Allemaal aan de pinot uit de polder: Nederwijn heeft geen slecht imago meer

Van eigen bodem Nederlandse wijnen hadden jarenlang een slecht imago – te zuur, te duur – maar nu is er steeds meer lof. „Waarom ligt deze wijn niet in de winkels?”

Illustratie Frann de Bruin

Hij zat net aan de koffie na een ‘vineuze’ lunch met een clubje wijnvrienden, toen Adrian Zarzo een bijzonder glas witte wijn kreeg aangeboden van de tafel naast hem. Zarzo, prijswinnend chef-kok en sommelier, wist meteen wat het was: chardonnay uit de Bourgogne. „Meursault om precies te zijn, van het prestigieuze huis Coche-Dury.” Bij het onthullen van het etiket moest hij even met de ogen knipperen. Het bleek een chardonnay van een klein domein in Limburg, op nog geen tien minuten rijden van het restaurant.

Een foto van die fles ‘Heerenhuys d’r Pley Noordal 2018’ verspreidde zich in no time via WhatsApp onder sommeliers en vinofielen. Wie nu meteen gaat googelen: de wijn was toen al uitverkocht.

Een week later kreeg ik een foto doorgestuurd van een fles rosé uit Gelderland. Vrienden hadden de „geweldige!!!!” ‘Rosalino’ op een terras in Doetinchem gedronken en waren linea recta naar het domein doorgereden om er de kofferbak mee vol te gooien. Tevergeefs, want ook hier was alles al uitverkocht.

Na jaren van scepsis en weggezet te zijn als te zuur en te duur, lijken Nederlandse wijnen eindelijk serieus genomen te worden. „We horen in Nederland suikerbieten en aardappelen te verbouwen, vond ik altijd”, zegt sommelier Milton Verseput van restaurant Olivijn in Haarlem. „Wijnmaken vond ik hier een hobby, en ik zag dan ook nooit reden om langs te gaan bij een stelletje amateurs. Maar toen ik vier jaar geleden voor KRO-NCRV-programma Binnenstebuiten een bezoek moest brengen aan wijngoed St. Martinus in Vijlen, was ik compleet verbluft door de kwaliteit en het professionalisme. Het wijnhuis is hypermodern, daar kunnen een héle hoop Fransen nog een puntje aan zuigen.”

„Wijngaardenieren werd jarenlang gezien als een hobby voor gepensioneerde oude kerels, maar sinds een jaar of drie zijn het vooral dertigers uit de Randstad die interesse tonen”, zegt Jules Odekerken, uitgever van magazine Wijn & Wijngaard en promotor van Limburgse wijnen en wandelroutes. „Een teken dat Nederland als wijnland volwassen aan het worden is. Ook op professioneel niveau zien we een nieuwe generatie wijnmakers aantreden. Deels in de slipstream van pa, deels nieuwkomers die wijnmaken als een serieuze beroepsoptie zien.”

Illustratie Frann de Bruin

Aantal medailles verdubbeld

Dik Beker, woordvoerder van de Vereniging Nederlandse Wijn Producenten (VNWP), bevestigt dat er steeds meer positieve aandacht is voor Nederwijn, maar maakt ook duidelijk dat dat lange tijd anders is geweest. „De kwaliteit van Nederlandse wijnen is goed hoor!”, wil hij eerst nog eens benadrukken. „Dat blijkt al jaren uit nationale en internationale wijnkeuringen.”

Zoiets zul je een Duitser of Fransman natuurlijk nooit horen zeggen, maar het dedain voor Nederwijnen zat diep geworteld. Ook, of misschien wel juist, bij wijnprofessionals als critici, vinologen en sommeliers.

„We zijn er heel goed in om onszelf de grond in te boren”, verzucht Beker. „Tot 2016 lieten wij de Wijnkeuring van de Lage Landen doen door de Verenigde Vinologen Nederland. Die uitslagen waren altijd teleurstellend. Het kwam geregeld voor dat wijnen in het buitenland medailles wonnen die hier dan veel lager werden beoordeeld. Of dat vinologen de wijn niet ‘lekker’ vonden, en derhalve lage punten gaven.” Sinds 2017 laat de VNWP de wijnen door een professioneel instituut in Duitsland keuren samen met Duitse wijnen, en is het aantal toegekende medailles verdubbeld. Wonnen in 2016 slechts 76 van de 188 ingezonden wijnen een medaille, waarvan 1 gouden, twee jaar later vielen van 186 inzendingen 140 wijnen in de prijzen, waaronder 6 gouden medailles.

De invloedrijke Britse wijnschrijver Jancis Robinson publiceerde in 2010 een artikel met de veelzeggende titel ‘My most surprising tasting ever’ met lovende recensies van wijnen uit Zuid-Limburg en de Achterhoek: “… the examples of Riesling, Pinot Gris and Pinot Blanc were really very convincing indeed – almost textbook varietal flavours – and a couple of them had aged extremely well too.”

Plezierig verrast was Robinson, omdat het Nederlandse klimaat nooit ideaal is geweest voor wijnbouw. Druiven hadden moeite om rijp te worden, en regen werkt schimmels als meeldauw in de hand. Onder andere dankzij stijgende temperaturen en de introductie van schimmelresistente rassen rond het jaar 2000 ging de gemiddelde kwaliteit van druiven en wijnen gestaag omhoog.

Lees ook: De NRC-wijngids: de beste en bijzonderste wijnen van 2020.

Het domein om de hoek

Jancis Robinson erkende dat in 2010, maar in Nederland leek het weinigen echt te interesseren. Inmiddels zat niet het klimaat, maar het imago Nederlandse wijnen in de weg: ‘te zuur en te duur’ – want onze eigen wijnen zijn door kleinschalige productie en kostbare grond en arbeid een stuk prijziger dan bijvoorbeeld Duitse of Franse kwalitatieve equivalenten.

Die scepsis zag je ook bij de horeca en consumenten. Odekerken: „Nederlanders zijn nu zowaar trots op de wijndomeinen bij hen in de buurt, maar een paar jaar geleden was dat onvoorstelbaar. Als we voor onze wijnwandelroutes op zoek gingen naar café’s en restaurants die de lokale wijnen op de kaart hadden staan, bleek vaak dat niemand daar de wijnen van het domein om de hoek überhaupt ooit geproefd had. Noch de uitbaters noch de lokale inwoners, ‘Want dat zal toch wel niks wezen.’ Tegenwoordig staat er een bord buiten met daarop ‘hier schenken wij Limburgse streekwijnen’.”

Nu kun je het de sceptici ook weer niet al te kwalijk nemen; er zijn genoeg onrijpe, minder geslaagde Nederwijnen in omloop geweest. Maar de kans om mis te grijpen wordt steeds kleiner.

Tegenwoordig is het in Zuid-Limburg gemiddeld net zo warm als het begin jaren tachtig in de Bourgogne was. Voor ’s lands oudste wijngoed De Apostelhoeve aanleiding om naast druifsoorten als riesling en müller-thurgau die je veel in Duitsland ziet, ook viognier aan te planten, een favoriet uit de Rhône.

„De meest recente oogstjaren hebben zeker bijgedragen aan de kwaliteitsslag”, zegt Ron Langeveld van biologische wijngaard Dassemus in Chaam in Noord-Brabant. „Vanaf 2017 hebben we eigenlijk alleen maar prachtige jaren gehad met vroege lentes, warme zomers en, nog belangrijker: mooie nazomers. Dat zorgt ervoor dat de druiven een langere periode ‘hangen’ en zo volledige rijpheid bereiken.” Minder zuur dus.

Toch is klimaatverandering niet alleen maar goed voor de Nederlandse wijnbouw. De stijging van de gemiddelde temperatuur is gunstig, maar de bijkomende weersextremen zijn dat niet. Hagelbuien en storm kunnen een complete oogst in één klap vernietigen. Rampscenario’s waar wijnboeren in Frankrijk de afgelopen jaren al hard door getroffen zijn. Langeveld: „We hadden dit jaar voor het eerst een hagelbui met echt grote stenen. Als dat vaker gaat voorkomen kan dat rampzalig zijn. Je kunt er niets tegen doen: we stonden erbij en keken ernaar. Nederlandse wijnboeren hebben hun wijngaard ook vaak op één perceel, de wijngaarden van buitenlandse domeinen liggen vaak uit elkaar. Als wij goed worden getroffen door een bui, dan zijn we ook meteen echt alles kwijt. Extremen maken wijnbouw lastig, of het nu late nachtvorst, hagel, windhozen, zonnebrand of wespen zijn – dit jaar hadden we ze allemaal – we willen nog wel iets kunnen plukken. Hogere temperaturen en droogte is fijn, maar dan moet niet alles bevriezen, verhagelen of wegwaaien.”

Illustratie Frann de Bruin

Professioneel laboratorium

Minstens zo verantwoordelijk voor de verbeterde kwaliteit zijn de wijnboeren zelf. „Praktijkervaring”, zegt Langeveld. „Met iedere oogst leer je het land en de druiven weer beter kennen.” Goede wijn maak je van goede druiven. Maar dat je een wijngaard hebt, betekent nog niet dat je ook over een professioneel uitgeruste kelder en laboratorium beschikt. Kleine wijngaardeniers brengen hun druiven daarom vaak naar een ‘grotere jongen’ in de buurt voor vinificatie, of laten zich tegen betaling door hen adviseren.

Langeveld bedient zo een aantal Brabantse domeinen. Adam Dijkstra van wijngoed de Colonjes runt het Nederlands Wijnbouwcentrum in Groesbeek, en bij Neerlands Wijnmakerij in Bentelo helpen Roelof en Ilse Visscher meer dan dertig andere wijnboeren bij de productie. Stan Beurskens van de hypermoderne kelder St. Martinus in Vijlen heeft door heel het land ook nog eens 35 domeinen onder zijn hoede.

Groep enthousiastelingen

Zo heeft een kleine groep wijnmakers/consultants invloed op ongeveer 75 procent van alle wijnen die in Nederland gemaakt worden. De kwaliteit komt dit ten goede, maar het zorgt er tegelijkertijd voor dat de wijnen het ‘sausje’ van de consultant krijgen en ze dus meer op elkaar gaan lijken.

Ook onder sommeliers is er een groeiende groep enthousiastelingen. Koen van der Plas , vorig jaar uitgeroepen tot Nederlandse sommelier van het jaar, ging op roadtrip door het land om een ‘gastronomisch inzetbare wijn’ te vinden en publiceerde in 2018 het boek Wijn & spijs uit NL. Sommelier Max van Bockel van restaurant RIJKS ontving dit jaar een internationale prijs voor de selectie Nederlandse wijnen op de kaart. En de instagrammende, podcastende sommelier Jan-Jaap Altenburg is een echte ‘believer’.

„Te duur? Welnee. Zet er ‘lokaal’ bij en het verkoopt zichzelf”, zegt Altenburg. Bij restaurant Bentinck in Amerongen schenkt hij meer dan twintig Nederlande wijnen, waarvan hij er twee zelf heeft helpen maken.

De samenwerking met lokale domeinen is populair aan het worden bij sommeliers en levert beiden voordeel op. Restaurants kunnen hun gasten iets unieks en lokaals bieden, wijnmakers zijn verzekerd van afname. Want dat gaat nog niet vanzelf.

„Sommige producenten zijn altijd uitverkocht, andere raken hun wijnen aan de straatstenen niet kwijt”, weet Odekerken. „Dat heeft niets met de kwaliteit van hun wijnen te maken. Zij-instromende wijnmakers zijn doorgaans beter in marketing en sales.”

Nederland importeert jaarlijks meer dan 500 miljoen flessen wijn. Importeer er één miljoen minder, en alle Nederlandse wijn is verkocht.

Precies het idee van Patrick van der Fits, tot voor kort supermarkt-rayonmanager. In 2018 reed de handelaar in Nederlandse wijn bij toeval langs wijndomein Hof te Dieren in Gelderland. „Ik had nog nooit van Nederlandse wijn gehoord, maar mijn vriendin komt uit die streek dus ik dacht: ik neem een doosje mee. De wijn was uitstekend. Waarom liggen die wijnen nergens in de winkel?

Ik ben het land in gegaan op zoek naar meer moois. Producenten vonden me maar een rare snuiter, en ik moest bedelen om een paar flesjes te mogen inkopen. Inmiddels word ik zelf benaderd en heb ik meer dan dertig domeinen in mijn portefeuille.”

Er zijn meer mensen die brood zien in Nederwijn. Wijnhandelaren Samir Doueiri en Richard Dietz openen in december een wijnwinkel in de Amsterdamse Pijp met uitsluitend Nederlandse wijn. Een Nederlandse wijnbar staat daarna in de planning. Doueiri: „Met wijnen uit alle twaalf provincies; aan kwaliteit geen gebrek. Wij zijn ervan overtuigd dat er een grote doelgroep is voor Nederwijn, en dat die vooral in de Randstad zit. We hoeven de wijn alleen maar naar ze toe te brengen.”

Het is een begin, maar de landelijke beschikbaarheid laat nog te wensen over. In de supermarkten, waar 90 procent van alle wijn gekocht wordt, zijn ze niet of nauwelijks te vinden. Van der Fits: „Supermarktketens behoeven grote volumes die niet alle Nederlandse wijndomeinen kunnen of willen bieden. En de prijs blijft een dingetje, als je weet dat mensen gemiddeld 3,65 euro uitgeven aan een wijn in de supermarkt, en een Nederlandse fles toch al snel 10 euro doet Maar het lijkt hun focus niet te hebben.”

„We staan er zeker voor open, maar klanten hoor je er nooit om vragen,” zegt woordvoerder van Albert Heijn, Coen van Straalen. Van der Fits: „Als je een product nooit hebt staan, dan wordt er ook niet naar gevraagd. Inkopers vinden het vaak gewoon te veel gedoe. Veel Nederlandse wijnhuizen hebben bijvoorbeeld geen streepjescode op het etiket. Dat betekent extra werk. Bij een aantal franchisenemers van grote ketens heb ik nu een aantal mooie wijnen kunnen plaatsen. Let maar op, straks willen ze allemaal. En dan is er met een miljoen flessen per jaar lang niet genoeg voor iedereen.”

Ga zelf je wijn halen bij het domein, aan de hand van deze onlangs verschenen gidsen: