„Te laat en met het schaamrood op de kaken” zal de Protestantse Kerk Nederland erkennen tekort te zijn geschoten ten tijde van de Jodenvervolging.

Foto Hollandse Hoogte

Interview

‘Na NS en overheid willen protestanten ook iets zeggen over de oorlog’

Fred van Lieburg| historicus

Protestantse kerken zullen schuld belijden over hun houding in de Tweede Wereldoorlog. Fred van Lieburg zet er vraagtekens bij.

Heel even leken de vanouds verdeelde protestantse kerken in Nederland deze week met één mond te spreken. Of dan toch tenminste uit twee monden min of meer hetzelfde geluid te laten horen.

Dagblad Trouwberichtte deze donderdag dat de Protestantse Kerk Nederland (PKN) op 8 november bij een herdenking van de Kristallnacht schuld gaat belijden tegenover de Joodse gemeenschap in Nederland. Het kerkgenootschap, met ruim 1,5 miljoen leden met afstand de grootste protestantse denominatie, zal bij monde van scriba en gezicht van het kerkgenootschap René de Reuver „te laat en met schaamrood op de kaken” verwoorden dat de kerken (Hervormd, Gereformeerd, Luthers) tekort geschoten zijn tegenover het Joodse volk. Dat zijn geen excuses, aldus De Reuver, want dat zou geen kerkelijk begrip zijn. Op dezelfde dag verscheen in het Nederlands Dagblad een verklaring van een aantal kerkleden uit meer behoudende kerkgenootschappen. Ze roepen kerken op deze verklaring op zondag 15 november voor te lezen tijdens de kerkdienst. In die verklaring wordt „met schaamte” de nalatigheid van Nederland tegenover de Joodse gemeenschap beleden.

Volgens hoogleraar Fred van Lieburg, als religiehistoricus verbonden aan de Vrije Universiteit, zijn beide verklaringen minder officieel dan ze lijken. Van Lieburg, die samen met enkele promovendi onderzoek deed naar de houding van kerken tijdens de Tweede Wereldoorlog, meent dat er een eenheid wordt gesuggereerd die er niet is. „Het zijn geen uitspraken van deze kerken en synodes, maar van mensen uit deze kerken. Er zijn bijvoorbeeld geen synodale besluiten over genomen. Dat maakt ze minder officieel dan bijvoorbeeld de excuses die Rutte begin dit jaar gemaakt heeft namens de Nederlandse overheid. Een officiële verklaring kan ook helemaal niet, want over bijvoorbeeld de status van Israël zijn christenen veel te verdeeld. Dat zou te gevoelig liggen.”

Lees ook: Ruttes excuses markeren omslag

Hoe moeten we deze verklaringen dan wél begrijpen?

„Meer zoals de Nashvilleverklaring (over homoseksualiteit en transgenders, red.), ruim een jaar geleden, waarin een groep theologen en vooraanstaande kerkleden een stelling betrekken. Ik interpreteer het als een manier om na de NS en de overheid ook iets te willen zeggen.”

Zijn deze teksten dan niet oprecht?

„De bedoelingen zijn zeker oprecht. Maar net als bij de Nashvilleverklaring lijken de teksten tegelijk en misschien wel vooral een binnenkerkelijk doel te dienen. In veel van de betrokken kerken is lange tijd de vervangingstheologie geleerd. De gedachte dat de kerk de plaats van Israël als oogappel van God zou hebben overgenomen. Dat leidde voor, tijdens en na de oorlog soms tot de houding dat Joden zich uiteindelijk dienen te bekeren. Ik lees tussen de regels met name in de verklaring van de meer behoudende kerken een groot ongemak met deze houding. En een poging om daarmee in het reine te komen. De verklaring uit de behoudende kerken komt verder uit een sterk Israëlgezinde hoek, die naar een nieuwe verhouding met de Joodse gemeenschap zoekt. In het recente verleden zijn door christenen uit diezelfde hoek al vergelijkbare verklaringen verschenen. Zo’n schuldbelijdenis is dus ook niet nieuw. In 1999 zaten er 1.400 christenen met elkaar in de Dom om hetzelfde te doen.”

Lees ook: ‘Bij ons in de Biblebelt’ toont robuust, nieuw soort calvinisme

In beide verklaringen wordt in elk geval het boetekleed aangetrokken. Is dat niet hoe dan ook winst?

„Ja, maar waarvóór? Als historicus geloof ik sowieso niet dat je schuld kunt belijden of excuses kunt maken voor het gedrag van mensen uit een andere tijd. Uit mijn onderzoek, en dat van mijn promovendi, blijkt bovendien dat protestanten helemaal niet zo verschilden van hun medeburgers. Christenen waren in het leven van alledag gewoon onderdeel van de Nederlandse samenleving en waren zodoende vatbaar voor dezelfde dingen. Het helpt niet om religie er dan als allesverklarende factor uit te pikken. Je maakt de rol van de kerk dan groter dan die was. Over exacte cijfers beschik ik niet, maar grosso modo zo’n 5 procent van de Nederlanders was betrokken bij het verzet, 5 procent was duidelijk op de hand van de bezetter en van 90 procent weten we het simpelweg niet. Die 90 procent wordt in de schoenen geschoven dat ze nalatig zijn geweest, terwijl je helemaal niets daarover kunt zeggen. Daar heb ik wel moeite mee.”

Wat is er wel met zekerheid te zeggen over kerken in de oorlog?

„Dat ze in de jaren dertig, zoals veel Nederlanders, nogal Deutschfreundlich waren, gevolgd door een periode van accommodatie en daarna steeds feller anti-Duits. Er zijn ook enkele kanselverklaringen voorgelezen en er werd voortdurend opgeroepen tot gebed voor de koningin. Maar wat de invloed van dat alles op gewone gelovigen was? Lang niet iedereen had de maatschappelijke positie om iets te kunnen doen. En wat ze wel deden gebeurde vaak in het verborgene. Bijvoorbeeld pastorale hulp, of steun aan onderduikers. Veel gelovigen zouden zich daar niet zo snel op laten voorstaan.”

Hoe zouden kerken zich dan wél tot het verleden moeten verhouden?

„Het klinkt misschien wat baatzuchtig van me, als wetenschapper, maar ik zou liever zien dat die kerken een onderzoek initiëren. Daar heeft het nog toe aan ontbroken. Terwijl: je moet eerst begrijpen en dan pas oordelen. Een promovendus van mij legt momenteel bijvoorbeeld een database aan van alle tijdens de oorlog werkzame predikanten en probeert op basis van bronnenonderzoek te achterhalen wat hun houding tijdens de oorlog was. Iets dergelijks zou je ook voor die 90 procent gewone gelovigen kunnen doen. We weten nog zoveel niet, terwijl er steeds meer bronnen toegankelijk worden.”