De tijd van internet als vrijhaven is straks geschiedenis

Techbedrijven Vanaf het prille begin zijn internetdiensten niet aansprakelijk voor de inhoud die gebruikers plaatsen. Van dat leidende juridische principe willen Amerikaanse en Europese beleidsmakers af.

Illustratie Tomas Schats

Er zal bij weinig mensen een belletje rinkelen als ze horen over ‘Sectie 230’, laat staan de Europese tegenhanger: artikelen 14 en 15 van de Richtlijn inzake Elektronische Handel. Toch zijn deze wetten voor een groot deel verantwoordelijk voor hoe het internet er vandaag uitziet, en heeft iedere Amerikaanse of Europese internetgebruiker er zo goed als dagelijks mee te maken.

Het leidende juridische principe: internetdiensten zijn niet aansprakelijk voor de inhoud die gebruikers plaatsen. Dat betekent dat YouTube niet aansprakelijk is als een complotdenker het platform gebruikt om aan te zetten tot geweld tegen premier Rutte en dat Facebook niet kan worden aangeklaagd als een columnist op het platform een stortvloed van haat en discriminatie over zich heen gestort krijgt. Het is moeilijk voor te stellen hoe socialemediabedrijven zouden kunnen functioneren zonder de juridische bescherming die in de begintijd van het internet werd vastgelegd. Toch tornen beleidsmakers aan de juridische fundering onder de huidige interneteconomie, met mogelijk verstrekkende gevolgen.

Europese beleidsmakers willen de richtlijn aanpassen om de macht van grote internetplatforms te beteugelen. Eind dit jaar komt de Europese Commissie met nieuwe regels. Ook de Tweede Kamer wil dat socialemediabedrijven meer verantwoordelijkheid nemen voor illegale en schadelijke content. Het onderwerp staat deze woensdag op de agenda tijdens een Kamerdebat over desinformatie.

Eveneens deze woensdag worden topmannen Mark Zuckerberg (Facebook), Sundar Pichai (Google) en Jack Dorsey (Twitter) door het Amerikaanse Congres ondervraagd over Sectie 230. Net als hun Europese collega’s willen zowel de Republikeinen als de Democraten de almacht van de grote techplatforms breken. En waar beter te beginnen dan de wetgeving die hun ongekende groei mogelijk heeft gemaakt?

Van pril tot almachtig

Sectie 230 van de Amerikaanse Communications Decency Act en artikelen 14 en 15 van de Richtlijn inzake Elektronische Handel werden respectievelijk in 1996 en 2000 opgetuigd om het prille internet te laten groeien. De gedachte was dat zonder deze juridische bescherming internetbedrijven nooit het risico zouden durven nemen om hun diensten aan te bieden.

„Het ging toen vooral om het hosten van websites”, zegt hoogleraar internetrecht Arno Lodder (VU). De vraag was of hostingbedrijven vergelijkbaar waren met uitgevers in de offline wereld, en dus vergelijkbare plichten hadden. Een uitgever is deels aansprakelijk voor overtredingen in boek of krant. „Een klassieke zaak uit die tijd draaide om Karin Spaink die op haar website documenten van Scientology Kerk wilde plaatsen. Scientology wilde hostingprovider XS4ALL aansprakelijk stellen voor het publiceren van de auteursrechtelijk beschermde documenten. Daar is toen een tien jaar durende rechtszaak over gevoerd.” XS4ALL won.

Inmiddels valt een breed scala aan uitingen onder de wetgeving: van posts op Facebook tot recensies op Amazon en commentaren op forums. Dat geeft wel aan waarom de wetgeving verouderd is, zegt Lodder. „Het huidige internet is onvergelijkbaar met het internet van eind jaren negentig. Toen bestond er nog geen eBay waar mensen allerlei producten aanbieden of Facebook waar mensen hele pagina’s en groepen beheren. Iedereen voelt wel aan dat Facebook een grotere verantwoordelijkheidsplicht heeft voor inhoud dan providers die geen enkele redactionele invloed uitoefenen.”

Bovendien, zegt mediajurist Paddy Leerssen van de Universiteit van Amsterdam, ligt de tijd dat internetbedrijven geholpen moesten worden om te groeien ver achter ons. De bescherming tegen aansprakelijkheid werd opgetuigd om prille internetdiensten een ‘veilige haven’ te bieden tegen allerlei juridische claims veroorzaakt door hun gebruikers. „Die bedrijven zijn inmiddels uitgegroeid tot almachtige platforms die kleine spelers verdringen en bepalen waar de grenzen van de meningsuiting ligt.” De veilige haven is een luxe jachthaven geworden, gedomineerd door de superjachten van Facebook, Google en Amazon. „Beleidsmakers redeneren: met macht komt ook verantwoordelijkheid”, zegt Leerssen. „En omdat de techplatforms er niet in zijn geslaagd zinvolle zelfregulering op te tuigen, willen ze de platforms met nieuwe regels tot beter gedrag dwingen.”

Door nieuwe Europese wetgeving zijn de eerste scheurtjes in de voor techplatforms comfortabele bescherming tegen aansprakelijkheid al zichtbaar. Zo worden platforms binnenkort verplicht om berichten van terreurorganisaties binnen een uur na melding te verwijderen, op straffe van hoge boetes. Dat betekent dat de platforms veel harder hun best moeten doen om terreurcontent te monitoren. Ook de vorig jaar aangenomen Europese Auteursrechtenrichtlijn betekent een verscherping van de juridische bescherming tegen aansprakelijkheid. De richtlijn bepaalt dat platforms die eerst niet verantwoordelijk waren voor een copyright-overtreding (tenzij zij een melding van een rechthebbende ontvingen), binnenkort altijd verantwoordelijk zijn, tenzij er een deal is gesloten met de rechthebbende.

Poortwachterplatforms

De Europese Commissie komt vermoedelijk eind dit jaar met nieuwe wetgeving die de Richtlijn inzake Elektronische Handel gaat vervangen. Daarin zal van de uitzonderingspositie voor internetdiensten vermoedelijk weinig overblijven. Het Europees Parlement adviseerde vorige week dat het „leidende principe” voor de nieuwe wetgeving moet worden dat „wat offline illegaal is ook online illegaal is”.

Burgerrechtenactivisten waarschuwen dat door de juridische bescherming af te schaffen de vrijheid van meningsuiting in gevaar kan komen. Met hoge boetes in het vooruitzicht kunnen techplatforms in de verleiding komen veel meer uitingen te weren dan strikt noodzakelijk. Daarom pleit het Europees Parlement voor een scheiding tussen illegale en schadelijke content. De laatste categorie, waar desinformatie onder valt, moet bestreden worden met betere transparantie en niet met censuur.

In de nieuwe regels zullen grote techplatforms waarschijnlijk een andere juridische status krijgen dan kleine spelers. „De Europese Commissie heeft daar de term ‘poortwachterplatforms’ voor bedacht”, weet mediajurist Leerssen. „De redenering is dat grotere internetplatforms aan strengere eisen moeten voldoen, omdat hun maatschappelijke impact groter is. Bovendien hebben de grote spelers het geld en de mankracht om ingrijpende regels door te voeren. Beleidsmakers willen voorkomen dat kleine spelers door te strenge regels in de kiem worden gesmoord.”

Hoogleraar Lodder verwacht bovendien meer maatwerk. „Nu gelden dezelfde regels voor alle internetdiensten. Maar de digitale markt is zo veelzijdig dat het veel logischer is om aparte regels te maken voor bijvoorbeeld zoekmachines, e-commerce en sociale media.”

Als het gaat om het verwijderen van content hoopt Leerssen dat internetbedrijven worden verplicht tot betere procedures. Leerssen: „Techplatforms moeten hun voorwaarden duidelijker definiëren. Er moet veel meer transparantie komen over het materiaal en de accounts die ze censureren. Gebruikers moeten in beroep kunnen gaan tegen hun beslissingen. Daar schuurt het momenteel nog enorm.”

Rol voor toezichthouders

Ook in de VS zijn beleidsmakers het erover eens dat de juridische bescherming van internetplatforms niet meer van deze tijd is. De hoorzitting van woensdag met drie belangrijke techtopmannen draait om het aanpassen van Sectie 230, waarin die bescherming is geregeld. Maar over de manier waarop de wet moet worden veranderd verschillen de Republikeinen en Democraten nogal van mening.

Republikeinen zien de ontmanteling van Sectie 230 als een manier om socialemediabedrijven te straffen voor de veronderstelde onderdrukking van conservatieve stemmen. Het is nooit bewezen dat techplatforms specifiek conservatieve gebruikers censureren, wel hebben ze veel (radicaal) rechtse accounts verwijderd omdat ze vaker optreden tegen desinformatie en discriminatie. Sectie 230 beschermt platforms niet alleen tegen claims voor materiaal dat ze laten staan, maar ook tegen claims vanwege materiaal dat ze verwijderen. President Trump, wiens berichten door Twitter en Facebook meermaals zijn verwijderd of voorzien van een waarschuwingslabel, wil dat toezichthouders gaan bepalen wanneer een sociaal netwerk berichten kan verwijderen of aanpassen.

Democraten willen Sectie 230 ook aanpassen, maar eerder omdat platforms volgens hen te weinig berichten verwijderen. Zij zien het aanpassen van Sectie 230 als een manier om platforms verantwoordelijk te maken voor ongebreidelde misinformatie, discriminatie en andere vormen van schadelijke online content.

Er zijn tal van wetsvoorstellen ingediend, maar over slechts een klein aantal bestaat consensus. Zo willen zowel Democraten als Republikeinen dat socialemediabedrijven meer doen om kinderen online te beschermen.

Toch zal Silicon Valley er na de hoorzitting van woensdag niet gerust op zijn dat hun comfortabele bescherming tegen aansprakelijkheid nog lang stand zal houden. Wie er ook de verkiezingen van 3 november wint.