Een op de drie Nederlandse industriebedrijven reorganiseert

Crisis in de industrie Industriebedrijven zien hun omzet dalen. Een op de drie zegt te gaan reorganiseren. Ook is er onvrede over gebrekkig testbeleid.

Koning Willem-Alexander en koningin Máxima tijdens een bezoek aan GKN Fokker, dat onder meer onderdelen levert aan Airbus. Luchvaartmaatschappijen schrappen hun bestellingen, en dat raakt ook toeleveranciers van vliegtuigbouwers.
Koning Willem-Alexander en koningin Máxima tijdens een bezoek aan GKN Fokker, dat onder meer onderdelen levert aan Airbus. Luchvaartmaatschappijen schrappen hun bestellingen, en dat raakt ook toeleveranciers van vliegtuigbouwers. Foto Robin Utrecht/ANP

Meer dan een op de drie bedrijven in de Nederlandse industriesector gaat een reorganisatie uitvoeren of heeft dat al gedaan. Dat blijkt uit een enquête van FME, de ondernemersorganisatie voor industriebedrijven, die afgelopen twee weken is ingevuld door 519 algemeen directeuren in de sector.

De enquête toont hoe groot de impact van de coronacrisis nu al is op het bedrijfsleven, ook buiten direct getroffen sectoren zoals de horeca en evenementenbranche.

„Deze tweede coronagolf hakt er ontzettend hard in”, zegt Geert Huizinga, directeur industriebeleid bij FME. Tot de ruim tweeduizend leden van de brancheorganisatie behoren grote concerns als Tata Steel, ASML, VDL en Philips, maar ook veel middelgrote en kleine bedrijven. Er werken zo’n 226.000 werknemers.

Bijna 60 procent van de directeuren die de enquête invulden, verwacht de laatste drie maanden van dit jaar een lagere omzet dan vorig jaar. Ongeveer 46 procent verwacht ook volgend jaar nog een lagere omzet dan in 2019.

Consumenten en bedrijven stellen veel aankopen uit en dat merkt de industrie direct. „Er wordt nu bijvoorbeeld minder autogereden”, zegt Huizinga. „Dan zien wij dat consumenten minder auto’s kopen, dat het onderhoud van auto’s wordt uitgesteld en er dus minder auto-onderdelen worden besteld.”

Lees ook dit verhaal: Europese autobouwers raken steeds dieper in de problemen

En omdat veel vliegtuigen nu aan de grond blijven staan, schrappen luchtvaartmaatschappijen bestellingen. Ook dat merken Nederlandse bedrijven. „GKN Fokker levert bijvoorbeeld onderdelen aan Airbus”, zegt Huizinga, „en heeft zelf ook weer toeleveranciers”. „Zo veroorzaakt het een domino-effect en wordt een hele keten van bedrijven geraakt.”

‘Onnodig ziekteverzuim door testbeleid’

In het voorjaar hebben veel bedrijven al afscheid genomen van flexwerkers of besloten om tijdelijke dienstverbanden niet te verlengen. Voor een op de drie bedrijven in de industriesector blijkt dat nog niet genoeg te zijn. Ongeveer 16 procent van de bedrijven is al begonnen aan het inkrimpen van hun personeelsbestand. Ruim 20 procent zegt dat nog te gaan doen.

Deze tweede coronagolf hakt er ontzettend hard in

Geert Huizinga Directeur industriebeleid FME

Zo’n ingreep doet pijn voor bedrijven in deze sector, zegt Huizinga. „Wij hebben een tekort aan technisch personeel, dus dan wil je hen het liefst zo lang mogelijk vasthouden.” Dus als de omzet langdurig onder druk staat, zal een bedrijf altijd eerst andere kostenbesparing zoeken, zegt hij. „Dit is echt de laatste stap.”

Uit de enquête blijkt ook hoe ontevreden de directeuren zijn met het coronatestbeleid van de overheid. Bijna de helft van de respondenten herkent zich in de stelling: „Wij ervaren onnodig ziekteverzuim doordat medewerkers lang op een test en/of uitslag moeten wachten.”

Iets meer dan een op de drie bedrijven wil niet meer afhankelijk zijn van de GGD’s. 14 procent gebruikt al een eigen (snel)test zodat werknemers sneller een uitslag kunnen krijgen. Nog eens 20 procent heeft plannen om een eigen test in gebruik te nemen.