Opinie

Een boze professor

Column Het deugde niet, wat een professor deed bij een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer, vindt Martijn Katan.

Martijn Katan

De commissie Economische Zaken en Klimaat van de Tweede Kamer nodigde vorige week twee professoren uit voor een rondetafelgesprek over biomassa. Eén ervan was voorstander van houtstook en de ander was tegen. De voorstander beschuldigde zijn opponent van „alternatieve feiten zoals Trump die hanteert”, dus van leugens en verzinsels. Daar werd ik boos van. De commissie had opmerkelijk veel sprekers uitgenodigd die vóór houtstook waren, maar daar werd ik niet boos over. Zo werkt politiek, er waren kennelijk Kamerleden die zo hun minister in bescherming wilden nemen. De sprekers vanuit de biomassabranche pleitten voor houtstook en ook hen nam ik dat niet kwalijk; ze worden door hun werkgever ingehuurd om de schoorsteen te laten roken, niet om de waarheid uit te dragen.

Maar een professor is wel ingehuurd om de feiten te ontdekken en uit te dragen. Daarom deugde het niet wat deze collega deed. Het was niet de eerste keer, hij doet regelmatig boos over wetenschappers die er anders over denken dan hij. Hij dreigde vijf jaar geleden zelfs de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen met een klacht. Hij was het namelijk oneens met het advies over biomassa dat die achtenswaardige instelling na veel peerreview en overleg had uitgebracht; „kleuterschoolniveau”, dat was het! KNAW-president Clevers zei daarover droogjes: „Een klacht? Dat moet hij vooral doen. Maar met klachten bedrijf je geen wetenschap.” Zo is het.

Verdachtmakingen

Zulke verdachtmakingen jegens collega-wetenschappers ondergraven de geloofwaardigheid van de wetenschap. Het bevestigt ook het beeld dat de biomassa-wetenschappers vechtend over straat rollen en dat maakt het voor onze regering weer gemakkelijker om de universitaire wetenschap te negeren. Zoals minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat zei: „Er zijn allemaal wetenschappers die allemaal dingen beweren.” Daar ging hij geen rekening mee houden. Dat geldt voor het hele energie- en klimaatbeleid; er waren nauwelijks of geen universitaire wetenschappers betrokken bij het Energieakkoord van 2013, dat acht miljard euro subsidie voor houtstook opleverde, en aan de Klimaattafels die in 2018 het Klimaatakkoord opstelden zaten ook vrijwel geen onafhankelijke experts.

Ik vermoed dat onze regering de universitaire wetenschap op afstand houdt omdat ze de ernst van de klimaatcrisis nog niet op tafel wil hebben. Politici zijn vooral bezig met acute problemen en de gevolgen van klimaatverandering zijn nog niet acuut. Acuut is alleen dat we moeten voldoen aan de EU-verplichtingen voor reductie van CO2-uitstoot. Met grootschalige houtstook in centrales halen we dat net, want CO2 uit hout telt volgens de EU-afspraken niet mee. Zo krijgt minister Wiebes op papier zijn CO2-boekhouding rond. Maar onze planeet trekt zich van boekhoudtrucs niets aan; hout stoot meer CO2 uit dan kolen en dus krijgt de opwarming een extra zetje. Voor onze kinderen en kleinkinderen wordt daardoor het risico groter op hittegolven, droogte, orkanen, overstromingen, branden, epidemieën en massale migratie.

Bij actuele vraagstukken zoals corona benoemt de regering vaak een commissie van erkende universitaire experts met uiteenlopende expertise en opvattingen. Die adviseren wat er moet gebeuren. Ik heb voor de Gezondheidsraad in dat soort commissies gezeten, de discussies waren verhit maar uiteindelijk werden de geleerden het altijd eens. Op dat soort adviezen berust vrijwel alles wat dokters en ziekenhuizen doen als u ziek bent.

Research, research, research

Voor klimaat en energie zou de regering hetzelfde moeten doen maar daar kijkt ze wel voor uit, want je kunt op je vingers natellen wat er uit zou komen: veel minder rijden, vliegen, vlees eten en spullen kopen; alle huizen isoleren; grondig narekenen of kernafval echt zo gevaarlijk is; en research, research, research, dat is al honderd jaar de basis voor onze gezondheid en onze veiligheid. Er zijn zat technieken voor vermindering van CO2-uitstoot: waterstof, aardwarmte, benzine uit CO2 en elektriciteit, kunstmatige fotosynthese, CO2-uitstoot van cement- en staalfabrieken onder de grond stoppen. Maar om te weten wat werkt op de gigantische schaal die we nodig hebben moeten die technieken grootschalig getest worden in proeffabrieken en dat is duur.

Het uitvoeren van zo’n advies is politiek dus onaantrekkelijk, het zou tientallen miljarden kosten en de kiezers beroven van veel leuke dingen. Onze regering begint er daarom niet aan, nu nog niet, later misschien. Daarom willen ze de biomassa-mythe zolang mogelijk in stand houden en dan is het wel handig als de wetenschappers ruzie lijken te maken.

Intussen blijft het de plicht van de wetenschap om te vertellen hoe het werkelijk zit, ook met biomassa. De KNAW heeft dat vijf jaar geleden al samengevat maar die conclusies waren onwelkom. Vandaar de boze uitvallen tegen de KNAW en tegen de opstellers van het advies. Maar een professor hoort dat niet te doen; professoren moeten proberen het eens te worden over de feiten en de vereiste maatregelen en elkaar zeker niet voor Trump uitmaken.

Martijn Katan is biochemicus en emeritus hoogleraar voedingsleer aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voor bronnen en cijfers zie mkatan.nl.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.