Testen, mondkapjes en dreigende hotel-isolatie: judoën onder hoogspanning

Judo Voor het eerst sinds de pandemie-uitbraak wordt deze week een groot toernooi voor een olympische contactsport georganiseerd. „Natuurlijk voelt het dubbel.”

Boven: Frank de Wit verliest van de Bulgaar Ivaylo Ivanov, in Den Haag in 2018. Onder: Kim Polling tegen Haruka Tachimoto tijdens de Olympische Spelen in Rio, in 2016.
Boven: Frank de Wit verliest van de Bulgaar Ivaylo Ivanov, in Den Haag in 2018. Onder: Kim Polling tegen Haruka Tachimoto tijdens de Olympische Spelen in Rio, in 2016. Foto’s André de Heus en Robin Utrecht/ANP

Vier coronatesten in een week tijd; geen uitstapjes buiten het hotel; verplicht gebruik van een mondkapje, behalve tijdens wedstrijden; tien dagen quarantaine bij een besmetting, gevolgd door twee negatieve testuitslagen om naar eigen land terug te keren. De honderden judoka’s die vanaf vrijdag in actie komen tijdens het Grand Slamtoernooi in Boedapest, een onderdeel van het olympisch kwalificatietraject, worden aan een streng corona-regime onderworpen.

Dat strenge protocol was een harde voorwaarde van gastland Hongarije, dat kampt met ruim 1.400 besmettingen per dag op een bevolking van bijna 10 miljoen. Die cijfers mogen niet oplopen door het toernooi, en dus worden in een paar dagen tijd ruim duizend judoka’s, coaches, scheidsrechters en vrijwilligers getest, vertelt Andrea Ember van de medische commissie van de internationale judofederatie IJF. „Besmettingen kunnen we niet uitsluiten, maar we doen er alles aan het risico zo klein mogelijk te houden.”

Voor het eerst sinds de uitbraak van de wereldwijde pandemie, afgelopen voorjaar, wordt een hoogwaardig toernooi georganiseerd voor olympische contactsporters.

In de sportwereld geldt het daarom als testcase. Vallen de coronabesmettingen mee, dan zal bijvoorbeeld de internationale worstelbond het sneller aandurven een groot toernooi te organiseren, zo is de verwachting. Maar ook nationale judobonden zullen de ervaringen in Hongarije meewegen bij hun besluit al dan niet af te reizen naar de EK in Praag, half november. „We gaan goed evalueren met coaches en staf”, zegt Pascal Bakker, topsportcoördinator van de Nederlandse judobond. „Als in Hongarije veel besmettingen plaatsvinden, kun je je afvragen of de EK nog wel een optie zijn.”

Trainen bij ouders thuis

De strenge maatregelen rond het toernooi in Hongarije schrikken de dertien Nederlandse judoka’s die eraan deelnemen – acht mannen en vijf vrouwen – niet af. Ook de omstandigheden waaronder zij judoën – zonder publiek in een land met een oranje reisadvies – vormen geen beletsel. „Natuurlijk voelt het dubbel om tijdens een pandemie mee te doen aan een groot toernooi”, zegt Frank de Wit, die in Boedapest meedoet in de klasse tot 81 kilogram. „Judo is niet de meest coronaproof sport. Maar hé, dit is ook mijn werk, en ik heb al acht maanden geen toernooi gespeeld.”

Bekijk ook deze fotoserie over topsport in tijden van corona

Tijdens de coronastop heeft hij veel getraind bij zijn ouders, die over een gym beschikken. Hardlopen, fietsen: het hield hem in shape. Maar hoe langer de pandemie duurt, zegt hij, hoe moeilijker het wordt gemotiveerd te blijven. „Als je geen zicht hebt op een toernooi is het moeilijk verbeterpunten te vinden.”

Noël van ’t End (gewichtsklasse tot 90 kilo) ervaart het niet anders. Net als bijvoorbeeld in het voetbal is de ‘bubbel’ in het judo niet waterdicht, zegt hij. „Op de mat mogen we alles. Je zit dicht met je hoofd bij dat van je tegenstander. Zijn zweet valt op jou, hij ademt in je gezicht en visa versa. Maar als je van de mat stapt, moet je een mondkapje op en anderhalve mater afstand houden. Dat voelt een beetje raar, maar het is nou eenmaal de werkelijkheid.”

Frank de Wit is teleurgesteld na een nederlaag tegen de Bulgaar Ivaylo Ivanov, in Den Haag in 2018. Foto André de Heus

En zo ziet Van ’t End wel meer paradoxen. „We gaan deze week naar een land met minder coronabesmettingen dan Nederland. We worden in een paar dagen tijd vier keer getest. Maar als we terugkomen moeten we tien dagen in quarantaine. Hoe logisch is dat?”

Olympische kwalificatie

Een aantal judoka’s koos ervoor niet naar Boedapest af te reizen. Omdat ze voor een andere wedstrijd kiezen, zoals Henk Grol, of omdat ze de situatie in de Hongaarse hoofdstad ongewis vinden, zoals Kim Polling. „Ik snap niet zo goed hoe je nú een toernooi voor een contactsport als judo kunt organiseren”, zegt Polling. „Deelnemers worden meerdere keren getest, dus het risico op besmetting is misschien niet zo groot. Maar je zou maar net wél besmet raken en vast komen te zitten in een hotel in een vreemd land. En stel dat het een paar weken duurt voor je weer corona-negatief bent? Dat gebeurt, hè?”

Lees ook dit interview met Kim Polling uit augustus

Polling vindt het ook geen goede zaak dat niet alle judobonden kunnen deelnemen aan het toernooi, omdat ze het niet veilig genoeg vinden, of omdat hun overheid dat niet toestaat. „Je kunt je afvragen of dat wel eerlijk is. Sterker: hoe eerlijk is het als je de prestaties in Boedapest laat meetellen voor olympische kwalificatie?”

Bij de Nederlandse judobond zaten ze met dat soort vragen in hun maag, zegt topsportcoördinator Bakker. „In principe is het niet eerlijk dat sommige landen niet kunnen deelnemen, of dat sommige judoka’s door de situatie in hun land veel minder hebben kunnen trainen. Om die reden hebben wij tegen de IJF gezegd: begin pas weer met je kwalificatietraject als er wereldwijd op een veilige manier gereisd kan worden.” Maar ja, zegt hij, er spelen ook andere belangen mee bij de internationale federatie, zoals financiën of prestige.

Echt prettig vinden ze de situatie niet, zegt Bakker. Maar de IJF en gastland Hongarije doen er wel alles aan de risico’s te beperken. En de meeste judoka’s vinden het heel fijn dat er weer gejudood mag worden. „Eén van hen staat op het randje van olympische kwalificatie, die heeft echt nog wat uitslagen nodig. Ook een groot deel van de coaches vond: we moeten gaan.”

Om weifelende judoka’s niet onder druk te zetten, besloot de judobond behaalde prestaties op toernooien dit jaar (na de coronastop) niet mee te wegen in de selectie voor ‘Tokio’. „In een aantal gewichtsklassen zijn twee mensen in de race”, vertelt Bakker. „Voor hen zou een goede uitslag in Boedapest het verschil hebben kunnen maken, ware het niet dat wij dat moreel onverantwoord vinden. Dat maakt het voor iemand als Kim makkelijker niet af te reizen.”

Er zijn ook judoka’s die al die aandacht voor het virus wat overdreven vinden. „Natuurlijk ben ik waakzaam”, zegt Henk Grol, „vooral voor de mensen om mij heen”.

Hij kent sporters die maanden na een besmetting nog kampen met kortademigheid en een slechte conditie. „Maar judo is een machosport”, zegt hij, en in de mannenploeg is niemand bang besmet te raken. Mocht hij tóch besmet raken, dan verwacht hij niet te overlijden, want met zijn 35 jaar mag Grol „op leeftijd” zijn, hij is nog steeds superfit en van obesitas heeft hij geen last.