Een imposante verschijning op de Utrechtse tippelzone

Redacteur Margot Poll signaleert welke boeken er ook nog zijn verschenen en kiest er steeds zes om kort te bespreken. Deze week gaan ze over scènes uit een huwelijk en een Prachtig Ongeluk.

1. Malka Adler: Twee broers uit Auschwitz

De Israëlische schrijver Malka Adler was nog jong toen zij de jongens voor het eerst zag; Dov en Yitzhak waren nog tieners toen zij in 1946 in ‘haar’ dorp kwamen wonen aan het meer van Galilea in Noord-Israël. Voor de lunch werden de jongens geadopteerd door de families in het dorp – Yitzhak kwam bij het gezin van Malka. Nooit durfde zij te vragen waarom de jongens daar alleen woonden, waar hun ouders waren. Pas later begreep zij dat het met de oorlog te maken had. Zestig jaar later belde zij de broers alsnog met de vraag of zij hun levensverhaal aan haar wilden vertellen. De mannen waren toen vijfenzeventig en zesenzeventig jaar oud en weigerden in eerste instantie omdat zij al zestig jaar gezwegen hadden – Yitzhak ook tegenover zijn kinderen. Uiteindelijk gingen zij overstag en begon Dov te vertellen over wat het Hongaarse gezin was overkomen toen het in 1944 op transport naar Auschwitz werd gezet. Adler ging in 2001 een jaar lang twee keer per week naar de mannen toe. In Twee broers uit Auschwitz doet zij verslag van deze ontmoetingen waarin Dov en Yitzhak afzonderlijk van elkaar vertellen over het leed dat hun in verschillende concentratiekampen is aangedaan en hoe zij uiteindelijk elkaar weer zouden zien in Buchenwald. Adler sprak ook met hun oudere zus Sarah met wie de broers na vier jaar in Israël herenigd werden. Alle drie herinneren zij zich de dagen in de kampen met een gruwelijke precisie – misschien dat het geheugen juist pijn en onrecht voor altijd opslaat.

Malka Adler: Twee broers uit Auschwitz. (The Brothers of Auschwitz). Vert. Ernst Bergboer. Mozaïek, 446 blz. € 22,99

2. Adriënne Schouw: In sluitertijd

Herinneringen van een heel andere soort zijn die van Adriënne Schouw aan haar man die zichzelf in augustus 2012 in hun tuin het leven ontnam. In de autobiografische roman In sluitertijd tracht zij die herinneringen, scènes uit hun huwelijk, te ‘reconstrueren als inleiding op zijn einde’. Samen met Marius, zoals de man in het boek heet, stapte zij in een samengesteld gezin, ze hadden een druk leven. Dat leek allemaal goed te gaan tot hij versomberde, antidepressiva ging slikken, daarmee stopte omdat de pillen zijn angst en woede dan wel dempten maar tegelijkertijd ‘elke betovering neersloegen’. De lezer voelt zich ongemakkelijk bij zoveel vertrouwelijkheden over ‘Caro’, zoals de vrouw heet, maar vooral over Marius. Voor Schouw is het schrijven (‘elke zin polijstend totdat hij glom van puurheid’) niet alleen een poging de puzzel hoe het zo ver heeft kunnen komen te ontleden maar ook een opstand tegen het leven zonder hem. Wat Schouw zonder meer goed doet is zelfmoord bespreekbaar maken; van het benoemen ervan (want wat zeg je tegen de buitenwereld? Een vreselijk ongeluk, een hartstilstand, een zelfgekozen dood of suïcide?) tot het uiten van kritiek op methodes waarmee bij haar man het gevaar voor suïcide gemeten werd. Zij stelt dat er te weinig compassie is met zelfmoordenaars – dat het voelt alsof Marius ‘postuum ondraaglijk te kijk wordt gezet’. Deze en andere gevoelens tonen enerzijds haar boosheid anderzijds haar liefde voor haar overleden echtgenoot.

Adriënne Schouw: In sluitertijd. Gloude publishing, 252 blz. € 21,99

Praten over zelfmoordgedachten kan anoniem via de chat op 113.nl of bel 113 of 0800-0113.

3. Versch. auteurs en kunstenaars: Wat Niet Is Maar Kan Zijn

In 2018 schreef burgerrechtenadvocaat, hoogleraar en columnist Michelle Alexander een essay voor The New York Times waarin zij zich afvroeg wat het zou betekenen als we allemaal in reïncarnatie zouden geloven. De pointe van haar betoog: ‘Als je vandaag zou sterven en één generatie later terugkeert, in welke wereld zou je dan geboren willen worden, ongeacht waar of wie je bent. Het ‘ongeacht waar of wie je bent’ benadrukte zij zo: ‘Tenzij de wereld radicaal verandert, is de kans groot dat we zouden terugkeren als niet-witte vrouw die van minder dan 2,5 dollar per dag moet leven.’ Haar verhaal is opgenomen in Wat Niet Is Maar Kan Zijn waarin de vraag in welke wereld je zou willen terugkeren, aan negentien internationale schrijvers en kunstenaars is voorgelegd. Zo stelt schrijver en columnist Sander Donkers zich voor dat hij terugkeert als Braziliaanse tiener in Rio de Janeiro die in de geschiedenislessen alles leert over het Prachtige Ongeluk dat de wereld heeft getroffen. Schrijver en columnist Clarice Gargard is stelliger en betoogt dat we niet alleen moeten denken maar vooral moeten doen zodat onze grootouders die nu terugkeren een rechtvaardiger wereld aantreffen. Het unieke werk van de kunstenaars is met uitleg in deze publicatie afgedrukt en nog te zien tot eind november op de tentoonstelling A Fair Share of Utopia, verdeeld over Den Haag en Amsterdam.

Versch. auteurs en kunstenaars: Wat Niet Is Maar Kan Zijn, Uitgeverij Jurgen Maas, 135 Blz. € 15.

4. Guido Bindels: Zuchten van de ziel

Omdat journalist en muziekliefhebber Guido Bindels in de zomer van 2020 even geen zin meer had in al die sombere coronaverhalen of de talkshows waar deskundigen over elkaar heen buitelden, begon hij op Facebook de pagina Zuchten van de ziel. ‘Persoonlijke muziekpareltjes met een persoonlijk verhaal’. Elke avond een aflevering die bestond uit muziek, een filmpje plus het verhaal waarom. Bindels werd ook nieuwsgierig naar de smaak en de persoonlijke verhalen van anderen en vroeg gastschrijvers mee te doen. Voor de gelijknamige bundel Zuchten van de ziel koos Bindels de beste bijdragen van andere (sport-)journalisten, onbekenden en vele mooie verhalen en muziekkeuzes van Bindels zelf. Hij memoreert bijvoorbeeld het optreden afgelopen voorjaar van (de blinde) Italiaanse tenor Andrea Bocelli die op een helemaal leeg, verstild Piazza del Duomo in Milaan Amazing Grace zingt. Op de bijbehorende website is de muziek te horen en zijn de clips te zien.

Guido Bindels: Zuchten van de ziel. Bijzondere muziek in bijzondere tijden. De Kring, 285 blz. € 19,99

5. Maarten Toonder: De grote Barribal

Grappig idee om het oude Olivier B. Bommel-verhaal De grote Barribal (de strip met een doorlopend verhaal verscheen in 1965-1966 in NRC Handelsblad) van Marten Toonder (1912-2005) opnieuw uit te geven en het als ‘Amerikaanse verkiezingseditie’ te presenteren. In het voorwoord van De grote Barribal legt Amerika-correspondent Michiel Vos uitspraken van Toonders Barribal één op één naast uitspraken van Trump. De grote Barribal is een vermeende reus die alleen met ‘duidelijke taal’ spreekt, ‘rechtvaardige wetten’ en ‘zwaardere straffen’ belooft. Het is dan ook niet moeilijk om in de demagoog Barribal uit de jaren zestig, karaktertrekken van de huidige Amerikaanse president te zien. En om het nog absurdistischer te maken, dicht Vos Bommel zulke goede eigenschappen toe, dat hij gelooft dat de Verenigde Staten beter af zullen zijn met Bommel dan met Trump. Vervolgens volgt een mooie pastiche waaraan een ‘heer van stand’ moet voldoen om het Witte Huis te bereiken.

Maarten Toonder: De grote Barribal. Voorwoord Michiel Vos. De Bezige Bij, 70 blz. € 9,99

6. Jan Schoenmaker: De wijkagent

Alleen al om zijn baard – toen nog rood – zal hij een imposante verschijning zijn geweest op de Utrechtse tippelzone (‘een wat troosteloze ventweg’) in Transwijk. In De wijkagent tekent oud-politieman Jan Schoenmaker zijn herinneringen op aan de bijna twintig jaar dat hij er werkte als wijkagent. Hij maakte mee hoe ‘de Baan’, zoals de zone genoemd wordt, veranderde van het afvoerputje van de maatschappij in een veilige werkplek voor prostituees dat internationale navolging kreeg. Met collega’s en andere instanties wist Schoenmaker de vrouwen bijvoorbeeld uit handen van mensenhandelaren te houden. Of zette hij erop in mishandeling door dealers voor de rechter te brengen al waren vrouwen niet altijd bereid mee te werken want ‘als een moordenaar gratis dope geeft, doe je geen aangifte tegen hem’. Veel straatverhalen dus van en over de vrouwen van wie er veel door een verkeerd vriendje verzeild raakten in het vak. Bij zijn laatste keer in de HAP-bus (Huiskamer Aanloop Prostituees) kreeg hij een afscheid met sketches en een dankboek van de vrouwen die hij al die jaren in de gaten hield.

Jan Schoenmaker: De wijkagent. Twintig jaar op de Utrechtse tippelzone. Ambo|Anthos, 255 blz. € 12,99