Philip Akkerman: ‘Alles wat ik maak, dat ben ik. Ook als ik lieg’

Interview | Philip Akkerman Schilder & dagboekschrijver Philip Akkerman (1957), schildert zichzelf bijna dagelijks. Al 39 jaar. Meer dan 10.000 keer. Ook houdt hij sinds zijn academietijd een dagboek bij, waarvan nu een bloemlezing is verschenen. Een gesprek aan de hand van 11 citaten.
Acht van de duizenden zelfportretten van Philip Akkerman (montage).
Acht van de duizenden zelfportretten van Philip Akkerman (montage). Philip Akkerman

Philip Akkerman tekende en schilderde sinds 1981 ruim tienduizend zelfportretten. Zou hij ook zonder zijn dagboek daarmee zijn begonnen? En als hij zijn getob niet steeds van zich had afgeschreven, zou hij het dan wel hebben volgehouden, bijna vier decennia achtereen „het hoofd van Philip Akkerman op een plankie” schilderen?

De kunstenaar vraagt het zich af in de inleiding van zijn recent verschenen Kunstenaarsdagboek. Een vaak hilarische bloemlezing vol korte notities, waarin Akkerman veel piekert over de juiste schilderstechniek, scheldt op de kunstwereld, en filosofeert over de ondoorgrondelijkheid van het bestaan. Steeds opnieuw belijdt hij ook, in steeds andere bewoordingen, zijn liefde voor de schilderkunst: „Echk vindt chgildere so leuk, soleu, da’dk meself, asdk ant schildere ben, da;k meself dwinge mot omn an an dere ingen te dinken.” Elf citaten toegelicht.

 

1 „Ondervinding is je enige leermeester. Je grasduint in ongeveer alle mogelijke stijlen. Geen enkele voldoet je voor de volle 100 procent. Dit is een uiterst belangrijke periode. Je ontdekt wat je wilt. Als een kind dat speelt, volwassenen imiteert en op een gegeven moment weet wat hij nodig heeft.”

1978

„Dit schreef ik als 21-jarige academiestudent, maar ik had het vandaag kunnen schrijven. In veertig jaar tijd ben ik niks veranderd. Als ik in mijn atelier vastloop, kopieer ik nog altijd als een kind bewonderde kunstenaars. Door iets nieuws te ondervinden kom ik verder. Nu ben ik bijvoorbeeld bezig met een serie zelfportretten à la de portretten van de zestiende-eeuwse Spaanse schilder Luis de Morales. Heel leerzaam.

„Als student was ik een twijfelaar, ik voelde me dom, een sukkel. Dat ben ik natuurlijk nog steeds. Maar nu ik zo oud ben, zie ik dat andere mensen vaak nog veel dommer en sukkeliger zijn. Waarom ik mijn gedachten opschreef? Als ik dat deed dwaalden mijn gedachten niet meer als spoken door mijn hoofd. Zoals Archimedes zei: ‘Geef mij een steunpunt en ik verplaats de aarde.’ Dat dagboek was mijn steunpunt.”

 

Een mens heeft geen geheugen voor zelfportretten. Jimi Hendrix zie ik direct voor me, maar Philip Akkerman niet

 

2 „Het is zo. Zelfportretten. O.K. Het is cliché, het is te bedacht, het is niet nieuw, het is academisch, het is nageaapt. Maar: ik wil het doen! Ouwehoer. Oude lul. Hou je kop toch eens g.v.d.”

2 juli 1981

„Als student deed ik altijd wat in me opkwam. Ik probeerde steeds een ander onderwerp, een andere stijl, ik sprong van de hak op de tak. Op een dag besloot ik te gaan portretschilderen. Dat lukte maar matig, met zelfportretten wilde ik oefenen. Aanvankelijk was het zeker niet mijn bedoeling om daar de rest van mijn leven mee door te gaan. Die beslissing nam ik een paar maanden later, toen ik er een stuk of veertig had gemaakt. Zelfportretten maken paste mij als een handschoen. Dat docenten het me ontraadden en zeiden: ‘Doe dat maar op je zolderkamertje’, daar trok ik me niets van aan. Hoe onzeker ik ook was, ik wist dat ik mijn eigen gevoel moest volgen.”

1981 - No. 1
Philip Akkerman
1984 - No. 37
Philip Akkerman
1988 - No. 9
Philip Akkerman
1992 - No. 76
Philip Akkerman

3 „Broehaha, even moet ik huilen. Want ik ben zo slecht. Ik wil zoveel beter worden. Broehaha.”

25 augustus 1986

„In het begin interesseerde het me niet hoe ik mijn zelfportretten maakte. De gedachte – het concept – vond ik belangrijker dan de uitvoering. Tot ik op een dag in 1985 een heel mooi zelfportret maakte en het me de volgende dag niet lukte om er weer zo eentje te maken. In technisch opzicht was ik een onbehouwen kluns.

„Toen herinnerde ik me een academiedocent die eens vertelde over de schildertechniek van de oude meesters. Hoe die het werkproces opsplitsten in drieën: eerst een tekening, dan een zorgvuldige onderschildering waarbij ze donker en licht aangaven, en ten slotte de kleur. Met die gefaseerde opbouw konden ze het werk veel beter beheersen en sturen. Zo werk ik sindsdien: met oude techniek maak ik moderne schilderijen. Het onderwerp, een zelfportret, en de techniek liggen vast. Die zekerheden geven mij de vrijheid om eindeloos te experimenteren met alles wat mij te binnen schiet. En het mooie is: technisch ga ik nog altijd vooruit.”

4 „Onder de ondertekening van mijn schilderij schrijf ik met Oost-Indische inkt: ‘Weg met kunsthistorici’. Dit verdwijnt geheel onder de verflagen, maar als die klootzakken het lef hebben om mijn schilderijen over 1.000 jaar met infraroodcamera’s te bekijken, dan zullen ze schrikken!”

7 januari 1987

„Ja, in mijn dagboek mopper ik vaak over kunsthistorici. Net als docenten debiteren ze zoveel onzin: kunst moet dit, kunst moet dat. De kunst is veel te intellectueel geworden. Ik krijg er een kick van als een schoonmaker in een museum voor een schilderij van mij blijft staan en er in opgaat. Mijn ambitie: mooie schilderijen maken.”

5 „Bij mijn zelfportretten streef ik niet naar, heb ik nooit gestreefd naar en streef ik zelfs steeds minder naar gelijkenis, in welk opzicht dan ook.”

28 september 1990

„Ik schilder niet alleen mezelf, maar de hele mensheid, het bestaan zelf, wat doet gelijkenis er dan toe? Jij zegt dat sommige zelfportretten sprekend op mij lijken. Ik zou niet weten welke. Na tienduizend zelfportretten heb ik nog steeds geen idee hoe ik er zelf uitzie. Daar heeft een mens geen geheugen voor. Jimi Hendrix zie ik direct voor me, maar Philip Akkerman niet.

„Mijn docenten hamerden destijds op integriteit, dat je eerlijk moest zijn tegenover jezelf. Ik dacht altijd: hoezo, ik ben toch geen rechter of notaris? Integriteit heeft niks met kunst te maken. Alles wat ik maak, dat ben ik. Ook als ik lieg, is dat blijkbaar hoe ik ben.”

6 „Mijn werk is niet vernieuwend, het is samenvattend en concluderend. Het is de kunst van een eindtijd.”

11 februari 1994

„Mijn werk is gebaseerd op de geschiedenis van de schilderkunst, een soort samenvatting. Het is zo serieus als kanker, maar het is tegelijk een spel waarvan kijkers hopelijk vrolijk kunnen worden, ook als het somber is. Zoals mij gebeurt met de boeken van Céline, de Franse schrijver die vreselijke dingen beschrijft, maar op zo’n manier dat ik er blij van word.”

1997 - No. 86
Philip Akkerman
2000 - No. 64
Philip Akkerman
2005 - No. 71
Philip Akkerman
2008 - No. 105
Philip Akkerman

7 „Wie wil er nu nog loodgieter worden? Of verpleegster? Of schoolmeester? Iedereen wil makkelijk geld verdienen zonder vieze handjes te krijgen. Iedereen achter de computer. In de kunst is het niet anders.”

24 november 2000

„Schilderkunst is een aflopende zaak. Op academies wordt schilderen ontmoedigd. Hier in Den Haag fiets ik vaak langs ministeries. Daar zag ik jarenlang kunst hangen. Nu zijn de wanden leeg. Mensen willen liever een zwart-witfoto van New York aan de muur dan een schilderij.

„Hoe dat komt? Schilderkunst is dé uitingsvorm van de vrije burger. Die komt in het gedrang. Om te voorkomen dat de wereld vergaat, moeten er drastische stappen worden genomen. Die aankomende dictatuur voorvoelen mensen kennelijk. Musea presenteren nu sociaal en maatschappelijk geëngageerde kunst. Klimaatkunst, politieke kunst.” Lachend: „Mijn werk is de laatste stuiptrekking van het vrije individu.”

8 „Vroeger twijfelde ik hevig: linksaf? rechtsaf? rechtdoor? achteruit? Ik wist het niet en deed maar wat. Blind op mijn gevoel. Nu, 40 jaar later, kijk ik achterom: Ik ging al die tijd een kaarsrechte weg…”

29 november 2018

„Als je doet wat je leraren je adviseren beland je op een zijspoor. Blind tastend vind je je eigen weg, het spoor waarop je je kunt ontplooien.”

9 „Reve en Schopenhauer zitten diep in mijn poriën. Dankzij die twee heb ik veel over mezelf en over de wereld ontdekt en kan ik het allemaal beter formuleren. En dankzij mijn dagboek, dat is ook een voordeel van een dagboek, weet ik dat ik het al met hen eens was, voordat ik ooit iets van hen las.”

10 februari 2018

„Toen ik een paar jaar zelfportretten had geschilderd, kreeg ik steeds vaker de vraag: ‘Waarom schilder je alleen zelfportretten?’ Daarop ging ik boeken lezen over psychologie, over narcisme, over filosofie. Al snel concludeerde ik: het gaat mij niet om mezelf, niet om mijn psychologie, maar om iets groters. Maar het echte antwoord vond ik pas jaren later toen ik het oeuvre van de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer, mijn favoriete schrijver, voor de derde keer las en op een zin stuitte die ik eerder over het hoofd had gezien. Hij schreef: ‘Het doel van het bestaan is het maken van een zelfportret.’ Volgens Schopenhauer is het bestaan een blinde kracht, die alleen door de mens zichzelf kan waarnemen en overdenken. Omdat wij de enige zijn die dat kunnen is dat onze opdracht.”

2010 - No. 75
Philip Akkerman
2012 - No. 9
Philip Akkerman
2016 - No. 3
Philip Akkerman
2020 - No. 75
Philip Akkerman

10 „Optimisme en hoop zijn de grootste vergissingen van onze tijd. Daardoor verzinnen we steeds weer nieuwe oplossingen, die steeds meer nieuwe ellende veroorzaken.”

30 januari 2015

„Ik ben een vrolijk, opgewekt mens, nog nooit een dag depressief geweest. Maar als ik over het bestaan nadenk, ben ik een pessimist. Als je er rationeel bij stilstaat is het leven toch een ramp? Alleen omdat we zo graag willen leven, gedreven worden door wat Schopenhauer de blinde wil noemt, proberen we er met een beetje dopamine maar het beste van te maken. Haha.

„Ze zeggen dat de computer ooit intelligenter wordt dan de mens. Op de dag dat zover is, pleegt die computer zelfmoord. Slimmere wezens dan mensen kunnen niet bestaan, die maken namelijk korte metten met die blinde wil. Hoe intelligenter, hoe groter de ontvankelijkheid voor het lijden.”

 

Als die klootzakken van kunsthistorici het lef hebben om mijn schilderijen over 1.000 jaar met infraroodcamera’s te bekijken, dan zullen ze schrikken!

 

11 „Ik ben het monster.”

23 december 2019

„We denken altijd dat anderen het monster zijn, maar wij zijn uiteraard hún monster. Nog een keer Schopenhauer: ‘Elk levend wezen is niet een pars pro toto van het bestaan, maar is het volledige bestaan.’ Dus al die slechte dingen uit de wereldgeschiedenis, daar is ieder mens op metafysische wijze verantwoordelijk voor.

„Als alle mensen pessimist zouden worden, gaat de wereld erop vooruit. Dan zouden we geen uitvindingen meer doen die de wereld zogenaamd beter maken. Alleen technisch boekt de mens steeds vooruitgang. Dat geldt voor mijzelf als schilder, maar ook voor de mensheid in haar geheel. Zoals ik nu niet anders ben dan op mijn achttiende, zo zijn wij als mensheid nog altijd die prehistorische aap die met een knuppel zijn buurman wil doodslaan. Met dit verschil dat wij door een rode knop in te drukken nu één miljoen mensen tegelijk kunnen doden.

„De techniek die bedoeld was om het leven beter te maken, leidt tot onze ondergang. Internet brengt de mensen niet bij elkaar, zoals de belofte was, maar drijft ze met fake news uit elkaar. En de ijskappen smelten omdat we allemaal zo fijn in een auto kunnen rondrijden. Zonder de voortschrijdende techniek hadden we nog altijd hooguit de buurman kunnen doodmeppen.”

‘Kunstenaarsdagboek’ (Nai010 uitgevers, 226 blz., €19,95. Inl: philipakkerman.com
Podcast. Steven van Lummel en Justin Verkijk maakten een driedelige podcast over Akkermans dagboek, luister hem via NRC Audio: De moord op Philip Akkerman.