Opinie

Gespuug, gescheld en nu ook nog een vuurwerkbom

Column Amsterdam

Auke Kok

Het plein is de trots van lokale bestuurders – maar niet van Steven van Helvoort. Wat ontwerpers en machthebbers als een prima stukje stadsvernieuwing beschouwen, als een moderne manier om bewoners met verschillende etnische achtergronden dichter bij elkaar te brengen, dat is voor de 52-jarige Steven van Helvoort soms een hel. Al sinds hij tien jaar geleden neerstreek aan het Van Beuningenplein wordt hij getreiterd. Van Helvoort is danstherapeut, moet je weten. Dus hij dacht na het uitpakken van de verhuisdozen: ik ga de kinderen hier wat leren over dans en tolerantie. Kwamen er prompt twee Marokkaanse jochies naar hem toe, niet ouder dan acht. Meneer, u bent homo. U moet dood.

Is ie maar meteen met die danslessen gestopt.

Nu is hij in shock. Al zeker een week. Gevolg van een vuurwerkbom ’s avonds laat bij zijn raam in de Staatsliedenbuurt. Er had toen ik-weet-niet-wat kunnen gebeuren. Van Helvoort noemt het een aanslag. Voorlopig gaat hij het plein niet meer op. Hij verlaat zijn benedenwoning alleen nog via de achterdeur.

De Marokkaanse buurtbewoners houden zich stil, die gaan elkaar niet afvallen. Dat schrijft hun cultuur voor

Hij zat die avond waar hij altijd zit – en waar de dader kennelijk wist dat hij zou zitten. In de hoek bij het raam, op zijn driezitsbank voor een opengeklapte laptop. Gelukkig werd hij gealarmeerd door het sissen van de lont. Hij stond op en zag een jongen wegrennen. Van Helvoort snel naar de keuken met zijn hondje. De knal was tweehonderd meter verder te horen. De stukken glas en hout lagen tot in de gang. Nog steeds zit hij er als verdoofd bij, met uitzicht op een eettafel vol met bloemen. Steun van buurtbewoners. Van Hóllandse buurtbewoners. De Marokkaanse houden zich stil, die gaan elkaar niet afvallen. Dat schrijft hun cultuur voor. Zodoende kunnen drie, vier van die gezinnen hier de boel verzieken.

Sinds de renovatie in 2011 biedt het plein dankzij de ondergrondse parkeergarage volop ruimte voor gezelligheid. Er is een grand-café, een pingpongtafel. Onder reusachtige stalen balken wordt er gesport en in de zomer vrolijk met water gespetterd. Maar een stel Marokkaanse hangjongeren gedraagt zich zo dominant dat sommige witte ouders er hun kinderen niet meer laten spelen.

Het stadsdeel West noemt dit „jeugdoverlast” (en belooft strenger toezicht). Van Helvoort noemt het zonder omwegen „Marokkanenoverlast”. Ja natuurlijk, hij is toch zeker niet de enige in Amsterdam die vanwege zijn geaardheid wordt lastiggevallen?

Stront in de brievenbus, stenen door het raam, gespuug en gescheld als hij langs komt in zijn scootmobiel...

Bestuur en justitie durven het probleem niet aan te pakken, weet Van Helvoort uit betrouwbare bron. Ze voelen zich daar te links voor. Maar verdorie, hij is zélf links en dat blijft ie. Een vriend in Marokko zei: kom hierheen Steven, in steden als Tanger kun je hand-in-hand lopen. Nee! Dit is zijn stad, zijn huis en zijn tuintje met Boeddhabeelden. Toegeven aan deze terreur zou hetzelfde zijn als terug kruipen in de kast waar hij sinds zijn vijftiende uit is. Ondenkbaar.

Auke Kok is schrijver en journalist.
Lees ook over de ervaringen van twee mannen die in 2017 in elkaar werden geslagen: ‘De ergste schade zit van binnen’

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.