Recensie

Nostalgisch muziektheater van Padding en Thomése is intiem poëtisch en verfijnd armetierig

Recensie ‘Grensvariaties’ heet de nieuwe voorstelling van componist Martijn Padding en schrijver P.F. Thomése. Dit weekend ging het werk in première ging bij Dag in de Branding, festival voor nieuwe muziek.

Schrijver Frans Thomése en musici van het New European Ensemble tijdens de ‘Dag in de Branding’
Schrijver Frans Thomése en musici van het New European Ensemble tijdens de ‘Dag in de Branding’ Foto Rob Hogeslag

Op een dag houd je op met naar huis te gaan. Althans, je keert wel terug naar het adres waar je woont, maar ergens onderweg naar volwassenheid is het kinderlijke ‘eiland van vanzelfsprekendheid’ definitief uit zicht geraakt.

Schrijver P.F. Thomése stelt het nuchter vast in theater Korzo. Dubbelgevouwen in een te klein schoolbankje leest hij eigen teksten voor. Een diascherm toont een close-up van het tafelblad, waarop hij zich met een kroontjespen het schuinschrift van de lagere school probeert te herinneren.

Rondom doen vijf musici van het New European Ensemble (NEuE) moedige pogingen om niet te verdwalen in de ratjetoe aan voorwerpen die componist Martijn Padding voorschrijft als instrumentarium. Schuurpapier. Kistjes. Een megafoon. Een keyboard vol plastic geluidjes.

Klik-klakkende kokosnoten

‘Grensvariaties’ heet de nieuwe voorstelling van Padding en Thomése die afgelopen weekend in première ging bij Dag in de Branding, kwartaalfestival voor nieuwe muziek. Vergeleken met hun eerste samenwerking, de uitbundige opera Laika (2014), is het een ingetogen stuk geworden. Thema’s: ‘heimwee in de tijd’, ofwel terugverlangen naar iets wat onherroepelijk verdwenen is. Maar ook: de vloeibaarheid van grenzen. Waar gaat jeugd precies over in volwassenheid, schemering in duisternis, fantasie in werkelijkheid?

In een caleidoscoop van autobiografische miniatuurtjes bepleit Thomése dat grenzen zich pas aftekenen als je ze al bent overgegaan. Neem die zomervakantie in de jaren zestig: als een onverschrokken Winnetou draaft de kleine Frans door de Winterswijkse bossen op zijn ros (eigenlijk een sjokkende pony, getuige sloom klik-klakkende kokosnoten in het ensemble). Als hij tegen de avond een woonwijk binnenrijdt, blijken de mensen tot zijn grote verbazing Duits te spreken.

Het is mooi hoe Thomése in zijn woorden de klassieke mythologie en wereldliteratuur laat meeresoneren. In de verwilderde tuin van zijn ouderlijk huis struint zijn vader rond als pijprokende faun. De Waal transformeert tot de Mississippi van Huckleberry Finn, Hollandse weides tot Russische steppe.

Bloempot-gamelan

‘Grensvariaties’ is een intieme, poëtische voorstelling. Melancholisch ook, maar op een lichte manier, zonder sentimenteel te worden. Een soortgelijke dubbelgerichtheid kenmerkt de muziek, waarin Padding de musici dwingt hun grenzen op te zoeken.

Lees ook ‘Componeren in corona-tijd’

Zo klust fluitist Felicia van den End (bezwerende basfluitsolo) bij als zangeres en melodica-speler. Harpist Astrid Haring bedient simultaan een basdrum en altviolist Emlyn Stam knerpt tegendraadse ritmes uit een bak met grind. Het resultaat is een verfijnd-armetierige hybride van kamermuziek, hoorspel-elementen en een sjofel straatorkestje.

Meeslepend zijn de momenten waarop Padding je met geraffineerd klankonderzoek meezuigt in Thoméses verdroomde herinneringen. De staande klok uit het ouderlijk huis weerklinkt in antieke stemvorken op houten kistjes. Als Thomése zijn Molukse schoonvader per schip laat arriveren in de Rotterdamse haven, toveren de musici gamelanklanken uit terracotta bloempotten als ‘regenmuziek’.