Femke Brouwer-Damen met haar twee kinderen: „We eten allemaal wel eens iets ongezonds.”

Foto Kees van de Veen

Interview

De knagende twijfel van moeders: bleekselderij of toch chips?

Femke Brouwer-Damen | consumentenonderzoeker Hoe gaan moeders om met de tussendoortjes voor hun kinderen? „Ze worden ook gebruikt om een kind te belonen.”

Als je onderzoek doet naar moeders en de tussendoortjes die ze aan hun kinderen geven, heb je altijd een gespreksonderwerp, merkte Femke Brouwer-Damen tijdens haar promotieonderzoek. Alle ouders met jonge kinderen worstelen ermee. Toen ze begon was haar zoon zes maanden en haar dochter drie. Nu zijn ze vijf en zeven. „Ik had veel momenten van herkenning”, zegt Brouwer. „Zo bleek dat moeders bij het eerste kind onzekerder zijn en hun gezondere tussendoortjes geven dan de volgende kinderen. Dat zie ik thuis ook: de jongste ziet zijn zusje een raketje eten en mag dan ook proeven. De tweede gaat gewoon mee.”

Brouwer is consumentenonderzoeker. Ze werkte negen jaar bij zuivelbedrijf FrieslandCampina en nam afscheid toen ze bij de vakgroep Food Quality & Design aan de Wageningen Universiteit kon promoveren op voedselkeuzes. „Bekend is dat ongezonde tussendoortjes bijdragen aan overgewicht bij kinderen, maar naar het keuzegedrag van ouders is weinig onderzoek gedaan. Terwijl ik als ouder zie hoeveel twijfel en onzekerheid daar zit. Ik wilde weten welke overwegingen en conflicten moeders ervaren bij het kiezen van tussendoortjes voor kinderen tussen de twee en zeven jaar oud. Het eetgedrag wordt op jonge leeftijd gevormd en kan bepalend zijn voor overgewicht later.”

Vaders zijn vaak ook iets makkelijker in wat ze hun kinderen geven

Waarom geen vaders?

„Ik heb dat vaker moeten uitleggen. De rol van vaders wordt groter, maar het zijn de moeders die meestal verantwoordelijk zijn voor wat kinderen krijgen en wat er in huis komt. Vaders zijn vaak ook iets makkelijker in wat ze hun kinderen geven. Tussendoortjes zijn interessant omdat ze minder gepland worden dan de maaltijden. Ze worden ook gebruikt om een kind te belonen of rustig te houden. En het kan van alles zijn: fruit, groente of een rijstwafel, maar ook een roze koek.”

Waarom is ‘nee’ zeggen zo moeilijk?

„Bij onzekerheid komen verschillende waarden in conflict, zoals gezond, lekker en gemak. Het kind weigert de bleekselderij, geef je dan toch een koekje, zodat-ie in elk geval iets eet? Neem je vlak voor het avondeten de moeite om groente te snijden of geef je toch iets hartigs? De omgeving is ook heel belangrijk, je wilt niet die moeder zijn bij wie vriendjes niet willen spelen omdat ze nooit een koekje krijgen. Iedere moeder wil het beste voor haar kind. Maar als dat niet lukt is er altijd een reden voor.”

De 136 onderzochte moeders uit uw onderzoek hielden 13 dagen een dagboek bij en u hebt ze geïnterviewd. Waren ze eerlijk?

„Zelfrapportage is niet altijd betrouwbaar, maar deze moeders zeiden het ook als ze de kinderen met chips voor de televisie hadden gezet omdat ze nog moesten werken. Of: ‘Ik had geen zin om een peer te schillen, te veel gedoe.’ Eén moeder vertelde dat ze op woensdag altijd appels op de markt koopt, maar op zaterdag, als haar geld op is, koopt ze lolly’s. ‘Een zak lolly’s is goedkoper dan een zak fruit’, zei ze. En zij was niet de enige. Dat blijft je bij.

Alle moeders noemen gezond als belangrijkste overweging

„Ik wilde de diepte-interviews in groepen doen, maar daar wilde niemand aan meedoen, vooral omdat ze bang waren voor het commentaar van anderen. Ik geef mijn kinderen ook snoep en chips, maar er zijn moeders die daar moeite mee hebben. Er wordt nogal wat geoordeeld.”

U hebt ook Poolse, Italiaanse en Indonesische moeders ondervraagd, deels in hun eigen land. Wat viel op?

„Alle moeders noemen gezond als belangrijkste overweging bij de keuze van tussendoortjes. Maar ze kiezen toch heel verschillend. Er waren meerdere Indonesische moeders die zeiden: mijn kind heeft nu al zwarte tanden van het snoepen, maar ja, hij of zij vraagt om iets zoets. Italiaanse moeders op hun beurt hechten sterk aan kwaliteitsmerken. Maar ook dat bleek vaak geen gezonde voeding.”

Weten Nederlandse moeders altijd wat gezond is?

„Soms denken ze dat chips gezond zijn omdat ze van aardappel gemaakt worden. En in worteltaart of appeltaart zitten toch wortels en appel? Moeders hebben het over ‘gezonde schoolkoeken’. Ik ken geen gezonde schoolkoeken, maar dan bedoelen ze bijvoorbeeld Liga’s met melkvulling of meergranenbiscuits. Daar is dus nog veel te winnen.”

Nederlandse kinderen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond hebben gemiddeld vaker overgewicht. Had u hun moeders niet willen bevragen?

„Heel graag, zoals ik ook nog graag naar inkomensverschillen had willen kijken. Binnen een land kunnen de verschillen groot zijn, dat bleek tijdens ons onderzoek naar Italiaanse moeders. In het noorden is gezond belangrijker, in het zuiden hoorden we vaker: dit is mijn kleine prins of prinses en die wil ik verwennen.”

U onderscheidt de ‘productmoeders’, de ‘balansmoeders’ en de ‘niet-zo-belangrijkmoeders’. Wat voor moeder bent u zelf?

„Productmoeders willen dat elk tussendoortje, elk product, zo gezond mogelijk is. Niet-zo-belangrijkmoeders zeggen: als de maaltijd maar gezond is, en die tussendoortjes: boeien, daar win ik de strijd niet mee. Ik ben een balansmoeder, ik kijk naar het geheel over een dag of een week. Af en toe een ijsje of een koekje is prima, zolang het eetpatroon gemiddeld genomen maar gezond is.”

Zijn lageropgeleide moeders vaker niet-zo-belangrijk moeders?

„Dat kun je niet zeggen. Die groep geeft wat vaker tussendoortjes om te belonen of om de kinderen stil te houden. Maar hoewel hogeropgeleide moeders wel vaker benoemen dat ze gezond belangrijk vinden, zit er in de keuze voor de tussendoortjes nauwelijks verschil.”

Hoe kan uw onderzoek gebruikt worden?

„Als je weet waarom moeders bepaalde keuzes maken, kun je daarop inspelen om gedrag te veranderen. Het kan helpen om een gezond eetpatroon te promoten. Maar het is ook te gebruiken door bedrijven voor productontwikkeling.”

Ook producten die gezond lijken, passen zelden in de Schijf van Vijf. Maar ze spelen wel in op het sentiment: alleen het beste voor je kind. Vertrouwt u de voedingsindustrie?

„Dat is zo en dat zal altijd zo blijven. Je kunt daar heilig over doen, maar die bedrijven bepalen wel wat op de markt komt. Als je tussendoortjes kunt ontwikkelen die echt gezond én makkelijk zijn, kun je ouders helpen.”

Als je dan eens iets ongezonds eet, mag je ervan genieten

Uw onderzoek is gefinancierd door het moederbedrijf van Ferrero en Kinder. Ik ken geen gezonde producten van die merken.

„Ik wilde dit onderzoek graag doen omdat ik boven tafel wilde krijgen wat de keuzes van moeders bepaalt. Ik had alle vrijheid. Ferrero heeft betaald, maar had geen enkele invloed op het onderwerp, het onderzoek en de publicaties.”

Zou u kunnen werken voor een bedrijf dat ongezonde producten maakt?

„Ik denk het wel. We eten allemaal wel eens iets ongezonds, de vraag is hoe je ermee omgaat. De Schijf van Vijf is een goede richtlijn, maar er helemaal binnen blijven, dat lukt niet. Kinderen komen ook in de buitenwereld, ze moeten leren wat een gezonde balans is. En als je dan eens iets ongezonds eet, mag je ervan genieten. Mijn kinderen mogen best een Surprise-ei, ze vinden het alleen niet lekker.”