Opinie

Sportbonden moeten verantwoordelijkheid nemen voor hun sport

Hersenschade

Commentaar

Sport wordt door de meeste beoefenaars van oudsher gezien als een nuttige en aangename manier om de gezondheid van lichaam en geest op een effectieve manier te bevorderen. Dat sommige sporten ook lichamelijke risico’s met zich meebrengen, bijvoorbeeld contactsporten als voetbal of rugby, zal voor niemand als een verrassing komen. Wat de invloed op de langere termijn is van bijvoorbeeld een carrière lang ballen wegkoppen door een voetballer, of een loopbaan met talloze botsingen in American football of bodychecks in het ijshockey, is minder bekend.

Onderzoek naar hersenletsel in de sport is wél gedaan. Daarom is het des te opmerkelijker dat NRC in een onderzoek vaststelt dat een internationale groep invloedrijke wetenschappers, gesteund door grote sportbonden als IOC (Internationaal Olympisch Comité), FIFA (voetbal), NFL (American football) en NHL (ijshockey), systematisch een groot deel van de wetenschappelijke publicaties negeert waarin wordt gewezen op de gevaren van sommige sporten voor de hersenen. Daar blijft het niet bij; onafhankelijke hersenwetenschappers die op basis van hun eigen onderzoek wél op die gevaren willen wijzen, zeggen zelfs door die bonden te worden tegengewerkt.

Uit het NRC-onderzoek naar de praktijk in de internationale sportwereld stijgt een beeld op van machtige sportbonden die doelbewust de potentiële gevaren onderbelicht willen laten uit angst voor negatieve beeldvorming en, als gevolg daarvan, potentiële commerciële en financiële schade.

Wegkijken van mogelijk onwelgevallig onderzoek druist in tegen alle menselijke en wetenschappelijke normen. Bovendien rijzen vragen over civiele aansprakelijkheid; het zou kunnen leiden tot claims van sporters wegens nalatigheid van de bonden, of erger.

Sporters hebben het recht te weten wat er kan gebeuren tijdens hun vrijetijdsbesteding, of bij de uitoefening van hun vak. Mocht dan uit wetenschappelijk onderzoek blijken dat jarenlang ballen koppen bij een voetballer kan leiden tot hersenschade, zoals dementie, dan kunnen sportfederaties en sporters zich buigen over de vraag hoe dit in de toekomst kan worden voorkomen.

Inmiddels lijkt het erop dat een aantal wetenschappers, mede aangezet door de publicatie in NRC, in beweging komt. Zo wil de Nederlandse neuropsycholoog Erik Matser, die zegt eerder in zijn carrière te zijn tegengewerkt door FIFA, een onafhankelijk instituut voor sportneurologie oprichten. Ook FIFA zelf zegt in een reactie een wetenschappelijke groep te willen formeren die hersenschade in het voetbal gaat onderzoeken.

Dergelijke initiatieven zijn belangrijk, maar het is vooral de hoogste tijd. Veel te lang hebben wetenschappers weggekeken en onderzoeken van collega’s gefrustreerd omdat zij andere belangen meer waarde toekenden dan het gezondheidsbelang van miljoenen sporters over de hele wereld.

Sportfederaties moeten verantwoordelijkheid nemen voor hun sport en de beoefenaars. De bonden moeten op zijn minst willen weten welke risico’s sporters – profs en amateurs – lopen bij het uitoefenen van hun beroep of het beoefenen van hun hobby. Onafhankelijk onderzoek naar de fysieke schade die een sport kan berokkenen, op korte of lange termijn, is daarbij onontbeerlijk. Dat geldt nog sterker voor takken van sport waarin die risico’s al zijn aangetoond.