Reportage

Een stadswijngaard naast het station: het was een goed jaar voor Chateau Sloterdijk

Stadswijngaard Tussen treinsporen en kantoorgebouwen leasen stadsbewoners hun eigen wijnranken. „De hoogbouw houdt de temperatuur constant. Dat is goed voor de druiven.”

Het jaarlijkse oogstfeest van Amsterdamse Stadswijngaard Wijn van Bret bij Amsterdam Sloterdijk. De eerdere plannen – lunch, diner, een band – moesten worden afgeblazen.
Het jaarlijkse oogstfeest van Amsterdamse Stadswijngaard Wijn van Bret bij Amsterdam Sloterdijk. De eerdere plannen – lunch, diner, een band – moesten worden afgeblazen. Foto Bram Petraeus

Het klinkt als een fabeltje, dat er tussen station Amsterdam Sloterdijk, de verschillende vertakkende treinsporen en torenhoge kantoorgebouwen een wijngaard zou liggen. Toch is het waar. In de luwte van de stad, onder de viaducten, ligt stadswijngaard Wijn van Bret.

Het is voor wijngaardbegrippen een klein perceel. Naast een stel uit rode containers opgetrokken paviljoens staan op het stukje land 750 wijnstokken, twee witte soorten en één rode. Het zijn zogeheten PIWI’s, de afkorting voor het Duitse Pilzwiederstandsfähig. Dat betekent dat ze schimmelresistent zijn, want in het Nederlandse klimaat moeten ze wel tegen een stootje kunnen. De rijen zijn netjes onderhouden, er is geen onkruid te bekennen. Dat moet ook wel, want wie weinig plek heeft, zal elke centimeter moeten benutten.

Lees ook: De NRC-wijngids: de beste en bijzonderste wijnen van 2020.

Op een regenachtige dag begin oktober worden de witte druif Johanniter en de rode druif Cabernet Cortis geplukt. Onder leiding van oprichters Jeroen van der Voorn en Yvonne Modderman is een dertigtal mensen aan het plukken, sorteren, kneuzen, ontstelen, de beschermende netten aan het opbergen, de wijnvaten aan het schoonmaken, de sulfieten en pecto-enzymen aan het afwegen en de pers aan het klaarzetten. „Het is best een geregel”, zegt Van der Voorn, terwijl hij met een lepel druivensap richting een apparaatje loopt om het suikergehalte te meten. „Kijk, 75, dat is bijna helemaal goed!”

Wijn verbouwen gebeurt steeds meer in Nederland. Het aantal wijngaarden in Nederland is de afgelopen jaren gestaag gestegen; dit jaar staan er zo’n 140 commerciële wijngaarden geregistreerd bij de Kamer van Koophandel. En ook in stedelijk gebied wordt steeds vaker wijn verbouwd. Behalve Amsterdam hebben ook Den Haag, Utrecht en Almere een wijngaard in de stad.

Lees ook: Kijk verder dan de supermarkt: zo begin je je eigen wijnverzameling.

Een eigen wijngaard is voor velen een droom, zo ook voor Modderman en Van der Voorn. Vooral de laatste had behoefte aan buiten zijn, als tegenhanger van zijn beroep als IT’er. „We hebben erover gedacht het roer echt om te gooien”, zegt hij. „Een wijngaard in het buitenland is ter sprake gekomen.” Maar dat zou een te drastische stap zijn. „We kwamen erachter dat we ook wel heel erg houden van in de stad wonen.” Toen ze hoorden van een stadswijngaard in Den Haag ontstond het idee hun droom te verwezenlijken in Amsterdam. „Wijn uit Sloterdijk, dat kan niet goed zijn denken mensen. Niets is minder waar.”

De gemeente reageerde enthousiast op de plannen en droeg verschillende geschikte stukken grond aan. Ze kwamen in contact met architect Wouter Valkenier, die vlakbij station Sloterdijk de duurzame broedplaats Tuin van Bret had opgezet. „We wisten het gelijk. Hier, tussen de gebouwen en de treinen, waar het écht onderdeel is van de stad, moest de stadswijngaard komen”, zegt Modderman, die zelf ook architect is.

Pleisters plakken

Er zijn vandaag zo’n 35 mensen aan het helpen. „Dat is veel hoor, toen we onkruid moesten wieden waren er véél minder mensen”, zegt Henk Huisman (64). Hij en zijn dochter Nienke (32) zijn samen begonnen bij Bret, voor de gezelligheid. Malouk Lap (29) en haar vriend Jim van de Ven (33) wilden meer buiten zijn. „En wie wil er nou geen wijngaard?”

Alle betrokkenen leasen voor 225 euro per jaar tien wijnstokken, goed voor zo’n tien flessen wijn. Daarmee zijn ze dus allemaal, in zekere zin, eigenaar van een eigen wijngaard. Een stukje dan. De oudste is eind zestig, de jongste 21.

Peter Pebesma (55) is er vanaf het begin bij. Hij heeft geholpen de wijnstokken te planten, al ging dat misschien niet helemaal goed. „We moesten de schaar waar we mee werkten in de spiritus dopen, om ze schoon te maken, maar ik had het niet goed begrepen dus ik heb de wortels van de plantjes in de spiritus gehouden.” Hij lacht en wijst naar een van de rijen. „Volgens mij waren het deze, dus het is goed gekomen.” Die wijn is trouwens, afhankelijk van de soort en het jaar, nog lekker ook, zegt hij.

Als een dirigent loopt Van der Voorn over het terrein. Hier moet geplukt worden, daar moeten de netten worden opgeborgen. Hij haalt een pleister voor de mensen die met de snoeischaar in hun vinger knippen – aan het einde van de middag lopen veel van de werkers met een pleister of doekje tegen het bloeden. Hij controleert of de edele gisten, die worden toegevoegd om het gistingsproces gecontroleerder te laten verlopen dan met de natuurlijk aanwezige wilde gisten, al door het sap zijn gemengd. Hij is een beetje gespannen. „Ja, zenuwen voor de wedstrijd horen erbij toch”, zegt hij. „Ik ben altijd blij als deze dag erop zit, het allemaal goed is gegaan en de wijn in het vat zit.”

Vooraf hadden ze grootste plannen voor deze dag. „Een uitgebreide lunch, een diner, er zou een band komen, een oogstfeest ’s avonds, maar door de maatregelen is deze dag toch een stuk minder exorbitant”, zegt hij. Maar een lunch is er wel, en natuurlijk wijn. Hoewel alles op strikte afstand moet gebeuren zit de sfeer er goed in. Dat kan ook niet anders, als je kan proosten met wijn uit eigen gaard.

Foto Bram Petraeus
Foto Bram Petraeus
Foto’s Bram Petraeus

Na de lunch, en de wijn, wordt er niet minder streng op de afstand gelet. Bij het sorteerstation, waar rotte druiven uit de goudkleurige trossen worden geknipt, worden sorteerders die te dicht bij elkaar staan daarop gewezen. „Sorry, ik wilde alleen even dit lieveheersbeestje laten zien”, wordt gezegd. „Beestjes zijn niet bevordelijk voor de smaak, die moeten eruit.”

Druivenkneuzer

Bij de druivenkneuzer- en ontsteler, een imposant roestvrijstalen apparaat met een hendel aan een schijf waarmee de stelen van de trossen worden gescheiden, zijn vooral de mannen druk in de weer. „Dat zie je elk jaar”, zegt Modderman. „De mannen gaan met de techniek spelen, de vrouwen gaan zich bekommeren om het sorteren, het gebeurt automatisch.”

Dat wordt nog eens versterkt als de pers arriveert, een groot apparaat dat de mannen intrigeert en de vrouwen lijkt af te schrikken. „Je moet het zien als een gigantisch condoom dat wordt opgeblazen”, zegt Van der Voorn terwijl hij naar de pers wijst. „De druiven worden in de koker gegoten, door een filter komt alleen het sap naar buiten.” Als de koker vol is gaat het deksel erop, en wordt door middel van waterdruk („Maximaal één bar, dan krijg je goede kwaliteit”) de rest van het sap naar buiten geperst.

De man die het vinificatieproces bewaakt, Loek Essers (37), staat met een lepel de sulfiet („waarover in wijnland eeuwige discussie is”) in de most te mengen. „Eigenlijk ben ik een bierman”, zegt hij. „Maar op een gegeven moment wist ik wel hoe bier maken werkt. Een wijngaard, dat is leuk, dacht ik.” Net als voor de andere mensen die vandaag aan het werk zijn lag een éígen wijngaard buiten bereik. „Nu moet ik wel zeggen dat ik het onderschat had. Ik dacht beetje wieden, beetje knippen, beetje plukken, beetje persen, maar het is echt aanpoten.”

Barbera Lavell (64) vindt het heerlijk. Het werk dan, de rode wijn wat minder. „Dat is gewoon niet mijn smaak, ik hou van volle rode wijnen.” Ze ging vlak voor de coronacrisis met pensioen. Deze zomer was ze hier vaak te vinden. Ze wijst naar de gebouwen om de wijngaard heen. „Prachtig hè, het is juist de hoogbouw van de stad die hier de temperatuur constanter houdt. Dat is goed voor de druiven.”

De ene na de andere krat druiven wordt naar voren gesjouwd. Van der Voorn staat te tellen. Hij straalt als hij opkijkt. „We komen met de Johanniter uit op ongeveer 250 liter, ruim een liter per stok. Het is een goed jaar geweest.”