Reportage

Een confrontatie met je eigen dood

Sterfelijkheid In This body that once was you worden mensen uitgenodigd te sterven én te vergaan. „Het is belangrijk dat we de dood gaan leren kennen.”

Foto Ilya Rabinovich

‘Veel sterfte”, roept Babs Bakels voor ze de deur dichttrekt. „Zei je nou veel sterfte?”, vraagt haar collega Vibeke Mascini. „Ja, dat vat het precies samen toch?” Ze trekken de deur achter zich dicht en dan is het stil in de zaal. Helemaal stil.

In het midden van de ruimte waar je nu alleen bent, staat een wiebelige houten stoel. Daar omheen ligt een veld van wit stof. Wit, menselijk botstof is het. Opeens klinkt door de speakers een vrouwenstem in het Engels. „You died today, je bent vandaag gestorven. Observeer het lijf dat jij ooit was.”

Daar zit je dan. Tussen restanten van onbekende mensen die je voorgingen in de dood krijg je de opdracht jezelf dood voor je te zien. Je ogen, je lippen, je huid, je haar, je nagels. Dat blijkt nog best lastig, je eigen lijk visualiseren. Focus.

Dit is het lijf dat jij ooit was, zegt de stem. Wás. Verleden tijd. Niet wie je bént.

De stem vertelt dat de manier waarop je lijk ontbindt uniek is, als een vingerafdruk. En dat een groot deel van het gewicht dat je ‘jouw lijf’ noemt niet uit menselijke cellen bestaat, maar uit bacteriën en organismen die wel tot de massa behoren die jij als de jouwe ervaart.

Daar zit je dan, voor je lijk.

Lees ook: De dood is een soort strenge vader, hij voedt je op

Voor het lijf dat jij ooit was.

De tentoonstelling This body that once was you is een samenwerking tussen Babs Bakels, kunstenaar en voorheen curator van uitvaartmuseum Tot Zover, en kunstenaar en schrijver Vibeke Mascini, die zich bezighoudt met de dynamiek tussen energie en materie. Het is een audio-ervaring voor één persoon, waarin de bezoeker wordt uitgenodigd te sterven én te vergaan en zich daarmee „voor te bereiden op het onvermijdelijke einde”. Het menselijke botstof in de zaal is echt, afkomstig van online gekochte menselijke botten.

Een veranderend getal

„Het is belangrijk dat we ons met ons einde bezig gaan houden”, zegt Vibeke Mascini. „Om je ervan bewust te zijn dat dat einde komt, voor ons allemaal.” Door corona lijkt de dood soms dichterbij. Maar, zegt ze: „Voor de meeste mensen is het nog steeds abstract, het is een getal dat per dag verandert, maar wat zit er achter dat getal?”

Hoe onomkeerbaar de dood ook is, en hoe onvermijdelijk, we lijken die massaal niet te willen omarmen als onderdeel van het bestaan. Babs Bakels: „Maar leven is óók doodgaan, dat moeten we onder ogen zien en onze angst ervoor overwinnen. Daarom moet de abstractie eraf.”

Dat gebeurt hier met zachte hand. In de zaal spreekt de stem de bezoeker een half uur lang kalm toe. Rustig, in zachtaardige bewoordingen, zegt ze dingen als „decomposition means big things are becoming smaller”. De bezoeker is zo luisterend toeschouwer van de ontbinding van zijn of haar dode lichaam. Het voelt raar, maar ook best rustig. Het is sereen in de dood, stil, niets hoeft, je hoeft alleen maar te liggen en alles wordt voor je gedaan.

Vooraf was uitgelegd dat dit ritueel is gebaseerd op een meer dan tweeduizend jaar oude, boeddhistische meditatie, The nine cemetery contemplations. Babs Bakels: „Maar dan aangevuld met inzichten van wetenschappers uit onze tijd, waardoor het niet alleen meer gaat om hoe ontbinding eruitziet, maar ook wat er op chemisch niveau gebeurt.”

Foto Ilya Rabinovich
Foto Ilya Rabinovich
Foto Ilya Rabinovich
Foto’s Ilya Rabinovich

De meditatie gaat over lichamelijke onthechting en doodsbewustzijn. Gechargeerd samengevat: het is een oefening in je eigen sterven. Best lastig, om naast je voelende, ademende lichaam ook te observeren wat er met datzelfde lijf gebeurt als het stilligt. Wat de afbreuk inhoudt, wordt vrij plastisch omschreven. „Crows arrive. Kraaien arriveren, om dit rottende lijf te consumeren.” Maar ook dat heeft een functie.

„De monniken die deze meditatie vroeger deden zaten soms letterlijk naast een lijk, om er echt getuige van te zijn”, zegt Babs Bakels. Omdat dat nogal lastig te organiseren is zit je in deze expositie denkbeeldig voor je eigen lijk, dat bovenop de grond ligt, in plaats van hoe we het gewend zijn: eronder.

This body that once was you”, klinkt meermaals door de zaal. Dat lijf wordt koud, dan stijf, valt in, zwelt op, wordt een vloeibare massa, opgegeten, verteerd en uiteindelijk een leeg skelet en dan stof. Of niet?

We zijn gemaakt van stof en tot stof zullen we terugkeren is een bekende uitspraak, maar niet helemaal waar, laat de vrouwenstem weten. „We zijn bouwstenen”, had Vibeke Mascini al gezegd. „De massa die we zijn gaat niet weg als we sterven, het worden bouwstenen voor nieuw leven. Zo wordt je lijf voer voor maden, voor gras, voor een tor, voor een vogel.” Dat lijstje gaat in feite eindeloos door. „Het is de meest elementaire vorm van reïncarnatie.” Maar je identiteit, die valt weg.

Er zijn veel wetenschappelijke projecten die worden gedaan omtrent de dood. Babs Bakels: „The mortality project is er bijvoorbeeld een, daar zou ik graag eens aan meedoen.” De participanten leven een aantal dagen in een virtuele wereld met een VR-bril, samen met anderen. Uiteindelijk ga je virtueel dood, er verschijnt een tunnel met licht aan het einde, en je moet afscheid nemen van de mensen die je daar leerde kennen en de wereld waarin je hebt vertoefd.

„Daarna krijgen de deelnemers een lijst met vragen, en stuk voor stuk waardeerden ze opeens andere zaken in het leven. Opeens waren dingen als rijkdom en succes minder belangrijk en hechtten ze meer waarde aan relaties, de wereld, hun lijf.” De dood herschikt prioriteiten, maakt dat je bewuster in het nu bent. „Daarom is het belangrijk dat we dood gaan leren kennen”, zegt Babs Bakels. „De dood maakt het leven, geeft het richting en duiding. Die eindigheid biedt juist heel veel.”

En ik? Wat heb ik geleerd?

In een half uur zat ik dagen, maanden, jaren zelfs voor mijn eigen lijk. „Is dit waar je leven op is uitgedraaid?”, vraagt de stem. „Dit lijf waar je zo goed voor hebt gezorgd. Is dit wat ervan overblijft?” Je lijf hernieuwt zich in de tijd dat je leeft meermaals, elke cel wordt vervangen, tot je stopt met ademen. Maar ook dan blijft het veranderen, je massa blijft, het wordt alleen iets anders.

Omarm het maar.