Opinie

Marineren met Ajax

Het zuchten dat u de afgelopen dagen hoorde als u door de straten liep of uw ramen opendeed, kwam van voetbalfans die opgelucht ademhaalden. Bij het mannenvoetbal leek de Eredivisie niet te stoppen en nu zijn ook de Champions League en Europa League begonnen. Als ergens een malloot in het openbaar stennis staat te schoppen omdat hij zijn maskertje niet op wil, geen afstand wil houden of een regel aan zijn laars wil lappen, kunt u met zekerheid stellen: dat is geen voetballiefhebber.

De hardcore supporter ligt spinnend op de bank gehuld in een deken van voor- en nabeschouwingen en als hij buiten komt, draagt hij een mondmasker met het clublogo, geeft hij iedereen de ruimte en poetst hij zijn winkelwagentje na gebruik voor u schoon onder het neuriën van zijn clublied.

In die marinade van voetbalgeluk lag de supporter, toen het koninklijk gezin van zijn ikdoenietmeermee-actie in Griekenland werd teruggefloten en AZ met een dikke uitbraak in de gelederen wel naar Italië mocht. „De Europa League mag veel meer dan de koning en kost veel minder”, grinnikte de voetballiefhebber en keerde zich nog eens om. Woensdag werd hij getrakteerd op Ajax - Liverpool. Die wedstrijd keek ik in Amsterdam met rechts in het scherm de app-groep Haagsûh neusûh.

„Neusûh tegen Reuzûh!” riep de een, en de ander: „Als ze bijna winnen zet ik de tv uit. Anders ga ik lekker genieten dat ze achter staan lalala!” Dat is wat voetbalgeluk met volwassenen doet.

Donderdagochtend belde de Hagenees nog voor ik koffie had gehad. „Zonnetje schijnt!” riep hij. Omdat hij al jaren depressief is, begreep ik niet waarom hij zo vrolijk was. En zo vroeg.

„Het is altijd goed als Ajax Europees speelt”, zei hij. „Als ze winnen is het: kijk Nederlands voetbal goed zijn en als ze verliezen is het: ha, ha, ze hebben verloren.”

In heel Den Haag hing de vlag figuurlijk uit, begreep ik, bij de koning alleen letterlijk vanwege het protocol, hij zat met drie pislinke puberdochters wier vakantie door het klootjesvolk door de neus was geboord. Toen ze terug moesten, waren er twee van huis weggelopen.

„Zondag speelt AZ in Den Haag”, waarschuwde ik.

„Weet ik”, zei de Hagenees. Het draaien van zijn ogen was bijna hoorbaar.

„Dan hebben ze een Nederlandse variant van het virus weggebracht en een Italiaanse vorm opgehaald.”

Met een virusverhaal hoopte ik het gesprek te verkorten. „Die wissel van Liverpool was een vernedering”, zei hij. Ik legde de telefoon op het aanrecht en ging koffie zetten. De Hagenees bleef als een vrolijk deuntje uit de speaker komen. Ajax heeft verloren, de remix.

’s Avonds was er zoveel voetbal dat de Haagsûh neusûh de wedstrijden onderling verdeelden. De communicatie werd vooral informatief: „Prachtgoal van AZ”, „PSV goal tegen”, „Pingel Feyenoord”. Tussen de regels door het opgelucht ademhalen.

Intussen heeft het koninklijk gezin in voetbal zijn meerdere erkend. Ze laten PSV-shirts op maat maken voor alle leden. Volgende week spelen de Lampies in Nicosia tegen Omonia, dan gaan de Oranjes proberen vermomd als Eindhovenaren alsnog hun vakantiehuis te bereiken.

Carolina Trujillo is schrijfster.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.