Opinie

De premier en het personage

Tommy Wieringa

Het is een leuke exercitie om de gelijktijdig verschenen biografieën van Mark Rutte en Thierry Baudet naast elkaar te lezen. Mark Rutte is geschreven door Petra de Koning, in Mijn meningen zijn feiten buigen Mischa Cohen en Harm Ede Botje zich over de wording van Thierry Baudet. Tussen de hoofdpersonen bestaan oppervlakkige overeenkomsten maar vooral veelzeggende verschillen. Om met de eerste te beginnen: beiden hebben de piano als instrument en klassieke muziek als voorkeur. Clubjesmannen zijn het ook: Rutte treedt toe tot bestaande structuren als de JOVD en richt zelf tal van clubjes op, net als Baudet, die in zijn studententijd een leesclub begint en later een denktank en een politieke partij. In rollenspellen prefigureren ze al op jonge leeftijd hun latere leiderschap. Rutte speelt premiertje in een pak van zijn vader terwijl zijn beste vriend hem interviewt. Dezelfde vriend schrijft als ze begin twintig zijn een boekje over ‘premier Rutte’, leider van de Reactionnaire Partij Nederland met een ‘bijzonder groot hoofd’ en een voorliefde voor Chopin.

Rutte en Baudet zijn beiden kinderen uit de middenklasse, gymnasiast en later historicus, maar de uitkomst van die afkomst had niet verschillender kunnen zijn. Is de politiek voor Rutte zijn bestemming, voor Baudet is het zijn laatste kans. Hij mislukte als academicus en schrijver, en ook al weet hij bij onder meer Roger Scruton, Frits Bolkestein, Jerôme Heldring en Paul Scheffer hoge verwachtingen te wekken, het ontbreekt hem aan het talent en de ausdauer om aan de verwachtingen te voldoen. Hij is geregeld down and out, zonder geld en zonder perspectief, maar vindt uiteindelijk een vorm voor zijn messianistische opdracht om het land te redden van de ondergang: een denktank die uitmondt in een politieke partij.

Hij heeft al vroeg leiderschapsaspiraties. „Als ik in een groep moet opereren ga ik me snel ongelukkig voelen. (...) Als leidsman kan ik het wel. Ik kan als leider onderdeel zijn van een groep.” Wanneer hij in 2014 bij de hoofdredacteur van GeenStijl bedelt om zich te mogen aansluiten bij GeenPeil, tegen het associatieverdrag met Oekraïne, zegt hij: „Jullie hebben een soort Mussolini nodig!” Twee jaar later zal hij in die rol Forum voor Democratie oprichten.

Maar ook hier speelt de instabiliteit van zijn karakter hem parten. Na drie jaar partijleiderschap is Baudet een uiterst wispelturig soort leider gebleken. Hij verdraagt geen kritiek en vervreemdt voortdurend zijn getrouwen van zich met solistisch optreden dat het partijbelang schaadt. Hij weet gemakkelijk mensen aan zich te binden maar neemt even gemakkelijk weer afscheid wanneer ze het met hem oneens zijn of hem tegenspreken. Terugkijkend zegt de voormalige directeur van het partijkantoor Robert Baljeu dat het zelden ging over de inhoud maar over Baudet die zijn zin wilde doordrijven. Wanneer het partijbestuur een beslissing wil nemen waar hij niet achter staat, roept Baudet: „Ik ben de baas! Ik ben de baas!” Of ze een dokter moesten bellen, had Baljeu zich afgevraagd.

De auteurs van zijn biografie wagen zich aan de voorzichtige voorspelling dat hij zijn toon niet zal weten te matigen en niet het geduld heeft om zijn partij te vormen tot een stabiele machtsfactor aan het Binnenhof. Door zijn ongedisciplineerde karakter en grillige stijl zullen steeds meer mensen zich van hem afkeren en zal hij vereenzamen in zijn radicaliteit.

Waar Baudet leeft van zijn visioenen, huivert Rutte bij dat woord. Graag citeert hij de uitspraak van Helmut Schmidt: „Wer Visionen hat, sollte zum Arzt gehen.” Een man zonder grote dromen maar met sympathieke gewoonten en onverwoestbare trouw aan zijn geliefden. Er hangt een weldadige ouderwetsheid om hem heen die tot uiting komt in spaarzaamheid, bescheidenheid en een hang naar traditie en fatsoen. Hij moet een van de laatsten zijn geweest met een Nokia en een buizentelevisie. Hij is ongevoelig voor de verlokkingen van de macht en wordt boos als er een te luxueuze hotelkamer voor hem is geboekt. Zijn enige kwalen lijken maniakale controledrift en periodieke woedeaanvallen, in innige samenhang.

Waar Rutte opveert bij crises, is Baudet zijn eigen permanente zelfopgewekte crisis. Het ene leven levert een degelijke politieke biografie op, het andere een Faustiaans drama. Precies goed: de een heb je liever als premier, de ander als personage.

Tommy Wieringa schrijft elke week op deze plek een column.