Waarom treft corona Wallonië nu harder?

Covid-19 in België De taalgrens scheidt België ook qua coronabesmettingen. Vanaf deze zaterdagavond geldt in Wallonië een avondklok. Vlaanderen gaat dezelfde kant op, zeggen experts.

Medisch personeel van ambulancebedrijf M2 bereidt zich in Ottignies voor op het transport van een met Covid-19 geïnfecteerde patiënt.
Medisch personeel van ambulancebedrijf M2 bereidt zich in Ottignies voor op het transport van een met Covid-19 geïnfecteerde patiënt. Foto Johanna Geron/Reuters

Dwars door België loopt een grens: een lijn van west naar oost. Wat erboven ligt is Nederlandstalig – op een plukje in het midden na, het officieel tweetalige Brussel – en het zuiden is Franstalig. En, zo lijken de epidemiologische kaarten van de laatste weken te suggereren: de taalgrens geldt ook voor het coronavirus.

Wallonië en Brussel presteren het slechtst van heel Europa, bleek vrijdag. In de Waalse provincie Luik is het probleem het hevigst. De situatie is er inmiddels erger dan tijdens de piek in april. Besmet ziekenhuispersoneel wordt gemaand toch te werken, en een aantal patiënten is wegens volle ziekenhuizen overgebracht naar Duitsland. De laatste twee weken telde Luik 1.911 besmettingen per 100.000 inwoners. Een schril contrast met de Vlaamse regio die er net naast ligt: Limburg, waar het aantal besmettingen nog rond de 400 ligt.

Lees ook: Waarom de Belgische coronacijfers zo slecht zijn

Vrijdagavond besloot de Waalse regering de maatregelen in heel het gewest strenger te maken, nadat de federale overheid eerder op de dag met een bescheiden lijstje aanscherpingen kwam. Vanaf deze zaterdag geldt in Wallonië een avondklok vanaf 22 uur, en in het hoger onderwijs worden geen fysieke lessen meer gegeven.

Wat gaat er mis ten zuiden van de taalgrens?

Eerste golf

Wat niet heeft geholpen is het verloop van de eerste golf, verklaart biostatisticus Geert Molenberghs aan de telefoon. „Relatief gezien is Wallonië toen minder getroffen geweest, de hotspots zaten in Vlaanderen.” Het gaf volgens Molenberghs brandstof aan een minder voorzichtige omgang met het virus, onder andere op de universiteiten. Dat zou ook verklaren waarom Limburg, dat tijdens de eerste golf zo zwaar getroffen werd, voorlopig zoveel beter scoort.

Maar ook het publieke discours van de laatste maanden in Franstalig België heeft niet geholpen, denkt microbioloog Emmanuel André. „De motivatie van burgers tijdens deze epidemie evolueert heel snel. De enorme hoeveelheid informatie die circuleert, speelt daarbij een belangrijke rol.”

Franstalige politici pleitten vanaf het begin van de coronacrisis voor een conservatieve lijn. Ze keken met een schuin oog naar het strenge Frankrijk en wilden vaak strengere maatregelen dan hun Vlaamse landgenoten. Maar toen de cijfers juist daar relatief meevielen, wonnen tegengeluiden aan kracht.

De „preventieparadox”, noemt Molenberghs het. „Juist omdat we succes boeken, gaan mensen zich afvragen of er wel een probleem is.”

Beursplein in Brussel, vrijdagavond. De coronagrens in België lijkt nu samen te vallen met de taalgrens.

Foto Francisco Seco/AP

Zo verklaarde Pierre-François Laterre, diensthoofd intensieve zorg in een Brussels ziekenhuis, in Franstalige media dat er groepsimmuniteit zou komen. Internist Jean-Luc Gala, gespecialiseerd in infectieziektes, herhaalde keer op keer dat de maatregelen „absurd” waren. En dat net op het moment dat de besmettingen flink toenamen door terugkerende reizigers en heropende scholen, en terwijl de motivatie om maatregelen te volgen al afnam.

In een land waarin de landsdelen er elk hun eigen media en publiek debat op nahouden en het contact tussen anderstaligen over het algemeen laag is, kon zo een significant verschil ontstaan tussen noord en zuid. Toch wil Emmanuel André niet te veel met de vinger wijzen. Het „hoort bij een epidemie” dat het aantal besmettingen constant fluctueert, ook per regio, aldus de microbioloog.


Verschillen

In een land waar regelmatig meer op de verschillen dan op de overeenkomsten tussen de twee landsdelen wordt gelet, is het verleidelijk om verklaringen te zoeken in cultuurverschillen rond de taalgrens. In Vlaanderen wordt nu gesproken over laksheid in het andere landsdeel en de ‘Latijnse’ omgangsvormen in het zuiden. Maar in juli namen de besmettingen in Antwerpen juist snel toe, terwijl die in de rest van het land achterbleven.

Toen de federale overheid voor heel België het aantal nauwe contacten terugschroefde, draaiden media in het Franstalig deel destijds het stokpaardje van de Vlaams-nationalisten voor de verandering eens om: „Wallonië betaalt voor Vlaanderen”, stond op de voorpagina’s. „Waarom moeten wij boeten voor de laksheid in het noorden?”

Het blindstaren op verschillen per regio is weinig zinvol, vindt epidemioloog Brecht Devleesschauwer. Hij ziet vooral „toevalseffecten”. Zo kan het in de hogere Waalse en Brusselse cijfers ook hebben meegespeeld dat het virus zich aan het begin van de tweede golf vooral in grotere steden en armere gebieden verspreidde, waar de huishoudens groter en de huizen kleiner zijn. Ook begon het collegejaar in Wallonië een week eerder.

De belangrijkste boodschap is wat hem betreft dat het „eigenlijk overal momenteel niet goed gaat”. „We zien in Vlaanderen nu zelfs de grootste stijging”, aldus Devleesschauwer.

Microbioloog André onderschrijft dat: „Alle indicaties staan nu in Wallonië en Brussel op rood, maar Vlaanderen gaat gewoon dezelfde kant op.” De strengere maatregelen die de laatste weken werden aangekondigd, kunnen daar nog verandering in brengen, hoopt hij. Maar de situatie is „zorgwekkend”, in álle landsdelen.