Al die uren Fortnite hóéven niet erg te zijn

Gamen Tijdens de pandemie is gamen explosief gegroeid – net als de zorgen van ouders. Dat is niet altijd terecht, zeggen onderzoekers. „We moeten ons niet blindstaren op schermtijd.”

Foto Yentl Slik

Binnenzitten was al langer het nieuwe buitenspelen, en nu komen daar nog een tweede coronagolf en herfstweer overheen. Wat kunnen kinderen (en volwassen kinderen) inmiddels nog gezellig samen doen behalve gamen? In spellen als Fortnite, Animal Crossing en Minecraft hoeft in elk geval niemand afstand te houden of mondkapjes op. Tijdens de eerste lockdowns speelden wereldwijd meer dan 350 miljoen mensen Fortnite.

Nederlandse kinderen gameden al voor de pandemie gemiddeld zo’n veertien uur per week, en dat zal bepaald niet minder zijn geworden. Deze herfst komen er bovendien een nieuwe PlayStation en Xbox uit.

Met de explosieve groei van onlinespellen zijn ook de zorgen van veel ouders over het gamegedrag van hun kinderen toegenomen – en misschien ook wel de zorgen van partners van verstokte volwassen gamers. Zitten ze niet veel te veel achter dat scherm?

Opvallend genoeg zijn game-onderzoekers minder bezorgd. Ja, games zijn zó ontworpen dat ze kunnen leiden tot verslaving, ja, al te gewelddadige spellen kunnen slecht zijn voor de psychologische ontwikkeling van sommige kinderen. En jazeker, tot diep in de nacht achter een scherm is bijna altijd een slecht idee. „Maar we moeten ons niet blindstaren op schermtijd”, zegt Geert Verheijen, gedragspsycholoog aan de Radboud Universiteit en gepromoveerd op game-onderzoek. „Het hangt er helemaal van af hoe kinderen die doorbrengen, en dat kan ook op heel nuttige en sociale manieren.”

Lees ook: Gamen nutteloos? Nee, het is juist leerzaam.

Ook voormalig professioneel gamer Koen Schobbers waarschuwt voor te veel somberte over al dat gamen tijdens de lockdown: „Voor veruit de meeste kinderen is gamen iets positiefs, en meestal kunnen ouders er ook ontspannener mee omgaan.”

Goed tegen eenzaamheid

Verheijen promoveerde deze maand op de sociale gevolgen van gamegedrag bij jongeren. Hij vond onder meer dat gamen een positief effect kan hebben op een vervelend gevolg van de coronacrisis: eenzaamheid. Verheijen volgde zo’n 600 jongeren gedurende drie jaar, weliswaar voor de pandemie uitbrak, maar hij denkt dat de psychologische mechanismen nu hetzelfde werken. „Bij jongeren die vooral alleen gamen, zagen we stijgende eenzaamheid. Maar als ze vooral samen met anderen spelen, zowel online als fysiek, waren ze consistent minder eenzaam, zowel op de korte als de lange termijn.”

Ook in een recente Noorse studie naar 700 tieners werd geen verband gevonden tussen veel gamen en negatieve psychische gevolgen. Sterker nog: veel gamen zorgde er bij pubers die veel last hadden van angsten juist voor dat hun problemen minder werden.

Wel hangt de psychosociale impact volgens Verheijen sterk af van de manier waaróp kinderen spelen. Tijdens een van de studies werden spelers gefilmd terwijl ze het racespel Mario Kart op een van drie manieren speelden: alleen, competitief, of samenwerkend met een vriend. „Wanneer vrienden veel positief en prosociaal gedrag lieten zien, dus als ze elkaar hielpen of opbouwende grappen maakten, leidde dit tot een betere vriendschap, júíst bij een competitief spel.” En opvallend genoeg hóéft het niet positief te werken op vriendschappen als tieners samenwerkend spelen, dat kan de vriendschap ook ondermijnen. Sommige vrienden gaan zich dan onderdanig of juist dominant naar elkaar gedragen. Of er ontstaat frustratie omdat de één beter speelt dan de ander. „Uiteindelijk bleek dat de interactie tussen spelers het belangrijkst was voor de kwaliteit van de vriendschap, en niet het speltype.”

Niet schermtijd maar context

Het is helaas niet zo makkelijk om van specifieke games of genres te kunnen zeggen of die beter of slechter zijn tegen eenzaamheid zijn dan andere, zegt hij. „Ik heb daar onderzoek naar proberen te doen, maar dan stuit je toch snel op problemen. Een spel als Minecraft: welk genre is dat? Fortnite kun je spelen als schietspel, samenwerkend bouwspel, je kunt er soms zelfs concerten bezoeken.” Wat wél te zeggen is: in de regel zijn spelletjes op de smartphone simpeler. Snelle tussendoorspelletjes als Candy Crush worden volgens Verheijen op de smartphone doorgaans op een minder sociale manier gespeeld dan spellen op consoles. „Want dáár draait het om, niet om schermtijd.”

Foto Yentl Slik

Oud-profgamer Koen Schobbers adviseert ouders en schreef samen met journalist Deirdre Enthoven Mijn gamende kind, waarin ze veelvoorkomende vragen van ouders over gamen beantwoorden. Hij beaamt dat gamen kan ontaarden in sociale isolatie en verslaving, maar dat gebeurt bij een kleine minderheid. En jongeren kunnen volgens hem juist veel leren van gamen. „Elke game leert je andere kwaliteiten, maar bij bijna alle consolespellen komt taalvaardigheid en oog-handcoördinatie voor. Al die kinderen van twaalf die dankzij Fortnite heel goed Engels kunnen. Spellen als Minecraft leren je probleemoplossend werken, strategievorming is in bijna elk spel een element.”

Behoeftes en zwaktes

Toch zijn er wel degelijk ook terechte zorgen over gamen, vindt zowel Schobbers als Verheijen. De grote spellen concurreren om de tijd en aandacht van hun gebruikers met Instagram, YouTube en TikTok. Net als deze sociale media gebruiken games geraffineerde psychologische methodes om spelers zo hooked mogelijk te krijgen. Schobbers: „Grote spelontwikkelaars hebben veel psychologen in dienst om zo goed mogelijk in te spelen op de behoeftes en zwaktes van spelers.”

Om de balans tussen gamen en de rest te bewaken, hanteert Schobbers in zijn boek een Schijf van Vijf voor gamen. Die bestaat uit vijf ‘s’-en: slaap, studie, sport, sociaal en spel. „Zolang het spel geen negatieve invloed heeft op slaap, studie, sport of sociaal, is je kind in een gezonde balans en kan die prima vrije tijd besteden aan gamen.” Ook sommige games bevatten elementen van sport en sociaal.

Er zijn namelijk ook heel veel dingen die je níét leert in games. Zo is de laatste jaren uit onderzoek gebleken dat empathie tussen mensen afneemt als ze elkaar alleen via een schermpje spreken, ten opzichte van fysiek contact. En als kinderen na school alleen nog maar gamen, missen ze het leren van andere sociale vaardigheden, zoals bij andere kinderen thuis spelen (en de ouders van die kinderen daarvoor bedanken).

Er is volgens Verheijen één duidelijk waarschuwingssignaal dat gamen problematisch aan het worden is: „Als spelers veel gaan gamen om aan de werkelijkheid te ontsnappen: escapisme als motief voorspelt in verschillende studies sociale problemen.”

Virtuele ontmoetingsplaatsen

Maar is er nog wel zo’n glashelder onderscheid tussen de ‘echte’ en de virtuele wereld? Games zijn steeds rijkere ontmoetingsplaatsen en worden een vaster onderdeel van de sociale leefwereld van kinderen. Het is nog niet het volledig parallel sociaal universum dat Fortnite nastreeft. Maar de nieuwe sociale ruimte mengt steeds meer met de fysieke leefwereld. Verheijen: „Denk aan dansjes van Fortnite. Je hoort er niet bij op het schoolplein als je die niet kent.”

Hij vindt het veelzeggend dat de meeste gamende kinderen zichzelf geen ‘gamer’ vinden, ook al gamen ze vaak meerdere uren per dag. „Het wordt niet gezien als iets heel bijzonders, het is gewoon één van de plekken waar je plezier maakt, vrienden en nieuwe mensen ontmoet, en waar je je identiteit op nieuwe manieren kunt ontwikkelen.”

Foto Yentl Slik

Dat laatste ziet Schobbers als voordeel: „Je identiteit online is veranderlijker, het leent zich voor zelfontplooiing. Voor een paar euro koop je een andere ‘skin’ of nieuwe items. Als je de sloddervos van de klas bent, kijken mensen misschien anders naar je dan je zou willen, en games zijn een goedkopere en makkelijkere manier om je uiterlijk vorm te geven zoals jij dat wilt.” Zo spelen in onder meer Fortnite jongens vaak met vrouwelijke skins en meisjes met mannelijke. Games bieden speelsere en nieuwe manieren om met identiteit om te gaan.

En een kind kiest een bepaald spel niet voor niets uit om zo veel tijd in door te brengen. Houdt hij of zij van samenwerken, schieten, competitie, strategisch denken, dan is er altijd een spel dat die elementen uitdaagt. Schobbers: „Als een kind één spel veel speelt, past het bijna per definitie goed bij de identiteit van het kind, anders zou die het niet spelen.”

Maar het blijft een precaire balans tussen gezond en ongezond gamen, zeker nu er zo weinig anders te doen is. Spellen worden geavanceerder en complexer en dus wordt de digitale opvoeding dat ook. „Praten en doorvragen is de beste oplossing.”, zegt Schobbers. „Regels bedenken mét, in plaats van vóór je kind. En als je als ouder meer weet over zowel de positieve als negatieve kanten van gamen, neemt de bezorgdheid af.”

Geert Verheijen heeft nog één (soort) geruststellende vaststelling voor bezorgde ouders: „Op zich zijn games makkelijker helemaal uit te zetten dan de smartphone.”

Luca Arends (17, havo 4) uit Zieuwent (Gelderland)

‘Mijn moeder vindt soms dat ik naar buiten moet’

‘Ik denk dat ik gemiddeld ongeveer drie uur per dag speel, vooral Fortnite. Ik weet niet of ik er heel veel van leer, ik doe het vooral omdat ik het leuk vind met vrienden. In het begin vooral met vrienden van school, daarna ook mensen die ik in het spel heb leren kennen. In de pandemie ben ik wel meer gaan spelen, en ik doe het ook weleens samen met mijn moeder. Niet de hele tijd hoor, maar ik vind het wel heel gezellig met haar. Zij vindt het ook leuk dat je er gesprekken met mensen uit andere landen kunt voeren.

Zij zegt soms dat ik er te veel op zit, en vindt dan bijvoorbeeld dat ik eens naar buiten moet. Sommige weekenden zit ik wel bijna de hele dag in mijn gamekamer. Dat ben ik dan meestal ook wel met haar eens: vooral in de coronatijd merk je dat je motivatie voor andere dingen, zoals school, wel minder wordt. We hebben er soms wel discussie over maar zij snapt gelukkig wel heel goed dat Fortnite gewoon een plek is waar ik vrienden ontmoet.”


Marissa Willemsen (13, havo 2) uit Eindhoven

‘We zitten soms met het hele gezin te spelen’

‘Ik speel elke dag meerdere uren Fortnite, in de zomer toen er geen school was soms zelfs hele dagen. Meestal met vrienden in squads. Die vrienden ken ik niet van school of buurt maar van Fortnite. Zij wonen in verschillende landen, dus daar leer je ook wel dingen van. Ik spreek op Fortnite bijna altijd Engels, maar soms ook Frans. Ik zit in de tweede klas en heb dus net iets meer dan een jaar Frans, maar ik chat in Fortnite best vaak in die taal. Soms wisselen we Frans en Engels af.

Ik denk ook dat ik van de game beter heb geleerd om me goed te concentreren. En ik ben altijd heel verlegen geweest, in Fortnite durf ik meer te praten dan in het echte leven. Ik denk dat dat komt omdat je in de game wat minder confrontatie hebt. Mijn moeder vindt het ook goed dat ik zoveel game, zeker nu we met corona weinig anders kunnen doen. We zitten soms met het hele gezin te spelen en te kijken naar hoe ik Fortnite speel, dat is ook gezellig.”