Jacco Vonhof, voorzitter van MKB-Nederland.

Foto Ferdy Damman/ANP

Interview

‘Dood het virus niet door de economie te vermoorden’

Jacco Vonhof Voorzitter MKB-Nederland

MKB-voorman Jacco Vonhof is niet tevreden met de nieuwe kabinetsmaatregelen. Hij wil meer bescherming van ondernemers tegen schuldeisers. „We hebben kleine ondernemers straks keihard nodig. Als je hen door het putje jaagt, maak je onze toekomstige groei kapot.”

Het kwam als een grote verrassing voor Jacco Vonhof. De voorzitter van ondernemersvereniging MKB-Nederland zat dinsdagavond in zijn Haagse appartement naar het ‘persmoment’ van het kabinet te kijken. En opeens hoorde hij minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) zeggen dat „we zeker weten” dat de huidige beperkingen „veel langer nodig zullen zijn. Naar verwachting in ieder geval tot in december.”

Natuurlijk wist Vonhof dat een verlenging van de huidige maatregelen, waaronder het dicht blijven van de horeca, een optie was. Maar het kabinet had steeds gezegd dat hier pas later een beslissing over genomen wordt.

„We praten heel vaak met het kabinet en proberen elkaar niet te overvallen. Nou, dit overviel mij wel.” En ondernemers ook, zegt hij. „Voorspelbaarheid is voor onze achterban heel belangrijk: dat je je kunt voorbereiden op wat er komt.”

Dit is weer een tegenslag voor de horeca, terwijl andere sectoren minder hard worden geraakt. Is hier wrevel over?

„Ja. Ik zie iets gebeuren wat ik niet prettig vind. Dat we elkaar de maat gaan nemen: ‘waarom wij wel, en zij niet?’ Of: ‘als we allemaal pijn hebben, is dat beter.’ Dat is natuurlijk niet zo. Maar wij roepen het kabinet wel op die extreem getroffen branches ruimhartig te steunen en niet te zuinig te zijn.

„De uitbreiding van de steun die dinsdag is aangekondigd, geef ik net een voldoende, een 5,5. Nog steeds moeten horecaondernemers veel vaste lasten uit eigen zak betalen, terwijl ze geen of amper omzet hebben. En dan gaan ze het gewoon niet redden. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de evenementen, cultuur en reisbranche.”

Zijn daar al cijfers van? Het aantal faillissementen is nog steeds bijzonder laag.

„Dat blijft ingewikkeld. Maar het is net als met het virus. De mensen die straks in het ziekenhuis komen, zijn al twee weken eerder besmet. Toch zien we die nog niet in de cijfers. Zo zitten ondernemers nu nog aan het staatsinfuus, waardoor ze overeind blijven. Maar dat stopt een keer. En dan moet de Belastingdienst worden terugbetaald, dan wil de bank zijn rente en aflossing weer hebben, laten leveranciers hun uitstel van betaling los, en komt de huurbaas zijn geld halen. Als je hen nu te weinig steunt, vallen ze straks om.

„Ik wil geen Nostradamus zijn met kwaaie voorspellingen, maar ik maak me hier ernstig zorgen over. Ook over het persoonlijk leed van ondernemers die hun eigen geld en pensioen opsouperen.”

Welke steun ontbreekt nog?

„Wij willen bijvoorbeeld nog regelen dat ondernemers via een ‘winterslaap’ hun onderneming kunnen beschermen tegen schuldeisers, zodat ze niet omvallen. Wij noemen het een ‘time-outregeling’. Daar hoort bij dat je een ondernemer die ziet dat zijn of haar bedrijf niet meer levensvatbaar is na deze crisis, helpt om ermee te stoppen zonder dat die er persoonlijk kapot aan gaat.

„Dat is allemaal ontzettend moeilijk om te regelen. Je hebt met heel veel ministeries te maken, banken, de Belastingdienst. Daarom duurt het zo lang.”

Die schuldeisers zijn vaak ook ondernemers. Is het eerlijk als bijvoorbeeld een pandjesbaas met drie horecapanden maandenlang geen geld krijgt omdat al zijn huurders in winterslaap gaan?

„Als ze de vaste-lastensubsidie TVL blijven krijgen van het kabinet, kunnen ze een deel blijven betalen. En wat is het alternatief? Als ze alle drie failliet gaan, heeft die pandjesbaas niks: een leeg pand waar geen enkele ondernemer nu een kroeg in wil openen.”

In januari staat een verlaging van de loonsubsidie NOW en de vaste-lastensubsidie TVL gepland. Is dat wenselijk?

„Nee. Toen we daarover onderhandelden met het kabinet en vakbonden, gingen we ervan uit dat er geen grote tweede golf en geen tweede lockdown zou komen. Dan zou de economie snel weer gaan groeien en moesten bedrijven zich aanpassen aan de veranderde omstandigheden. Maar nu is die tweede golf er wel en zullen de ramingen van het Centraal Planbureau ook slechter gaan uitvallen. Dan kun je die verschraling ook niet meer doorvoeren.”

Riante steun kan ook bedrijven overeind houden die niet levensvatbaar zijn.

„Het houdt bedrijven overeind die buiten hun schuld worden getroffen. De vraag is niet: wie zal het overleven? Maar: wanneer laat je die strijd om het overleven beginnen? Die begint pas hierna.

„Ik snap best dat onze economie zal veranderen en dat sommige ondernemingen straks niet meer kunnen bestaan. Maar deze door een virus aangejaagde economische crisis mag ondernemers niet persoonlijk meesleuren in de ellende. We hebben hen straks weer keihard nodig om ons uit de crisis te investeren. Als je hen door het putje jaagt, maak je onze toekomstige groei kapot.”

De roep om een korte, strenge lockdown neemt toe. Even alles platleggen, zodat de economie daarna weer open kan. Wat vindt u daar van?

„Ik vertegenwoordig 125 brancheorganisaties die allemaal zeggen: als wij open kunnen blijven, is dat het minst schadelijk. Zelfs als je alles dichtgooit en het lukt om het aantal besmettingen terug te brengen: hebben we dan van het virus gewonnen?

„Dit is geen Nieuw-Zeeland. Wij zijn een hele open economie, met een belangrijke haven, Schiphol, arbeidsmigranten die in onze kassen komen werken. Dat virus komt gewoon weer de grens over. Daarom zou ik een lockdown een slecht idee vinden. En dan heb ik het nog niet eens over de kosten voor de economie. Mensen raken dan niet alleen hun baan kwijt, maar ook hun vertrouwen in de toekomst.”

Wat zou er moeten gebeuren als het aantal besmettingen nu te weinig daalt?

„Wij zijn druk bezig om te voorkomen dat die stevige lockdown er komt. We bespreken met onze achterban wat we nog meer kunnen doen om bijvoorbeeld de winkelstraat veilig te houden, zodat het kabinet bereid is om die open te houden.”

Kun je bijvoorbeeld ook zeggen: horecaondernemers die het goed doen mogen weer open, maar wie zich niet aan de regels houdt, moet sluiten?

„We moeten inderdaad regionaal kijken naar repressie en toezicht. Dat vinden we heel moeilijk in dit land, ik ook. We zijn individualistisch en denken dat het virus ons niet zal treffen. Maar als iemand zich niet aan de regels houdt, moet daar een consequentie aan verbonden zijn. Dat kan sluiting zijn, of een hele dikke boete. Maar dan moeten de regels ook heel duidelijk zijn.

„We praten hier al over met het kabinet. Het ministerie van Economische Zaken is daar echt goed mee bezig, om te kijken naar wat er wél kan.”

Hoe kijkt u naar het testbeleid van de overheid in de afgelopen maanden?

„Achteraf kijk je een koe in de kont. Het is ontzettend makkelijk om dat nu even te evalueren. Maar het is wel duidelijk dat grote delen van het testbeleid nog niet op orde zijn. Vooral als het gaat om het heel snel testen en snel een uitslag krijgen voor onze werknemers.”

Het kabinet komt nu met sneltestslocaties, los van de GGD’s. Daar hebben jullie als werkgeverslobby toch bij geholpen?

„Ja, het bedrijfsleven helpt bij het opzetten van de infrastructuur. Je kunt je alleen wel afvragen: hadden we dit niet veel eerder kunnen doen? Wij hebben al snel gezegd dat we hierbij willen helpen, omdat sneltesten belangrijk zijn om het virus in te dammen. Dan kun je daar natuurlijk allemaal vragen bij stellen: moet de markt dit wel doen, gaan ze daar dan geld aan verdienen, is de kwaliteit goed genoeg? Maar in een crisis heeft het geen zin om te blijven nadenken en overleggen. Wij zijn meer van het doen.”

Merkt u daar verschil tussen ministeries?

„Ja, ik noemde Economische Zaken al en ik wil ook Sociale Zaken een compliment geven. Dat is misschien logisch, omdat wij allemaal aan tafel zitten namens de economie. Hugo de Jonge kijkt, net als Rutte en Grapperhaus (minister van Justitie en Veiligheid, CDA), veel naar de korte termijn: het virus en de zorg. Dat snap ik vanuit hun rol. Maar je moet ook naar de lange termijn kijken: hoe zorgen we ervoor dat we ook in de toekomst goede zorg en goed onderwijs kunnen blijven betalen? Daar heb je gemeenschapsgeld voor nodig. Dan moet je nu niet de economie vermoorden om het virus te kunnen doden.”