Opinie

Plan tegen Rotterdamse huisjesmelkers

Opinie 010 Rotterdam heeft veel particuliere verhuurders van goedkopere huurwoningen die te hoge huren rekenen en woningen slecht onderhouden. Dat is slecht voor de wijken. De gemeente wil de problemen nu aanpakken. Zijn de vorige week gepubliceerde plannen daarvoor afdoende?

Illustratie Rik van Schagen

Het is de gemeente al jaren een doorn in het oog: huisjesmelkers. Een flink deel van de woningen die in het sociale segment vallen, is in handen van particuliere eigenaars. En weer een flink deel van die eigenaren vraagt te hoge huren of onderhoudt zijn panden niet goed. Dat is slecht voor wijken, waar toch al vaak minder weerbare mensen wonen. Het is niet eenvoudig gebleken om die verhuurders aan te pakken. Vorige week lanceerde de gemeente een 25-stappenplan, met daarin onder meer stevige maatregelen zoals een verhuurdersvergunning. Gaan die maatregelen de problemen oplossen?

Bas Kurvers, (wethouder wonen, VVD): „Huur is in beginsel natuurlijk een private zaak tussen verhuurder en huurder. Dus we hebben onderzoek gedaan om te kunnen beoordelen of ingrijpen in die relatie proportioneel is. En ik ben me rot geschrokken.

Waar blijven toch al die nieuwe woningen in Rotterdam?

„In Carnisse bleken er veel particuliere verhuurders bij te zijn gekomen, ten koste van het eigen woningbezit. Dat zijn niet allemaal goede verhuurders. De goede zitten er voor de lange termijn en onderhouden hun panden. De anderen komen af op de hoge rendementen, plegen geen onderhoud en vragen hoge huurprijzen. Voor 64 procent van de woningen in Carnisse die onder de sociale verhuur vallen, waarvan de huur met het puntensysteem van het woningwaarderingsstelsel is gemaximeerd, worden te hoge huren gevraagd. Bovendien bleken veel huurcontracten niet te kloppen, werden er onterecht allerlei kosten in rekening gebracht. Dat ondergraaft de sociale cohesie, omdat mensen dan sneller verhuizen. Het risico bestaat dat zo’n wijk dan wegglijdt.

„Voor huurders is het bovendien moeilijk om hun recht te halen. Bij de huurcommissie moeten ze binnen een half jaar de huurprijs aanvechten, anders kan het niet meer. En die commissie is onderbemand, dus uitspraken laten op zich wachten. Veel huurders durven niet naar de commissie uit angst hun huis te worden uitgezet. Dus ja, er is reden om een stap naar voren te zetten als gemeente. Als een markt niet functioneert, is er een sterke marktmeester nodig.

„We gaan huurders ondersteunen door actief te communiceren wat een redelijke huur zou mogen zijn, er komen huurteams in de wijken, en huurcoaches voor bewoners. Bouw- en woningtoezicht gaat werken in de wijk, we willen een meer zichtbare overheid. Aan de andere kant komt er een ‘witte lijst’ van verhuurders die zich aan de regels houden. In de wijk Carnisse gaan we ook een verhuurdersvergunning invoeren in de APV. Dat is vrij nieuw, ze zijn daar in Groningen en Schiedam mee aan het oefenen. We gaan het rottend fruit aanschrijven, en de verhuurders krijgen een kans zich te verbeteren; wel onderhoud te plegen, en de huren te verlagen. Als ze dat niet doen, kan hen een forse last onder dwangsom worden opgelegd. Dan raak je ze waar het het meest pijn doet; in hun portemonnee.”

Geef corporaties meer ruimte in Rotterdam

Erwin Dingenouts, huurrechtadvocaat: „Het is belangrijk dat er aandacht komt voor het probleem, en dat huurders goede informatie krijgen. Maar de gemeente kan al heel veel. Bouw- en woningtoezicht kan veel nuttig werk doen voor huurders, en heeft ook wettelijke bevoegdheden, maar dan moet er wel voldoende personeel zijn; daar is de laatste jaren op bezuinigd.

„De gemeente heeft ook eerder al de subsidie voor het Huurteam Rotterdam stopgezet, terwijl dat heel effectief was in het bijstaan van huurders.

„Het beleid bij de gemeente moet ook wel zijn dat er daadwerkelijk gehandhaafd wordt. Dat gebeurt veel te weinig. Ik sta veel huurders van corporaties bij, dan zit het met de huurprijs meestal wel goed, maar met onderhoud lang niet altijd. Het zou zonde zijn als de gemeente zich alleen op de particuliere onderhoudsachterstand zou richten.

„Wel klopt het dat de huurcommissie te weinig effectief is; behandeling van een zaak kan zomaar een jaar duren. En tot slot: het is belangrijk dat huurders naar een advocaat kunnen. Bij spoed, maar ook omdat het vaak niet klaar is met een uitspraak van de huurcommissie; die moet je kunnen afdwingen. Maar door de landelijke bezuinigingen op de sociale advocatuur is dat lastig geworden.”

Marcel Trip, woordvoerder Woonbond: „Het is een goede zaak dat de gemeente optreedt tegen misstanden. Maar wij denken wel dat het noodzakelijk is dat ook landelijk gekeken wordt naar maatregelen, zoals bijvoorbeeld een verhuurdersvergunning. Anders kunnen malafide verhuurders makkelijk hun activiteiten verplaatsen naar een andere wijk, of een andere stad. Ook zou het goed zijn als er landelijk werd besloten tot boetes voor verhuurders die te hoge huren vragen.

„We zijn juist deze maand een campagne gestart voor landelijke maatregelen. Gemeenten zijn weliswaar verantwoordelijk voor genoeg betaalbare woningen, maar het kabinet staat oplossingen in de weg. Daarom kunnen mensen nu een petitie ondertekenen voor beter beleid.”

Elsje Jorritsma