Opinie

Ragoutcilinder

Christiaan Weijts

Alweer aten we meer vlees: een halve kiloknaller extra per maag. Dat was het nieuws althans, maar het waren wel pre-coronale cijfers, over 2019. Ik zie allerlei tekenen die voorspellen dat de curve in het huidige vleesjaar flink zal afvlakken.

Zo was er Henk Krol, die al in april verklaarde dat hij spontaan vegetariër was geworden door de pandemie. Voedselsite Food Dive meldde in mei dat de verkoop van vleesvervangers met 148 procent omhoog was geschoten. Albert Heijn verdubbelde het assortiment aan vegaproducten. Mijn Jumbo heeft ze al wekenlang prominent bij de ingang in de aanbieding.

Allemaal door Henk Krol. En het gaat maar door. HEMA presenteert komende maandag de vegetarische ‘OokWorst’. Afgelopen week rolde de eerste Veggie McKroket van de bakplaat.

Dus ik naar de McDrive, met een kritisch testpanel op de achterbank (9 en 11 jaar). Bij blindproeven wezen ze allebei de Veggie abusievelijk aan als de vleeskroket. Dat biedt hoop. Al is het de vraag of het wel ‘worst’ en ‘kroket’ mag blijven heten. In Brussel stemmen ze een dezer dagen over een verbod op zulke ‘misleidende’ vleesnamen. Dan worden het een rooktube en een ragoutcilinder, legde ik uit. De reactie: „Gatver!”

‘Schnitzelgate’ bewijst vooral hoe heet de vleesindustrie het onder de voeten heeft. Dat ze zelfs een publiekscampagne begon tegen de ‘culturele kaping van vleesnamen’, is toch wel het allergrootste bewijs van de kanteling in het consumentenbewustzijn. Als de Veggie-kroket beter smaakt dan hun kadavervariant, valt de bodem weg onder het bestaan van de bio-industriëlen. Met hun namenlobby lijken ze lachwekkend – koetsiers die de stroomtram willen stremmen – maar ze blijken een stuk machtiger.

Dat bleek woensdag. De EU-landbouwministers kwamen overeen dat twee derde van het landbouwgeld naar intensieve landbouw gaat, zonder milieuvoorwaarden. Exit Green Deal. Weggewalst door de boerenlobby.

Opklauteren naar een duurzame wereld lijkt op het beklimmen van een stilstaande roltrap. Je komt wel iets vooruit, maar het voelt zo zwaar en traag. Je zou willen dat de instituties met de schakelaars in handen wat meewerkten. Maar met deze zet schakelden ze in Brussel de trap vol in z’n achteruit.

De bio-industrie kan overmorgen voorbij zijn. Vleesvervangers en kweekvlees uit stamcellen maken dieren even overbodig voor ons voedsel als de verbrandingsmotor dat eerder al deed in ons transport. De schakelaar hoeft alleen maar om. Procedures versnellen, subsidies verschuiven, innovatie belonen.

De bevolking wil wel. De supermarkten, HEMA en McDonald’s breiden hun vega-aanbod niet uit liefdadigheid uit, maar domweg omdat de consument er massaal om vraagt.

Uiteindelijk komen we er wel. Maar het zou helpen als we niet steeds tegen de rolrichting in omhoog hoefden te rennen.

Christiaan Weijts schrijft elke vrijdag op deze plek een column.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.