Thrillerauteur René Appel geeft sukkelaars straf

Iedereen leest Op deze plek schrijft NRC over de populairste boeken van dit moment. Aan wereldomspannende complottheorieën of ijzingwekkende perversiteiten begint thrillerauteur René Appel niet. Hij is de kampioen van de Vinex-wijktragedies.

Vanzelfsprekend is het allerminst – thrillers verkopen al een tijdje minder goed – maar volgende week zou Overschot, de 25ste misdaadroman van René Appel, in de bestsellerlijst kunnen opduiken. Van zijn eerste 24 thrillers werden ruim een half miljoen exemplaren verkocht.

Samen met Tomas Ross gaf Appel vanaf eind jaren tachtig een impuls aan de Nederlandse misdaadliteratuur. Nadat hij tien jaar voor NRC Handelsblad thrillers had besproken, besloot hij zelf een poging te wagen. Hij nam zijn favoriete auteurs, Patricia Highsmith en Ruth Rendell, tot voorbeeld. Zij schreven psychologische thrillers: weinig bloed en veel karakterologische verwikkelingen. Dat werd ook Appels handelsmerk.

Aan wereldomspannende complottheorieën of ijzingwekkende perversiteiten begint Appel niet. Hij is de meester van de kleine luyden, de kampioen van de Vinex-wijktragedies. Zijn hoofdpersonen zijn altijd lulletjes lampenkatoen die oplopen tegen hun eigen beperkingen. Ze laten zich piepelen, steken vervolgens hun kop in het zand, en betalen voor hun krachteloze houding een hoge prijs. Met zichtbaar plezier laat Appel levens ontsporen van mensen die onze buurman of buurvrouw zouden kunnen zijn.

Voor zijn jubileum-thriller ontleende hij een motto aan een roman van Stefan Zweig, een citaat dat op heel zijn oeuvre van toepassing is: „Voor het eerst begon ik te begrijpen dat het ergste op deze wereld niet door slechtheid of wreedheid, maar vrijwel altijd door zwakheid wordt veroorzaakt.”

De sukkelaar in Overschot is huizenmakelaar Arend Meulenbroek, een vijftiger die de concurrentiestrijd met jongere collega’s aan het verliezen is. Hij ontvangt een dreigtelefoontje van een onderwereldfiguur die claimt duizenden euro’s tegoed te hebben van zijn stiefzoon Ferry. Of Meulenbroek maar even wil betalen. De stiefzoon, een onhandelbaar moederskind, wuift de problemen weg. Als Meulenbroek met zijn auto ook nog een tienermeisje ernstig verwondt, beginnen de problemen hem boven het hoofd te groeien. Het gaat van kwaad tot erger en als lezer krijg je het benauwd van zoveel onvermogen.

Appel, een oud-hoogleraar taalwetenschap, is een stilist die er lol in heeft om de tijdgeest op zijn staart te trappen. Hij heeft een antenne voor taaltrends en moet de lifestyle-bijlagen van kranten spellen; allerlei actuele maatschappelijke onderwerpen, groot en klein, helpen zijn boeken aan een realistisch cachet.

Stiefzoon Ferry loopt rond met een T-shirt met de opdruk JE WEET TOG?, een tienermeisje heeft het over haar bie-ef-ef, haar best friend forever, en als Meulenbroek een nummer van De Jeugd van Tegenwoordig heeft gehoord, vraagt hij ’s avonds aan zijn vrouw: „Ben ik een sjembek dat zeurt?” De lezer voorvoelt dan al dat het met Arend Meulenbroek slecht zal aflopen.

Reacties: boeken@nrc.nl