Zeven op de tien studenten lenen bij, gemiddeld 700 euro per maand

Studiefinanciering Sinds de invoering van het leenstelsel zijn meer studenten gaan lenen en is ook het gemiddelde leenbedrag omhoog gegaan.
Jongeren studeren eenmalig in het Concertgebouw in Amsterdam.
Jongeren studeren eenmalig in het Concertgebouw in Amsterdam. ANP/Robin van Lonkhuijsen

Bijna zeven op de tien studenten hadden vorig jaar een studielening. Zij leenden een gemiddeld bedrag van zevenhonderd euro per maand. Dat blijkt uit dinsdag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Zowel het aantal studenten dat leent als de hoogte van de leningen is sinds de invoering van het leenstelsel in 2015 omhoog gegaan.

Het CBS heeft gekeken naar voltijdstudenten die een hbo- of wo-opleiding volgden. Rond 2010 had een op de vijf 18-jarige studenten een lening van bijna driehonderd euro per maand. In het jaar na de invoering van het leenstelsel leenden bijna drie op de vijf studenten van die leeftijd voor een bedrag van gemiddeld 512 euro. Het percentage studenten dat leent liep de afgelopen jaren bij iedere generatie op, evenals het gemiddelde maandbedrag. Hierdoor loopt de studieschuld harder op voor jongere generaties.

Uit cijfers van het CBS blijkt ook dat 85 procent van de studenten in 2019 een bijbaan had. Dit aandeel is niet veranderd, wel zijn de studenten steeds meer gaan verdienen. 19-jarige werkende studenten verdienden in 2017 en 2018 gemiddeld 418 euro per maand, in 2008 en 2009 was dit 369 euro naar prijzen van 2019. De toename komt deels doordat studenten meer uren maken. Daarnaast speelt de verhoging van het minimumloon een rol.

Lees ook over de invloed van het leenstelsel op doorstroming naar het hoger onderwijs.