Tijdens jaarlijkse trek werkt vleermuisafweer anders

Immuunsysteem Ruige dwergvleermuizen besparen energie door hun afweer tijdens de jaarlijkse migratie op een andere manier te laten werken.

De ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) vliegt twee keer per jaar tweeduizend kilometer tussen Oost- en West-Europa.
De ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) vliegt twee keer per jaar tweeduizend kilometer tussen Oost- en West-Europa. Foto Getty Images

Het immuunsysteem van ruige dwergvleermuizen verandert tijdens hun jaarlijkse migratie. Tijdens de duizenden kilometers lange vlucht vanuit kraamgebieden in de Baltische Staten naar overwinteringsgebieden in Zuidwest-Europa (in de nazomer) en weer terug (in het voorjaar) reageert een deel van hun afweersysteem minder sterk. Op die manier besparen ze energie, schrijft een Europees team van biologen in Scientific Reports.

Langeafstandstrek is uitputtend. Om zo’n reis te overleven, kan het voordelig zijn om energie te sparen, bijvoorbeeld door het immuunsysteem minder hard te laten werken. Onder andere van merels en dwerglijsters is bekend dat hun afweer tijdens de jaarlijkse trek op een lager pitje staat. Maar hoe dat bij vleermuizen zit, was nog niet bekend.

Niet alle vleermuizen migreren over lange afstanden: veel soorten overwinteren binnen enkele kilometers van het kraamverblijf. De ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) vormt daarop een uitzondering, door tweemaal per jaar de afstand tussen Oost- en West-Europa te overbruggen. Hemelsbreed gaat het om ruim tweeduizend kilometer.

Eiwit in bloedplasma

De vleermuizen blijken tijdens de trek te bezuinigen op de energetisch kostbare aanmaak van witte bloedcellen. Ter compensatie kan hun lichaam extra investeren in de aanmaak van ‘ontstekingsfactoren’.

Dat concluderen de onderzoekers op basis van de concentratie van het eiwit haptoglobine in het bloedplasma. Dat eiwit is een ontstekingsfactor: het moet de schade door infectie beperken. Die haptoglobineconcentratie blijft in principe jaarrond gelijk, maar als het immuunsysteem op de proef wordt gesteld (in dit geval opgewekt door een injectie met de gifstof LPS) schiet de productie van ontstekingsfactoren van migrerende vleermuizen plotseling omhoog, terwijl er bij niet-migrerende vleermuizen weinig verandert.

De aanmaak van haptoglobine is sneller en energiezuiniger dan die van witte bloedcellen. Daarom zou het eiwit een logische eerste verdedigingslinie zijn voor vleermuizen die tijdens hun reis te maken hebben met ‘uitdagingen’ van het immuunsysteem.

Bij kanoetstrandlopers vermindert de immuniteit ook tijdens de migratie

Viroloog Thijs Kuiken van het Erasmus MC noemt het een interessante studie, juist omdat het nu bij vleermuizen is uitgevoerd. „Een nadeel is dat je nog steeds niet weet hoe de vleermuizen op een échte infectie zouden reageren tijdens de trek – die injectie met LPS is niet natuurgetrouw.” Zelf publiceerde Kuiken in 2011 met een team van onderzoekers – onder wie hoogleraar trekvogelecologie Theunis Piersma – in PLOS ONE een artikel over verminderde immuniteit van kanoetstrandlopers tijdens de vogeltrek. „Daarbij infecteerden we de vogels met een sterk ziekmakend vogelgriepvirus, en vervolgens hebben we het verschil in uitscheiding en weerstand gemeten.” Ze zagen onder andere een sterke toename van het ‘immuunonderdrukkende’ hormoon corticosteron bij kanoetstrandlopers tijdens de migratieperiode. „Dat past bij het beeld van verlaagde immuniteit tijdens de trek.”

Niet gevaarlijker

Opvallend was dat er relatief evenveel vogels ziek werden vóór, tijdens en na de trek, en dat ze evenveel virus uitscheidden. „Maar binnen de groep migrerende kanoetstrandlopers zagen we wel een sterkere en langere uitscheiding van het virus bij dieren met een hogere corticosteronspiegel in hun bloed. Op die manier zouden ze tijdens de trek extra besmettelijk kunnen zijn voor andere dieren.”

Dat dat ook geldt voor trekkende ruige dwergvleermuizen is niet gezegd, benadrukt Kuiken. „Het risico dat ze ziektes overbrengen is sowieso heel gering. Er zijn veel soorten vleermuizen – pakweg één op de vier zoogdiersoorten is een vleermuis – en daardoor líjkt het soms dat ze buitensporig veel ziektes overbrengen, maar dat is niet het geval. De vleermuis is wat dat betreft zeker niet gevaarlijker dan andere diersoorten.”

Bovendien zijn dus lang niet alle vleermuizen trekvleermuizen. „Er zijn ook een heleboel soorten die de kou gewoon ontwijken door in winterslaap te gaan, of door standaard in de tropen of subtropen te leven.”