Alleen het kabinet houdt van de veelbesproken BIK

Belastingsvoorstel Staatssecretaris Vijlbrief blijft vasthouden aan de zwaar bekritiseerde investeringsaftrek voor bedrijven. De linkse oppositie ziet in het plan een herhaling van het afschaffen van de dividendbelasting.

Premier Ruud Lubbers zoekt wat op tijdens een debat in 1988 over de WIR, een te populaire en daardoor te kostbare regeling waarmee de BIK wordt vergeleken.
Premier Ruud Lubbers zoekt wat op tijdens een debat in 1988 over de WIR, een te populaire en daardoor te kostbare regeling waarmee de BIK wordt vergeleken. Foto Hollandse Hoogte/ANP

De oppositie is kritisch, de Raad van State is kritisch, het Centraal Planbureau is kritisch. En donderdag bleken ook ambtenaren van het eigen ministerie van Financiën uitermate kritisch te zijn op het meest besproken belastingvoorstel dit najaar: de ‘Baangerelateerde investeringskorting’, afgekort BIK.

Toch houdt het kabinet amechtig vast aan dit omstreden wetsvoorstel, waardoor bedrijven minder loonheffing hoeven te betalen als ze investeringen doen. Vanaf maandag verdedigt staatssecretaris Hans Vijlbrief (Financiën, D66) het Belastingplan voor volgend jaar in de Tweede Kamer, waarin de BIK is opgenomen.

Wat zijn de belangrijkste argumenten van het kabinet en wat is de voornaamste kritiek erop?

Met name voor de linkse oppositiepartijen is de BIK-regeling al onacceptabel sinds deze op Prinsjesdag terloops in de begrotingsstukken werd gepresenteerd. Grootste bezwaar: het gaat om een fiscaal voordeel voor het bedrijfsleven van 2 miljard euro per jaar, voor de komende twee jaar. Daarmee is de BIK voor SP, PvdA, PVV en GroenLinks een ‘afschaffing van de dividendbelasting’ in een nieuwe verpakking.

Dat was het meest bekritiseerde voorstel uit de begindagen van Rutte III. Het bleek na een effectieve lobby van grote bedrijven in het regeerakkoord te zijn gezet. Na ruim een jaar verzet hield het kabinet de dividendbelasting toch in stand.

De grootste regeringspartij VVD wilde hoe dan ook vasthouden aan de daarvoor uitgetrokken lastenverlichting voor grote bedrijven van een kleine 2 miljard. Het eerste alternatieve plan, een verlaging van de vennootschapsbelasting, redde het deze zomer ook al niet.

Het derde plan werd de BIK-regeling. Die is volgens het kabinet goed om de kwakkelende economie aan te wakkeren. Uit de ambtelijke notities die Vijlbrief donderdagavond naar de Tweede Kamer stuurde, blijkt dat het voorstel voor de BIK rechtstreeks uit de koker van VNO-NCW komt: de lobby-organisatie voor het bedrijfsleven.

Pas drie weken na Prinsjesdag kwam de staatssecretaris met een inhoudelijke toelichting op de werking van de regeling en de beoogde economische effecten, vergezeld van een nogal kritisch advies van de Raad van State op het wetsvoorstel.

De bakker krijgt korting op een oven

In het kort komt het erop neer dat bedrijven die de komende twee jaar in bedrijfsmiddelen investeren een korting krijgen op hun loonbelasting. Rekenvoorbeeld: een bakkerij die voor een ton nieuwe ovens aanschaft krijgt een korting van 3.000 euro op de loonheffing voor zijn personeel. Voor investeringen boven de 5 miljoen euro wordt de korting ietsje lager: 2,44 procent.

Hiermee, zo hoopt het kabinet, zullen bedrijven nieuwe investeringen gaan doen of reeds geplande investeringen naar voren halen. Bedrijfsinvesteringen, die volgens het Centraal Planbureau in de huidige economische recessie met zo’n 10 procent (10 miljard) per jaar dreigen af te nemen, moeten met het lokkertje van de BIK zo veel mogelijk op peil worden gehouden.

Uit ambtelijke notities bleek dat de BIK rechtstreeks uit de koker komt van VNO-NCW, de lobbyclub voor het bedrijfsleven

„Het is eigenlijk een heel simpel idee”, zo zei Vijlbrief begin deze maand bij de Algemene Financiële Beschouwingen al tegen de Tweede Kamer. „Wat we hier doen, is het bevorderen van investeringen door ze met die premie goedkoper te maken. In de economie leidt dat per saldo normaal gesproken tot meer banen.” Het is volgens hem een kortetermijnregeling met een blijvend effect.

Daar denkt het CPB anders over. Op verzoek van de Tweede Kamer rekende het planbureau de mogelijke economische effecten van de BIK uit. Door de coronacrisis zullen bedrijven door deze „relatief beperkte fiscale prikkel waarschijnlijk niet extra gaan investeren”, staat in een deze week verschenen analyse. Met als gevolg dat het door het kabinet beoogde doel vermoedelijk niet zal worden gehaald. De BIK heeft volgens het CPB „nauwelijks effect” op de werkgelegenheid.

Al op Prinsjesdag noemde het planbureau een ander bezwaar tegen de voorgenomen belastingkorting voor bedrijven. Of eigenlijk was het meer het schetsen van een angstbeeld: „De BIK vertoont grote gelijkenis met de in de eind jaren tachtig ingestelde Wet Investeringsrekening.” En aan die ‘WIR’ denken niet veel politici en ambtenaren met genoegen terug.

Dat was een regeling die veel te populair was, dus veel geld kostte en misbruik in de hand werkte. Nadat het kabinet-Lubbers II besloten had de WIR af te schaffen en dat nieuws voortijdig was uitgelekt naar belastingadvieskantoren, werd er in het laatste weekend dat dat kon nog grif op ingetekend.

Lees ook: columnist Marike Stellinga over het nut van de BIK

De rekensom van Rutte

Voor het kabinet is het economische belang dat Vijlbrief naar voren brengt niet het enige argument. Premier Rutte hamerde bij de Algemene Politieke Beschouwingen in september op iets anders. Hij vindt het principieel niet aanvaardbaar dat de lasten voor het bedrijfsleven in deze kabinetsperiode stijgen (met ruim 5 miljard euro), terwijl die voor burgers met bijna hetzelfde niveau dalen. Als de BIK niet wordt ingevoerd, rekende de premier voor, „dan wordt 5,1 miljard 7,1 miljard”.

De rekensom van Rutte klopt niet helemaal. De 5,1 miljard lastenverzwaring voor bedrijven, zo rekent het CPB voor, is een cumulatief bedrag, niet structureel. Gemiddeld bedraagt deze lastenstijging in de jaren 2017-2021 een kleine 1,3 miljard per jaar. Voor de komende kabinetsperiode schat het CPB de structurele lastenverzwaring voor bedrijven, inclusief de BIK, op 1,1 miljard per jaar.

De sleutel voor het doorgaan van de BIK ligt opnieuw in de senaat

De BIK is in principe een tijdelijke crisismaatregel, voor twee jaar. Daarna blijft 2 miljard per jaar voor het bedrijfsleven beschikbaar, zo schreef het kabinet al in de Miljoenennota. „Na afloop van de BIK zal deze budgettaire ruimte worden gebruikt voor een nader te bepalen maatregel met hetzelfde doelbereik, namelijk het verlagen van werkgeverskosten.”

Behalve inhoudelijke kritiek – werkt een gerichte subsidie niet doeltreffender dan een generieke fiscale aftrekregeling? – uitte de Raad van State begin oktober vooral ook een procedureel bezwaar op de BIK. Het kabinet heeft de maatregel immers ondergebracht in het brede Belastingplan 2021. Dat is een verzamelwet met alle fiscale wijzigingen voor komend jaar. Dat maakt het voor de oppositie onmogelijk om alléén tegen de BIK te stemmen. Wie dat doet, stemt namelijk het hele Belastingplan weg, terwijl daar bijvoorbeeld ook een kleine lastenverlichting voor burgers in zit.

De sleutel voor het doorgaan van de BIK ligt opnieuw in de senaat. In de Tweede Kamer lijkt het kabinet wel voldoende steun te hebben. Een motie van GroenLinks om de 2 miljard voor het bedrijfsleven anders te besteden kreeg in september bijvoorbeeld geen steun van SGP en Forum voor Democratie. Die laatste partij kan met tien zetels in de Eerste Kamer het kabinet aan een meerderheid helpen.

Fractievoorzitter Paul Frentrop wil desgevraagd zijn positie over de BIK nog niet prijsgeven, maar hij geeft al wel een hint. „Belastingverlagingen juichen wij in principe toe.”