Een Europese richtlijn voor „behoorlijk” loon

Sociaal beleid De Europese Commissie presenteerde woensdag haar langverwachte plan voor „adequate minimumlonen”. Zonder bedragen of harde normen, maar lidstaten moeten wel jaarlijks rapporteren over hun inspanningen aan Brussel.

Eurocommissaris Nicolas Schmit stelt dat de noodzaak voor een ‘socialer Europa’ juist door de coronacrisis duidelijk wordt.
Eurocommissaris Nicolas Schmit stelt dat de noodzaak voor een ‘socialer Europa’ juist door de coronacrisis duidelijk wordt. Foto Virginia Mayo / EPA

Een ‘Europees minimumloon’ mag het expliciet niet heten. Maar met een nieuw voorstel voor een Europese richtlijn die werknemers een „behoorlijk” loon moet garanderen, begeeft de Europese Commissie zich wel op heikel terrein: sociaal beleid.

Deze woensdag presenteerde de Commissie haar langverwachte plan voor „adequate minimumlonen”. Bedragen of harde normen staan daarin niet, wel wil ze dat alle lidstaten duidelijke criteria opstellen, sociale partners bij de onderhandelingen betrekken en jaarlijks rapporteren aan Brussel. Bovenal is het een heel voorzichtige aanzet tot Europese afstemming op een terrein waarover het continent hevig verdeeld is.

De noodzaak voor een ‘socialer Europa’ wordt juist door de coronacrisis duidelijk, aldus verantwoordelijk Eurocommissaris Nicolas Schmit woensdag. Maar ook daarvoor al groeiden de zorgen over sociale ongelijkheid en armoede. Het aandeel ‘werkende armen’ groeide in Europa tussen 2007 en 2018 van 8,3 naar 9,4 procent. Ook een ‘race to the bottom’, waarbij werk wordt uitbesteed aan laagbetaalde werknemers in Oost-Europa, leidde de afgelopen jaren tot groeiende kritiek.

Meer aandacht voor ongelijkheid

Al in 2017 kwamen regeringsleiders overeen dat de Europese Unie meer aandacht zou moeten hebben voor sociale zekerheid en ongelijkheid. Het thema werd ook geagendeerd door de sociaal-democraten, onder leiding van PvdA’er Frans Timmermans, voorafgaand aan de Europese verkiezingen van 2019. Om steun te krijgen in het Europees Parlement beloofde Commissievoorzitter Ursula von der Leyen het hoge prioriteit te geven.

Tegelijk leverde alleen de aankondiging al een storm van kritiek op. Bijvoorbeeld van Scandinavische lidstaten, waar weliswaar geen minimum is vastgelegd, maar de lonen door sterke collectieve arbeidsovereenkomsten wel hoger liggen. Zij voelen niks voor Europese bemoeienis met hun systeem. Oost-Europese lidstaten willen evenmin een verplichting hun lonen te verhogen, om hun concurrentiepositie niet in gevaar te brengen. In Zuid-Europa zou men juist een veel hoger minimumloon willen vastleggen.

De Commissie beweegt nu voorzichtig tussen al die rode lijnen door, daarbij ook gebonden aan het Europees Verdrag dat stelt dat alleen landen over de hoogte van inkomens gaan. Met de verplichting een wettelijk minimumloon in te voeren komt ze niet, noch met precieze criteria voor de vaststelling. Wel geeft ze een toetssteen die landen kunnen gebruiken, zoals de koopkracht, toeslagen en belastingen en de algemene loonontwikkeling. Aan de hand daarvan moeten lidstaten jaarlijks aan Brussel rapporteren.

Geen ‘ondergrens’

Voorafgaand aan de presentatie van de plannen pleitten Europese sociaal-democraten en vakbonden voor een verplichting het minimumloon vast te leggen op ten minste 60 procent van het mediane loon van een land. Maar in het definitieve voorstel is van een ‘ondergrens’ geen sprake meer, en noemt de Commissie het percentage alleen als criterium waarnaar landen kunnen kijken. Voor Nederland zou dat overigens een verhoging van het minimumloon met enkele euro’s betekenen.

De Commissie zet vooral in op het versterken van overleg over arbeidsvoorwaarden tussen sociale partners en hoopt een ‘dynamiek naar boven’ op gang te brengen. Lidstaten waar minder dan 70 procent van de werknemers onder een CAO valt, worden aangespoord dat percentage op te krikken. In Nederland valt rond de 80 procent onder een CAO.

Het voorstel mag afgezwakt zijn, of de richtlijn er uiteindelijk komt is nog verre van zeker. Het onderwerp verdeelt Europa nog altijd sterk en voor implementatie wachten lange onderhandelingen tussen lidstaten en Europarlement.