Opinie

Alleen lief zijn voor elkaar helpt niet in deze cartooncrisis

Samuel Paty Leer studenten en leerlingen omgaan met controverses, meent . Naast een cartoon over Mohammed laat hij een tekening van Anne Frank met Hitler in bed zien.
Een Frans meisje houdt een protestbord omhoog tijdens een eerbetoon aan Samuel Paty in de stad Montpellier.
Een Frans meisje houdt een protestbord omhoog tijdens een eerbetoon aan Samuel Paty in de stad Montpellier. Foto Guillaume Horcajuelo / EPA

Na de moord op de Franse leraar Samuel Paty heeft president Macron zich stevig uitgesproken over de aanpak van de radicale islam en de bevordering van een Europese islam. Dat moet hij ook doen – van een leider wordt krachtdadig optreden verwacht. Maar inmiddels is wel duidelijk dat er op die manier geen slag te winnen valt. Hoe dan wel?

Ook ik geef les, en wel over de islam. En ja, daar zit een college bij met de titel ‘de vrijheid van beledigen’, waarin ik het ingewikkelde maar fascinerende verhaal uiteenzet van de manier waarop wij in Europa en in Nederland de vrijheid van meningsuiting hebben vormgegeven. En dat wij in Nederland een lange traditie hebben van provocerende (lees: beledigende) cartoons en uitspraken over godsdiensten – eerst moest het christendom het ontgelden, nu vooral de islam. Maar dat, omgekeerd, religies een nog langere traditie hebben van discriminatie en belediging van andere religies en afwijkende meningen.

In die uitwisseling kan een enkele opvatting al beledigend zijn, zelfs als dat niet zo bedoeld is. Ik kan passages uit de Bijbel voorlezen die zonder meer beledigend zijn voor homoseksuelen en vrouwen. Ik vind sommige cartoons met Mohammed (of met Jezus, de paus of wie dan ook) ronduit onsmakelijk, maar kan om andere cartoons hartelijk lachen, tot afgrijzen van mijn gelovige moslimvrienden. Het is, kortom, lopen op eieren, met de vele gevoeligheden overal.

Moeten we dan maar proberen elkaar geen of zo min mogelijk pijn te doen? Dat heeft geleid tot een code op Amerikaanse universiteiten, waarbij gevoelige situaties zoveel mogelijk vermeden worden. En snijdt een docent dan toch een onderwerp aan dat beledigend, emotionerend of confronterend is, dan dient dat tijdig aangekondigd te worden zodat een student even de klas uit kan gaan.

Diverse studentensamenstelling

Ik merk een soortgelijke situatie op in mijn colleges. Het bijzondere is namelijk dat we, anders dan in mijn studententijd, te maken hebben met een zeer diverse studentensamenstelling: deze is vaak multicultureel en internationaal. En ik heb gemerkt dat deze studenten een grote gevoeligheid aan de dag leggen voor controversiële onderwerpen. Religie, gender, racisme, Israël-Palestina, noem maar op: het houdt iedereen enorm bezig, maar het wordt liever niet klassikaal besproken. Want voor je het weet beledig je iemand, of word je uitgemaakt voor racist of islamofoob of erger.

Lees ook: Gum de democratie niet uit, koester de controversiële spotprent

Dit is niet de ideale situatie voor een universitaire leeromgeving, en dat baart mij al langere tijd zorgen. Universiteiten zouden immers bij uitstek de plek moeten zijn om controverses op tafel te leggen, te ontleden, te bespreken. In mijn college over de vrijheid van beledigen heb ik het dus ook over de Mohammed-cartoons. Natúúrlijk!

De vraag is vervolgens of ik die ook moet laten zien. Dat was ook het probleem bij de Franse leraar: als hij had volstaan met erover vertellen, was het niet zo geëscaleerd. Heeft het dan toegevoegde waarde om cartoons te laten zien die sommigen in de klas tot in het diepst van hun ziel zullen raken? In het geval van mijn college meen ik van wel. Ik laat ze zien omdat juist de emotie van afschuw zo cruciaal is om te begrijpen waar het om gaat.

Maar ik laat dan wel meerdere cartoons zien, zoals de cartoon van Anne Frank in bed met Hitler en die van Christus met een stijve aan het kruis. Zodat de studenten merken dat zij bij de ene cartoon ineenkrimpen en de andere niet, terwijl dat bij de student naast hen omgekeerd is. En ik waarschuw ze: ik zeg van tevoren dat ze plaatjes te zien gaan krijgen die ze wellicht afschuwelijk vinden, maar ik leg uit waarom ik dat doe. Als ze het niet willen zien moeten ze hun ogen maar dichtdoen.

Lees ook deze column van Paul Scheffer: De schoolklas moet een vrijplaats blijven

De reactie op de Deense cartooncrisis bijna vijftien jaar geleden was precies die welke we vandaag horen: islamitische radicalen hard aanpakken en bevorderen dat de islam meer geïntegreerd wordt in Europa. Dat is ook allemaal gebeurd, meer zelfs dan we denken. Maar wat we ook hebben gedaan, is de kop in het zand steken; controverses vermijden, lief zijn voor elkaar, niet over ongemakkelijke zaken spreken. Dat is wat ons nu opbreekt. En met ‘ons’ bedoel ik niet alleen de moslims, maar iedereen. We leven in een maatschappij van steeds scherper schurende relaties en we moeten het niet overlaten aan enkele politici om ons ongemak daarover te uiten. Dat ongemak leeft en moet begrepen worden. Door iedereen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.