Winkelen in coronatijd: ‘We nemen het er nog even van’

Corona-gedrag Ondanks de coronamaatregelen winkelen mensen nog massaal. Op stap met een gedragspsycholoog in een overvol winkelcentrum. „Het is heel menselijk om te denken: het zijn ánderen die besmet kunnen raken.”

Winkelend publiek in het centrum van Rotterdam.

Winkelend publiek in het centrum van Rotterdam.

Foto David van Dam

Gedragspsycholoog Inge Merkelbach heeft altijd een mondkapje in haar tas. In winkels zet ze die op. In de Rotterdamse wijk Spangen waar ze woont is ze vaak de enige die dat doet. Dat voelt ongemakkelijk. Nu zijn we in de binnenstad, vlak naast de Bijenkorf. In de winkels draagt al het personeel een mondkapje en wordt klanten verzocht dat ook te doen. Merkelbach: „Hier voelt het weer gek om het kapje níet op te zetten.”

Het analyseren van menselijk gedrag en kijken hoe je dat kunt beïnvloeden, is juist in de corona-pandemie belangrijk. Het houdt Merkelbach en collega-gedragspsychologen van de Erasmus universiteit in Rotterdam de afgelopen maanden bezig: „Hoe krijg je mensen zo ver dat ze de maatregelen volgen?”

We lopen van de Bijenkorf naar de Lijnbaan. Aan de overkant van de trambaan is de rij voor de Starbucks nog langer dan de rij voor de Bijenkorf. Het is zaterdagmiddag en erg druk. Mensen zigzaggen om elkaar heen. Hier loopt een divers publiek: groepjes jongeren, stelletjes, ouderen en veel gezinnen. De anderhalve meter afstand wordt voortdurend overschreden.

Merkelbach is niet verbaasd over de drukte. „Shoppen is een van de weinige vormen van vrijetijdsbesteding die nog mag. Bovendien is het weer nu guurder dan tijdens de eerste golf in het voorjaar waardoor mensen minder de neiging zullen hebben om een strandwandeling te gaan maken. Ze denken ook: straks komt er misschien een totale lockdown. We nemen het er nog even van.”

Maar nemen ze dan voor lief dat ze zo besmet kunnen raken? Merkelbach: „Het is heel menselijk om te denken: het zijn ánderen die besmet kunnen raken. Mij overkomt dat niet. Net zoals rokers vaak denken dat de ándere rokers er ziek van worden. Zijzelf niet. Dat noemen we de optimisme-bias. Dat wordt anders als er mensen in de nabije omgeving besmet raken en flink ziek worden. Dan is het gevaar opeens reëler. Daarom zie je niet alleen jongeren die het niet te nauw nemen met de regels, maar ook ouderen. Iedereen kan lijden aan die optimisme-bias. Er zijn ook jongeren én ouderen die de regels wel heel serieus nemen.”

Lees ook het verhaal over hoe we de veerkracht kunnen opbrengen om de tweede golf te doorstaan

Terwijl we richting de Lijnbaan lopen, legt Merkelbach het begrip ‘temporal discounting’ uit. „We zijn gevoeliger voor beloningen die we nu krijgen dan voor beloningen in de toekomst. Dat geldt nog sterker als we niet weten wannéér in de toekomst we die beloning krijgen. Dus dat we ooit meer vrijheden zullen kunnen genieten als het virus weer onder controle is, is té vaag en té ver weg om daar nu allerlei leuke dingen voor te laten schieten.”

Om mensen te bewegen zich wél aan de maatregelen te houden, moeten ze die in ieder geval kénnen, zegt Merkelbach. Ze wijst naar de borden, de rode strepen op de grond, de pijlen op de tegels. En naar de jongeren in groene jacks met ‘Rotterdam Centrum’ op de rug, die het winkelend publiek op de juiste looprichting wijzen. „Dit is goed”, zegt ze. „De regels worden op verschillende manieren verteld. Zet je alleen een bord neer, dan zien mensen dat al snel niet meer.”

„Je moet ‘nudgen’; mensen verleiden om het juiste gedrag te vertonen.”

Gemeenten en overheden zijn geneigd vooral veel informatie te geven. Maar dat alleen is niet genoeg, zegt Merkelbach. Je moet ook ‘nudgen’; mensen verleiden om het juiste gedrag te vertonen. Dat kan bijvoorbeeld door ‘rolmodellen’ in te zetten die het goede voorbeeld geven.

Omdat iedereen andere rolmodellen heeft, moeten dat verschillende mensen zijn. Influencers, verkopers in winkels, alle gezagsdragers, mensen die respect genieten in verschillende ‘communities’. „Omdat er zoveel verschillende Rotterdammers zijn die zich op een ándere manier laten beïnvloeden, is er geen one size fits all communicatie. De gemeente moet differentiëren.”

Wiebelfase

We zijn aangekomen op het Binnenwegplein. Hier eten Rotterdammers frietjes op de vele bankjes. Daar wordt de anderhalve meter weer wel in acht genomen. Mensen zijn gewoontedieren, zegt Merkelbach. „Je ziet dat het nu not done is om naast elkaar op een bankje te gaan zitten. Net als dat nog maar weinigen een hand proberen te geven of iemand ter begroeting op de wang willen zoenen.” Ze lacht. „Als een mondkapje dragen verplicht wordt, dan krijg je eerst een wiebelfase, mensen die het vergeten of niet willen doen. Maar na een tijdje draagt iedereen het. Het valt te leren.”

De gemeente Rotterdam maakt gebruik van de kennis van gedragswetenschappers van de Erasmus Universiteit. En het zou goed zijn, zegt Merkelbach, als de landelijke overheid dat ook zou doen. „In het Outbreak Management Team horen naast medici ook echt gedragspsychologen. Juist omdat we met aangepast gedrag het virus te lijf moeten.”

Rotterdamse beleidsmakers en wetenschappers overleggen in de Behavioural Insights Group Rotterdam (Big’R). Zo adviseerden de gedragspsychologen hoe de anderhalve meter regels het beste te communiceren op gemeentelijke locaties. Om antwoord te geven op zo’n vraag wordt het gedrag van de mensen op betreffende locatie geobserveerd en geanalyseerd en worden er interviews afgenomen. Het bleek dat de communicatie op het stadhuis, waar huwelijken worden gesloten, het beste vrolijk kan, met een kwinkslag. Op de werkvloer moet dat serieuzer.

Jongeren wijzen het winkelend publiek op de coronamaatregelen. Foto David van Dam

Beeldbellen

Nu zijn de gedragspsychologen voor de gemeente bezig met onderzoek naar huisartszorg in corona-tijden. Hoe ervaren patiënten consulten via beeldbellen? Worden ze goed opgevangen als operaties worden uitgesteld? De meeste mensen hebben er begrip voor dat de zorg er nu even anders uitziet, zo blijkt. Maar er zijn ook problemen. Voor sommige klachten en patiënten is beeldbellen geen goede vervanging voor een bezoek aan de huisarts. Daarnaast zijn er patiënten die huisarts niet meer bellen. Zij denken dat de huisarts het te druk heeft of zijn bang besmet te raken. Merkelbach: „Dat kan gevaarlijk zijn. Wat de gezondheidsuitkomsten van mensen met chronische ziekten op lange termijn zullen zijn, moet nog worden bekeken.”

We lopen terug over de Lijnbaan. Voor alle populaire winkels staat buiten een rij. Voor een grote kledingwinkel maakt een vrolijke beveiliger een praatje met de wachtende klanten. De jongeren in groene jacks wijzen. De menigte buigt gehoorzaam af, maar niet iedereen. „Ik moet naar de Albert Heijn”, schreeuwt een man pissig. Het duo gebaart vriendelijk dat hij klein stukje om moet lopen.