Reportage

Limburgs is niet vanzelfsprekend

Streektalen De Raad van Europa wil dat streektalen, zoals het Limburgs, meer aandacht krijgen. Maar vooroordelen zitten dat in de weg.

Monique Kerpen leest peuters van kindcentrum Hoera in Heythuysen voor uit haar kinderboek in Roermonds dialect.
Monique Kerpen leest peuters van kindcentrum Hoera in Heythuysen voor uit haar kinderboek in Roermonds dialect. Foto Merlin Daleman

Noortje! Noortje? Mama reup: Noor, kóm ins kieke, veer gaon oefene mit handjes wasse.” Monique Kerpen leest de peuters van van kindcentrum Hoera in Heythuysen voor uit haar boek ’t Verhaol van Noor en ’t coronavirus. „In het Limburgs, en niet in het Nederlands”, vertelt ze vooraf (Roermonds in dit geval, haar moedertaal). De meeste kinderen lijken het, mits niet afgeleid door buurvrouw, buurman of speelgoed, ademloos te volgen. Op momenten doen ze mee door het handenwassen en het niezen in de elleboog te imiteren.

Zo vanzelfsprekend zou het vaker moeten gaan, vindt de Raad van Europa. Die riep de Nederlandse overheid vorige maand op structureel meer aandacht te besteden aan het Limburgs en andere streektalen. De officiële erkenningen zijn er al een hele tijd, maar wat betreft de praktijk blijft het te veel bij mooie beloftes.

Lees ook over dialect op sociale media

Ondertussen neemt het aantal sprekers af en wordt de woordenschat per generatie kleiner, constateert Leonie Cornips, bijzonder hoogleraar taalcultuur aan de Universiteit Maastricht. „Dialect zorgt voor sociale binding binnen een familie, of binnen een dorp of buurt”, zegt Cornips, „maar het heeft ook een emotioneel belang: dialect is in veel gevallen de taal van het hart. Onderzoeken wijzen echter ook uit dat meertaligheid bijdraagt aan een hoger kennisniveau. Kinderen die meertalig met het Limburgs zijn opgevoed, scoren in Cito-toetsen in groep vier beter op het gebied van spellen en begrijpend lezen en hebben een langere concentratieboog. Lees ook dit opiniestuk van Siemon Reker: Limburgs verdient het om als streektaal erkend te blijven Op grond van de streektaal is er een goed gevoel voor het verschil tussen ‘de’ en ‘het’ in het Nederlands, het leren van Duits of de uitspraak van de huig-r in het Frans.”

Misverstand

Maar volgens Cornips willen dit soort bevindingen maar niet tussen de oren gaan zitten. „De Taalunie stelt zich eenzijdig op door zich alleen op dialect te richten als variatie op het Nederlands in plaats van als uiting van meertaligheid. Bij veel ouders leeft nog steeds het misverstand dat dialect de maatschappelijke kansen van hun zonen en dochters verkleint.”

Die houding werkt zelfs bij heel jonge kinderen door, zegt Monique Kerpen, eerder zelf leidster en nu communicatiemedewerker bij Hoera Kindcentra. „Als ze thuis dialect spreken en naar de opvang gaan, horen ze alle belangrijke mededelingen in het Nederlands. Zelfs een peuter voelt dan aan dat dialect minder waard is en gaat het afleren.”

Kerpen schreef haar coronakinderboek in maart in het Nederlands, omdat ze merkte dat er behoefte was aan materiaal voor de kinderen. Ze vertaalde het verhaal daarna in het Roermonds en bracht die versie met eigen geld en een kleine subsidie uit. „Maar het is wel moeilijk om op dat gebied je weg te vinden. Dialecthobbyisten hebben een afschrikwekkend effect, omdat ze erg streng zijn op de juiste spelling. Hun organisaties zijn vergrijsd en houden zich in veel gevallen bezig met nostalgische verhalen. Met jongeren wordt weinig gedaan. Terwijl mijn kinderen, die inmiddels buiten Limburg studeren, met hun Roermondse vrienden wel gewoon in het plat [Roermonds] appen.”

Lees over een nieuw Limburgs woordenboek: Een ‘fluit’ is in het ene Limburgse dorp een penis en in het andere een vagina

Bij haar werkgever stuit Kerpen, als ze het belang van dialect aankaart, op afhoudende reacties. „Het idee is dat het de taken op het gebied van voor- en vroegschoolse educatie van kinderen, het leren van Nederlands, in de weg zit. Bovendien zijn er al zo veel taken.”

De sectie-Limburgs van de lerarenorganisatie Levende Talen, die zich inzet voor het talenonderwijs, pleit voor proeven met onder meer kinderliedjes in dialect in de voorschoolse opvang, streektaal in het onderwijs en meertaligheidshoekjes in bibliotheken. Voorzitter Esther van Loo: „Maar de provincie Limburg wacht op initiatieven van onderop, en onderop zitten ze te wachten op taalbeleid en organisaties die de kar kunnen trekken om cursussen en materiaal te financieren. In Friesland is meer geld vanwege de erkenning van het Fries als tweede landstaal. In het verspreidingsgebied van het Nedersaksisch [Noordoost-Nederland] zijn al onderdelen van het basisonderwijs geselecteerd die je moeiteloos in de streektaal zou kunnen geven. In Limburg niet.”

Cornips wordt er inmiddels een beetje moedeloos van: „Ik ben nu een jaar of tien hoogleraar en het frustreert dat alle onderzoeken geen uitwerking in de praktijk krijgen.”

Er zijn nu wel al op een aantal plekken cursussen waar het plaatselijk dialect – woorden verschillen soms van dorp tot dorp en van stad tot stad – kan worden geleerd.

Tweede Kamerleden

Twaalf Tweede Kamerleden met Limburgse wortels, van Lilianne Ploumen (PvdA) en Martijn van Helvert (CDA) tot Geert Wilders (PVV), hebben inmiddels schriftelijke vragen gesteld aan minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66). Ze willen weten wat de regering doet om het gebruik van Limburgs te bevorderen. Daarnaast informeren ze naar de mogelijkheid van de erkenning van het Limburgs als overheidstaal.