies? Is Frankrijk met deze recente aanslagen in weer een nieuwe fase van het terrorisme beland? Feit is dat er al jaren geen grote, georganiseerde aanslagen meer zijn geweest zoals die van Parijs en Brussel in 2015 en 2016, waar er een directe link was met Islamitische Staat. Nu IS tenminste tijdelijk is uitgeschakeld als militaire organisatie, lijken terroristen niet meer over de logistieke capaciteit te beschikken om zoiets op poten te zetten.

Voorbij zijn ook de aanslagen door geradicaliseerde enkelingen die er zich op beriepen soldaten van het kalifaat te zijn. Hoewel Al Qaeda in september zijn dreigement tegen Charlie Hebdo heeft herhaald, hebben noch Al Qaeda noch IS de recente aanslagen in Frankrijk opgeëist. De daders van de aanslag tegen Charlie Hebdo in september van dit jaar, en van de moord op Paty, stonden niet bekend als geradicaliseerd. Dat alles maakt het voor de ordediensten nog moeilijker om hen op te sporen.

Zoals Wassim Nasr, journalist bij France24 en auteur van een boek over IS, woensdag zei in een interview met Le Figaro: „Het spectrum aan individuen die mogelijk tot daden kunnen overgaan wordt opnieuw groter. Want we hebben het hier niet meer over terrorisme met politieke doeleinden maar over fanatisme.”