Recensie

‘Een goed jaar’ toont het gezin als verzameling losse scherven

Recensie ‘Een goed jaar’ gaat over een gezin dat na een zware periode langzaam uit elkaar valt. Regisseur Rob Ligthert houdt met zijn speelse toon de zware thematiek behapbaar.

Paul R. Kooij en Kaatje Kooij in ‘Een Goed Jaar’
Paul R. Kooij en Kaatje Kooij in ‘Een Goed Jaar’ Foto Bart Grietens

De voorstelling begint als het drama eigenlijk voorbij is. De terminaal ziek veronderstelde Gaya – pas ‘zoveelentwintig jaar oud’ – is toch genezen. Ineens moet ze leren hoe dat moet: iemand zijn die negentig zou kunnen worden. En haar vader, moeder en broer moeten weer leren leven zonder een zieke dochter of zus in hun levens.

Een goed jaar is een nieuwe toneeltekst van Peer Wittenbols, hofleverancier van het betere familiedrama. Met zijn afwisselend poëtische en banale idioom voert hij deze familie op als een mozaïek: losse scherven die door hun bloedband aan elkaar gelijmd zijn, maar elkaar nooit echt aanraken, nooit meer helemaal samenvallen.

Bijzonder is dat de voorstelling gespeeld wordt door acteur Paul R. Kooij en zijn twee (ook acterende) kinderen Piet en Kaatje. Hun gelijkenissen – priemende ogen, ondeugende mimieken – zijn onmiskenbaar. Anneke Blok geeft prachtig tegenwicht als stugge, gekwelde moeder en echtgenote, iemand die meer verdriet te verwerken kreeg dan ze aankon, maar dat niet kan toegeven. Regisseur Rob Ligthert houdt met zijn speelse toon de zware thematiek behapbaar. Het verdriet van deze vier ploeterende mensen houdt daardoor ook altijd iets hoopvols.

Koptelefoons

De familiesituatie wordt treffend gevangen in het toneelbeeld (van kunstenaarsduo BrotherTill), waar achter de hoge vensters en de consequent gesloten deuren het leven aan hen voorbijtrekt, dichtbij maar onbereikbaar. Toeschouwers bekijken de voorstelling met koptelefoons op, zodat het geluidsdecor met zinderende soundscapes, stereo-effecten en stemvervormingen optimaal te horen is. Maar zo’n koptelefoon die het geluid perfect binnen laat komen, sorteert ook een afstand en doet op momenten af aan de authenticiteit van wat er op het toneel gebeurt.

Terwijl Gaya moet ontdekken wie ze is, haar jeugd moet inhalen en tegelijkertijd met een toekomst wordt geconfronteerd, valt het hechte gezin langzaam uit elkaar. Elkaar helemaal loslaten lukt echter niet, dat is de zegen en de vloek van de familieband. Moeder: ‘Ik stik hier.’ Haar man: ‘Daar ben je familie voor.’