De verwoeste Nationale Bibliotheek in Sarajevo, 1994.

Foto Getty Images

Interview

‘De wolk vol kennis is zo gewist’

Richard Ovenden | bibliothecaris Kennis is kwetsbaar. Bibliotheken verdwijnen door agressie of verwaarlozing. En tegenwoordig zijn multinationals eigenaar van ons geheugen.

Het is stil in de Bodleian Library in Oxford. Natuurlijk heerst in de leeszalen van de misschien wel bekendste universiteitsbibliotheek ter wereld altijd een serene rust, maar de afgelopen maanden waren uitzonderlijk, zegt bibliothecaris Richard Ovenden. „Vanwege de pandemie hebben we maar een beperkt aantal plaatsen beschikbaar. Die zijn wel altijd allemaal bezet. Als er plekken vrijkomen om te reserveren, zijn die net zo snel weg als kaartjes voor het Glanstonbury-festival.”

Dat er weinig mensen naar de statige leeszalen kunnen komen, wil niet zeggen dat er minder gelezen wordt in Oxford, zegt Ovenden via Zoom. Hij zit, hoe kan het ook anders, voor een goed gevulde boekenkast. „We lenen meer uit dan voor corona. Het personeel heeft het vreselijk druk met uitleveren van aangevraagde boeken. Voor mensen die niet in staat zijn om langs te komen, scannen we op verzoek passages uit boeken in. De honger naar kennis is niet minder geworden de afgelopen maanden.”

Over alle gevaren die de kennis bedreigt die in bibliotheken als de Bodleian is opgeslagen, publiceerde Ovenden onlangs Burning the Books. A History of Knowledge Under Attack. Het boek begint met de teloorgang van de bibliotheek van Alexandrië en eindigt via onder meer de plundering van kloosterbibliotheken en nazi-boekverbrandingen in het heden, waar technologiegiganten als Google en Facebook bepalen welke informatie bewaard wordt. Ovenden: „Dat is misschien niet zo spectaculair als een brandstapel, maar in potentie niet minder gevaarlijk.”

De aanleiding voor Ovenden om dit boek te gaan schrijven was het zogenoemde Windrush-schandaal: minstens tachtig Britten van Caribische afkomst zijn de afgelopen jaren onterecht uitgezet omdat ze geen verblijfsrecht zouden hebben. Ovenden: „Terwijl de Conservatieve regering een actief ontmoedigingsbeleid voerde als het ging om immigratie – de hostile environment – bleek dat op het ministerie van Binnenlandse Zaken archieven waren vernietigd waardoor niet goed meer te reconstrueren viel wie er legaal naar het Verenigd Koninkrijk was gekomen. Mensen die werden uitgezet konden zich daarop dus niet meer beroepen. De gevaren die de bewaarplaatsen van kennis bedreigen, zijn dus niet alleen de zorg van historici en andere onderzoekers. Ze gaan ons als burgers allemaal aan.

Bibliothecarissen deden hun werk soms met gevaar voor eigen leven

„Mijn boek gaat over de vernietiging van kennis, maar vooral over de maatschappelijke waarde van het bewaren van kennis. In een aantal case studies laat ik zien waar en hoe kennis overleefd heeft door het bestaan van bibliotheken en archieven en het persoonlijk optreden van bibliothecarissen en archivarissen. Die deden hun werk soms met gevaar voor eigen leven.”

Uit uw boek komen twee soorten gevaar voor kennis naar voren: moedwillige vernietiging en verwaarlozing. De bibliotheek van Alexandrië ging aan dat laatste ten onder en niet aan een door Caesar gestichte brand, concludeert u.

„Dat klopt. Deze bibliotheek ontstond in de derde eeuw voor Christus, toen Egypte werd geregeerd door de Ptolemaeën, nazaten van een generaal van Alexander de Grote. Hun ambitie was om alle kennis in de wereld te verzamelen op één plek. Als snel bestond de collectie uit duizenden papyrusrollen. In oude bronnen kom je getallen tegen van 500.000 en zelfs 700.000 exemplaren. Dat soort beweringen moet je met een korreltje zout nemen, maar het staat vast dat het om enorme aantallen ging.

„De bibliotheek was een uiting van macht van de Grieks-Egyptische heersersdynastie en later, toen Rome het land veroverde, van het Romeinse keizerrijk. Het klopt dat er bronnen zijn – boeken van Plutarchus en Ammianus Marcellinus – waarin te lezen valt dat de stad in brand werd gezet door Caesar en dat daarbij de inhoud van de bibliotheek verloren ging, maar die bronnen ontstonden minstens honderd jaar na de periode die ze beschrijven. Als je andere teksten bestudeert, kan je tot de conclusie komen dat tijdens Caesars aanval op de stad niet de gebouwen van de bibliotheek afbrandden, maar opslagplaatsen aan de haven, waarin zich boeken bevonden.

„Ik denk dat met het afnemen van de macht van het keizerrijk de wil en de financiële middelen verdwenen om dit enorme project aan de gang te houden. Er zullen vast brandjes zijn geweest, maar dat was het gevolg van verwaarlozing. Net zoals dat de negatieve invloed op de collectie van het klimaat en de ligging aan zee niet langer werd bestreden. Zo verdween de bibliotheek van Alexandrië beetje bij beetje.

„Het ideaal van het verzamelen van alle kennis op één plek bleef wel bestaan. Het verhuisde naar bibliotheken in steden als Constantinopel en leeft nu voort in het verdienmodel van een bedrijf als Google. Het inspireerde ook de constructie van het gebouw waarin ik nu zit. Toen stichter Thomas Bodley in 1613 overleed, werden er lofdichten over hem geschreven waarin te lezen viel dat ‘de roem van zijn instituut gelijk was aan die van de beroemde Egyptische bibliotheek’.”

Wat boekverzamelingen in de Reformatie overkwam was geen kwestie van verwaarlozing. Die werden geplunderd en soms vernietigd. Wat is gevaarlijker voor het voortbestaan van kennis: politieke of religieuze turbulentie?

„Die twee zijn voor het grootste deel van de geschiedenis niet van elkaar te scheiden, en soms nog steeds niet – denk aan ISIS. Het is voor ons in het geseculariseerde stukje westerse wereld waar wij nu leven moeilijk voor te stellen, maar religie was en is voor veel mensen een bijzonder serieuze zaak.

Religie was en is voor veel mensen een bijzonder serieuze zaak

„Kijk bijvoorbeeld naar de plundering van de kloosters hier in Engeland, onder koning Hendrik VIII. Veel mensen zien de Engelse Reformatie vooral als het gevolg van Hendriks wens om van zijn eerste vrouw te kunnen scheiden en te trouwen met Anne Boleyn. Nadat hij de breuk met de kerk van Rome daarvoor in gang had gezet, realiseerde hij zich dat hij de rijkdom van katholieke kloosters kon inpikken. Dat soort motieven begrijpen we nu, maar de focus hierop gaat voorbij aan het feit dat Hendrik ook een oprecht gelovig man was, zeker nadat hij onder invloed van Anne Boleyn kwam te staan. Hij ontwikkelde toen ook een inhoudelijke afkeer van het katholieke geloof.

„Je ziet vaker dat bij de vernietiging van kennis ideologische en praktische motieven samengaan. Neem het lot van de bibliotheken en archieven in Bosnië en Herzegovina. De Bosnische Serviërs vielen die in 1992 heel gericht aan. De Nationale en Universiteitsbibliotheek van Bosnië en Herzegovina in Sarajevo werd in augustus met brandbommen bestookt. Scherpschutters mikten daarna op brandweerlieden die de vlammen wilden blussen en op personeel dat via een menselijke ketting de collectie probeerde te redden. Dat lukte nauwelijks, omdat het veel te gevaarlijk was. Na drie dagen was het pand tot op de grond toe afgebrand. Hetzelfde overkwam het Oriëntaals Instituut, waar veel kadastrale aktes lagen. Rondom deze twee gebouwen werd niets geraakt. Ze waren dus bewust als doelwit gekozen om zo de moslimcultuur én de bewijzen van moslimgrondbezit uit te wissen.”

Zoals het bibliotheekpersoneel uit Sarajevo zijn er meer helden in uw boek. Welk verhaal greep u aan?

„Het meest onder de indruk was ik van de ‘Papier Brigade’ in Vilnius. Toen de nazi’s de Baltische Staten binnentrokken in 1939 begonnen ze daar meteen met het onderdrukken van het Joodse leven. In Vilnius bevond zich een collectie van vele duizenden titels van het Jiddisch Wetenschappelijk Instituut (YIVO). De Duitsers voerden de boeken af die ze nuttig vonden voor hun studie van het Jodendom, de rest werd vernietigd. Een groep Joden uit het getto moest helpen met de selectie bij het YIVO, zij werden de Papier Brigade genoemd. Met gevaar voor eigen leven smokkelden ze boeken het getto in, die ze daar onder de grond verstopten. De leden van de brigade die de liquidatie van het getto overleefden, keerden na de oorlog terug om deze schatten op te graven. Uiteindelijk is zo ruim een derde van de collectie van het YIVO gered.”

Na al dit geweld voelt het laatste hoofdstuk in uw boek, over de gevaren van digitalisering, wat vreemd aan. We kunnen tegenwoordig toch juist veel meer kennis bewaren dan vroeger?

„Voor de pandemie begon, gaf ik hierover in Oxford een lezing. Ik nam een boek mee uit de vijfde eeuw: dat kan iedereen zo lezen, mits je het Latijn machtig bent. Mijn spreektekst stond op een iPad, waarvan ik expres de batterij bijna leeg had gelaten. Die hield er dus midden in mijn voordracht mee op. Iedereen moest daarom lachen, maar de boodschap was duidelijk: digitale kennis is niet zomaar altijd beschikbaar. En dan ging het hier om zoiets eenvoudigs als stroom, maar er zijn veel fundamenteler gevaren: besturingssystemen die niet meer werken, dragers die niet langer uitgelezen kunnen worden, het slijten van digitaal opgeslagen informatie: allemaal zaken die je met papier niet hebt en waarvoor je een oplossing moet vinden.

Nu kun je natuurlijk denken: het staat allemaal in een cloud, dus waar maken we ons druk om?

„Nu kun je natuurlijk denken: het staat allemaal in een cloud, dus waar maken we ons druk om? Maar die cloud wordt dus beheerd door commerciële bedrijven als Google en Facebook. Zij zijn nu eigenaar van het geheugen van de mensheid en hebben macht over kennis die ook tegen ons gebruikt kan worden, zonder dat we daar zicht op hebben. Facebook bepaalt wat jij in je nieuwsfeed ziet, daar komt niet meer alles langs.

„Timothy Garton Ash, mijn collega hier in Oxford, noemt dit soort bedrijven private grootmachten, en dat zijn ze. Ik trek de vergelijking met de katholieke kerk in de Middeleeuwen. Dat was ook een multinational met beperkte controle door staten die de beschikking had over een eigen taal en in de ziel van mensen kon kijken. We moeten de macht van dit soort bedrijven beperken. Daarbij kunnen bibliotheken en archieven een rol spelen.”

Hoe dan? Nationale regeringen hebben het daar al best moeilijk mee.

„Niet door rechtstreeks het gevecht aan te gaan, maar eerder inhoudelijk. Ik pleit in mijn boek voor een ‘geheugenbelasting’. Grote technologiebedrijven zouden een belasting van een half procent van hun winst moeten betalen die in een fonds komt dat ter beschikking wordt gesteld aan instituten die verantwoordelijk zijn voor het collectief geheugen. Met dat geld kunnen wij dan op inhoudelijke basis een selectie maken uit de enorme stroom data die dagelijks digitaal beschikbaar komt en die opslaan op een manier die voor iedereen toegankelijk is.

„Zo’n belasting zou dan ook de steeds meer tekortschietende financiering vanuit de overheid kunnen aanvullen, want die tendens vormt een grote bedreiging voor bibliotheken en archieven in de hele westerse wereld. Beleidsmakers denken voor het gemak dat alle kennis toch op internet beschikbaar is en dat er dus nog wel wat bezuinigd kan worden op dit soort instituten. Dat is een grote vergissing, die, als we niet opletten, ernstige gevolgen zal hebben voor het behoud van onze kennis. Ik hoop dat iedereen die mijn boek leest zich hierover flink zorgen gaat maken.”

Richard Ovenden: Burning the Books. A History of Knowledge under Attack. John Murray. 308 blz. €28,95