Museum Ludwig in Keulen ontdekt vele valse Russen in de collectie

Russische avant-gardekunst Op de kunstmarkt circuleren duizenden vervalsingen van Russische avant-gardisten als Lissitzky. Museum Ludwig in Keulen doet daarom onderzoek naar zijn collectie Russen. Bijna de helft blijkt vervalst, zo laat het museum zien op een sterke tentoonstelling.

VALS. Detail van ‘Landschap’ , tot voor kort toegeschreven aan Olga Rozanova. Het is echter geschilderd op een synthetische stof die in 1918, haar sterfjaar, nog niet bestond.
VALS. Detail van ‘Landschap’ , tot voor kort toegeschreven aan Olga Rozanova. Het is echter geschilderd op een synthetische stof die in 1918, haar sterfjaar, nog niet bestond. Foto Rheinisches Bildarchiv Köln

Er bestaat meer valse dan echte kunst van Russische avant-gardisten als El Lissitzky en Nina Kogan. Maar bewijzen dat bijvoorbeeld een doek van Aleksandr Rodtsjenko uit 1918 een vervalsing is, is moeilijk, zo bleek in 2018 tijdens de rechtszaak in Wiesbaden tegen Itzhak Zarug en Moez Ben Hazaz. Vijf jaar eerder had de Duitse politie 1.000 schilderijen en tekeningen van Russische avant-gardisten in beslag genomen die deze twee kunsthandelaren hadden opgeslagen in een doodgewone meubelwinkel in Wiesbaden. Op verschillende plekken in Israël en Zwitserland werden nog eens 500 werken uit hun bezit geconfisqueerd.

De inbeslagname van 1.500 schilderijen en tekeningen, waarvan het vermoeden bestond dat het overgrote deel, zo niet alles, vals is, wekte de hoop dat nu eindelijk eens zou worden aangetoond dat de handel in Russische avant-gardekunst voor een belangrijk deel in handen is van criminele bendes. Vele duizenden vervalsingen hebben die in de loop der jaren laten maken, compleet met op oude typemachines getikte echtheidscertificaten van experts en gefingeerde of geheimgehouden herkomsten.

Maar na jarenlang onderzoek stonden de twee handelaren in een 150 dagen durend proces in Wiesbaden terecht voor slechts 19 schilderijen waarvan het Duitse Openbaar Ministerie meende te kunnen bewijzen dat ze vals waren. Na tegenstrijdige verklaringen van tien verschillende, door de aanklager en verdediging opgeroepen experts veroordeelde de rechter Zarug en Hazaz uiteindelijk tot respectievelijk 32 en 36 maanden gevangenisstraf wegens de vervalsing van drie werken.

Zaalbeeld van de expositie Russische Avantgarde im Museum Ludwig. Original und Fälschung. De kleine gouache rechts is Kostuumontwerp Herodes van Alexandra Exter. Links daarvan het grotere, valse schilderij van Museum Ludwig.

Foto Chrysant Scheewe/ Rheinisches Bildarchiv, Köln

Liever in de waan

Nu, twee jaar later, levert Museum Ludwig in Keulen wel het overtuigende bewijs dat veel van de honderd schilderijen van Russische avant-gardisten in zijn bezit niet „authentiek” zijn, zoals de plaatsvervangend directeur van het museum Rita Kersting het noemt. In 2011, toen het museum de omvangrijke collectie Russen kreeg als schenking uit de erfenis van de Duitse verzamelaars Peter en Irene Ludwig, bestonden twijfels over de echtheid van enkele schilderijen.

Veel private eigenaren van een duur, dubieus schilderij blijven het liefst in de waan dat het echt is en vormen zo, gewild of ongewild, een gesloten front met vervalsers en handelaren. Maar Museum Ludwig is het museum voor moderne kunst van de stad Keulen en wil, als eigenaar van een nu publieke collectie, weten welke van de 100 schilderijen van Russische avant-gardisten vals zijn. Om duidelijkheid hierover te krijgen begon het museum in 2011 een grondig onderzoek.

De eerste resultaten van dit onderzoek, dat onder meer bestaat uit röntgenfoto’s van schilderijen en chemische analyse van de gebruikte verf, zijn nu te zien op de tentoonstelling Russische Avantgarde im Museum Ludwig. Original und Fälschung. Een groot deel van de collectie Russen blijkt niet te zijn gemaakt door de kunstenaar aan wie ze zijn toegeschreven: van de 49 tot nu onderzochte schilderijen zijn 22 „niet authentiek”. Op de tentoonstelling hangen nu 24 schilderijen waarvan 13 vals.

Synthetische vezels

Een van dertien waarvan de toeschrijving niet klopt, is Kostuumontwerp Herodes van Alexandra Exter, een werk waarvan Museum Ludwig al lang de echtheid betwijfelde. Het staande olieverfschilderij van 81 bij 57 cm, dat uit 1921 zou stammen, is een bijna exacte kopie van een veel kleinere versie die Exter in 1917 voor een enscenering in het Moskouse Kamerny Teatr van het toneelstuk Salome van Oscar Wilde met waterverf op karton schilderde. Al in 2016 wees chemisch onderzoek uit dat voor het doek een verfsoort is gebruikt die pas vanaf 1966/1967 in de Sovjet-Unie beschikbaar was.

Schilderkundige Architektonik’ van Museum Ludwig in Keulen (links) is een vervalsing van het gelijknamige schilderij van Ljoebov Popova in het Museo Nacional Thyssen-Bornemisza in Madrid (rechts). De vervalsing, die op een minder complexe en verfijnde manier is geschilderd, hing altijd verticaal.

Foto’s Rheinisches Bildarchiv Köln, Museo Nacional Thyssen-Bornemisza

Ook de abstract-geometrische Schilderkundige Architektonik van Ljoebov Popova die uit omstreeks 1920 zou dateren, is bijna een kopie. Het doek lijkt sprekend op Popova’s Schilderkundige Architektonik uit 1918 in het Museum Thyssen-Bornemisza in Madrid, en werd altijd een kwartslag gedraaid opgehangen. Al in 1993 werd betwijfeld of de Keulse Popova wel echt was. Op de twee lijsten die kort voor en na de dood van Popova in 1924 van haar oeuvre zijn gemaakt, stond het immers niet. In 1999 bleek bij onderzoek dat de Architektonik van Museum Ludwig een okeren grondering heeft, terwijl die van alle bekende echte Popova’s wit is. Nu hebben de onderzoekers Petra Mandt en Irina Kokkori na een inspectie van de tweelingschilderijen met onder meer infrarood licht ook nog vastgesteld dat de schilderwijze van de Architektonik in Keulen veel minder complex en verfijnd is dan die in Madrid. De Keulse kopie heeft in de catalogus nu dan ook het predicaat frühere Zuschreibung Ljubov Popova gekregen, ‘eerdere toeschrijving aan’, vals dus.

Landschap (demontage van vormen) van Olga Rozanova uit 1913 is verwant met Man op straat van dezelfde kunstenares in Museum Thyssen-Bornemisza. De Keulse variatie is een 180 graden gedraaide versie, waarin de kubo-futuristische vormen van een man en gebouwen zijn verdwenen. Maar het doek waarop de Keulse Rozanova is geschilderd, blijkt te bestaan uit synthetische vezels die in 1918, het sterfjaar van Rozanova, nog niet bestonden.

Man op straat’ (rechts) uit 1913 van Olga Rozanova en ‘Landschap’ (links), dat tot nu toe ook werd toegeschreven aan Rozanova maar na onderzoek een vervalsing is gebleken.

Foto’s Museo Nacional Thyssen-Bornemisza, Rheinisches Bildarchiv Köln

Intimidatie

De collectie Russische avant-garde van Museum Ludwig, die zo’n 600 schilderijen, tekeningen, foto’s en collages omvat, werd in de jaren 1976-1996 bijeengebracht door de Akense chocoladefabrikant Peter Ludwig (1925-1996) en zijn vrouw Irene Ludwig-Monheim (1927-2010). Ongeveer tweederde van de werken kochten de Ludwigs bij galerie Gmurzynska in Keulen. Al begin jaren zeventig, toen avant-gardistische kunst in de Sovjet-Unie nog verboden was, slaagde deze in Russische avant-garde gespecialiseerde galerie erin om werken van Lissitzky en andere Russische modernisten in de Sovjet-Unie op te sporen en naar Duitsland te smokkelen. Omdat zowel de kunst zelf als de export ervan verboden was, hield galerie Gmurzynska de herkomst bijna altijd geheim.

Lees ook: Smokkel met permissie. De exodus van avant-gardekunst uit de Sovjet-Unie

Ook na de opheffing van de Sovjet-Unie in 1991 bleef het in de handel van avant-gardekunst uit Rusland de gewoonte om de herkomst niet te vermelden. Weliswaar was abstracte kunst toen niet langer verboden, maar de export van kunst van voor 1945 wel. De geheimzinnigheid over de herkomst maakte het vervalsen nog aantrekkelijker dan het wegens de veelal eenvoudige abstract-geometrische vormen al was.

Een berucht geval van vervalsing zijn de vele tientallen schilderijen, tekeningen en gouaches van Nina Kogan, een leerling van Kazimir Malevitsj, die in de jaren tachtig op de kunstmarkt opdoken. Haar abstracte, ‘suprematistische’ werken, die decennialang jaren bewaard zouden zijn door niet nader genoemde vrienden, werden gekocht door onder anderen de Ludwigs en Thyssen-Bornemisza.

Begin jaren negentig werd vastgesteld dat alles van Kogan wat in het Westen was beland, vals was. Ook over de echtheid van andere werken van Russische avant-gardisten in West-Europese collecties uitten experts toen steeds vaker hun twijfels. Maar meestal was een dreigement van een kunsthandelaar met een rechtszaak wegens laster en reputatieschade voldoende om kunsthistorici, verzamelaars en journalisten te weerhouden van verder onderzoek, merkt Petra Kersting op in de catalogus van Original und Fälschung.

Dreigen met een rechtszaak was meestal genoeg om journalisten te weerhouden van verder onderzoek

Stedelijk Museum

Galerie Gmurzynska zette dit middel twee keer in tegen NRC Handelsblad, toen het in 1996 eerst publiceerde over de betrokkenheid van de Keulse galerie bij de handel in valse Kogans en later over de smokkel van de grote collectie Russische avant-gardekunst van Nikolaj Chardzjiëv (1903-1996) naar Nederland. Het smokkelen van de collectie-Chardzjiëv, met een geschatte waarde van 100 miljoen euro, die zich nu in het Stedelijk Museum in Amsterdam bevindt, deed galerie Gmurzynska in 1993 niet voor niets. Als ‘beloning’ kocht Gmurzynska van Chardzjiëv vier schilderijen en twee gouaches van Malevitsj voor slechts 2,5 miljoen dollar – de zes topwerken waren destijds al het tienvoudige waard. Een van de vier schilderijen werd verkocht aan de Ludwigs.

Zes van de dertien werken die Museum Ludwig nu als ‘frühere Zuschreibung’ heeft bestempeld, hebben de Ludwigs gekocht van galerie Gmurzynska. Vlak voor de opening begon Gmurzynska dan ook een rechtszaak tegen het museum om vooraf inzage in de resultaten van het onderzoek te krijgen. In hoger beroep verloor de galerie de rechtszaak, zodat er voor Krystyna Gmurzynska, dochter van de oprichtster, niets anders op zat dan op de persconferentie voor de tentoonstelling vlugschriften op de stoelen te leggen. Hierin beweerde ze dat het onderzoek van Museum Ludwig „oppervlakkig” was en „nauwelijks meer kennis” had opgeleverd. Ironisch genoeg is dit laatste niet eens helemaal onwaar. Het is tenslotte al tientallen jaren een publiek geheim dat een groot deel van de werken van Russische avant-gardisten in West-Europa en Amerika vervalsingen zijn. Maar nooit eerder zijn de bewijzen van zo veel vervalsingen zo onomstotelijk geleverd als nu in Museum Ludwig.

Russische Avantgarde im Museum Ludwig. Original und Fälschung. Fragen, Untersuchungen, Erklärungen. T/m 3 jan, Museum Ludwig, Keulen. Catalogus € 29,90. Inl: museum-ludwig.de
Vanwege corona is het museum t/m 30 nov gesloten. Het symposium over de Russische avant-garde op 6 en 7 november vindt daarom enkel online plaats. Registreren via zoom-museum@gmx.de