Recensie

Recensie Boeken

Ontluikende liefde zonder pathos is geen liefde

Jeugdboek Twee jongeren worden verliefd, tot een verblindende gebeurtenis, een haast onvoorstelbaar toeval alles op zijn kop zet. Enrico Galiano is soms pathetisch, maar de Italiaan komt ermee weg.

Zo’n verhaal verzin je niet, zeggen we als de werkelijkheid de fantasie overtreft en we nauwelijks kunnen bevatten wat het toeval teweeg heeft gebracht. De nieuwe young adult-roman van Enrico Galiano Sterker dan elk afscheid is zo’n verhaal, ware het niet dat de Italiaanse successchrijver alles in deze shakespeareaans geproportioneerde roman over een onmogelijke eerste liefde verzonnen heeft, en dus het risico loopt te worden gestraft met ongeloof van de lezer. Maar Galiano neemt dit risico bewust. Terwijl hij in zijn debuut, De bijzondere ogen van Gioia, nog speelde met de spanning tussen datgene wat mogelijk en werkelijk is, hanteert hij nu het gedurfde uitgangspunt dat niets onmogelijk is.

Big Bang

De eerste twee delen, ‘Liefde maakt blind’, en ‘Kruispunten’, zijn overigens nog prima voorstelbaar. Een blinde achttienjarige, Michele, raakt bedwelmd door het parfum van een meisje, Nina, met wie hij iedere ochtend in dezelfde trein naar school zit. Eerst is er het zwijgen tijdens de dagelijkse twaalf minuten durende rit. Daarna volgt het type geestig vraag-antwoord-spel dat in een klassieke romkom niet zou misstaan. En ja, ze worden verliefd op elkaar. Totdat er een ‘Big Bang’ plaatsvindt, die het gevolg is van een eerdere, letterlijk en figuurlijk verblindende ‘Big Bang’, een levensbepalend moment in de verledens van Michele en Nina dat je ongeloof tart, een drama waarbij het toeval huiveringwekkend blijkt te hebben toegeslagen. Zodanig dat Nina niet anders kan dan alle contacten met Michele verbreken, waarna het perspectief verrassend kantelt. Het geheim dat ze met zich meedraagt is zo zwaar, dat het de werkelijkheid inderdaad niet langer kan verdragen.

Toch komt Galiano daarmee weg. Ja, sommige handelingen en verwikkelingen komen wat geforceerd en clichématig over. Dat de ‘Big Bang’ die Nina’s plotse verdwijning aankondigt, daadwerkelijk gepaard gaat met een keiharde onweersdonder is bijvoorbeeld te veel van het goede. En de scènes waarin Michele, gehinderd door ‘selectieve verlegenheid’, Nina probeert te veroveren door haar te verrassen met nachtelijke bezoeken en boodschappen aan heliumballonnen, zijn net wat te veel slapstick. Maar daar staan Galiano’s sprankelende lichtvoetige schrijfstijl, en de overtuigende originele vorm van zijn verhaal tegenover.

Onbekende golflengtes

Michele, die ooit een begenadigd voetbaltalent was, maar het nu vooral van zijn wiskundeknobbel moet hebben, en Nina, een beschadigd meisje dat verhalen schrijft om haar onbegrepen verdriet een plek te geven, zijn beurtelings aan het woord. Hij spreekt de lezer direct toe via een audiobericht. Daarbij wisselen filosofische gedachten over de liefde en het leven als blinde, die een ‘enorme honger naar de wereld heeft’, elkaar af met zintuiglijke observaties over stemmen die klinken als indigoblauw en tastzin die ‘als muziek op onbekende golflengtes’ is. Zij doet dat indirect, via een lange, klinkende dialoog met Flo, een tatoeëerster die niet alleen ‘onder de huid van mensen kan schrijven maar ook kan lezen’. Flo weet dat een heleboel mensen, zoals Nina, voordat ze bij haar komen, al getekend zijn: ‘Ze vragen om een tatoeage, maar eigenlijk vragen ze me om een teken dat er al is over te trekken.’

Galiano’s roman zit vol met dit soort treffende symboliek en krachtige, meeslepende zinnen. Zo ontroert Nina in haar eenzaamheid als ze aan Flo vraagt of ze zich nooit ‘als een leeg museum heeft gevoeld, […] alsof je een gebouw bent vol schilderijen, beelden en fresco’s waar mensen de hele dag lángslopen zonder naar binnen te gaan?’ Maar ook het moment dat Michele beseft ‘dat je op al die plekken, in al die herinneringen waarin je dacht met z’n tweeën te zijn, in werkelijkheid alleen was’, is pijnlijk raak geformuleerd.

Pathetisch? Misschien. Tegelijkertijd, een ontluikende liefde zonder pathos is geen liefde. Bovendien, steeds als je denkt dat Galiano nu écht doorslaat naar het larmoyante, zet hij, licht cynisch verwijzend naar de Romeo’s en Julia’s uit de wereldliteratuur, zijn hoofdpersonages effectief met beide benen op de grond. Zich realiserend, bij monde van Michele, dat hij ‘er heel goed in is om het over een melodramatische boeg’ te gooien. Die literaire zelfkennis siert Galiano, die zich na zijn debuut opnieuw van zijn beste schrijverskant laat zien, vanuit het aan Michele ontleende motto, ‘zien is niet zo lastig. Je laten zien, daar gaat het om.’