Leidt het landbouwakkoord tot vergroening of greenwashing ?

Europees landbouwbeleid Minister Schouten noemt het akkoord over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid een stap vooruit. Klimaatactivisten denken juist dat de ‘ecoregelingen’, die boeren stimuleren zelf te vergroenen, het tegenovergestelde bewerkstelligen.

Arbeiders oogsten tabak in Ofeherto, Hongarije, op 16 september 2020. Hongarije is een van de belangrijkste producenten van tabak in de Europese Unie.
Arbeiders oogsten tabak in Ofeherto, Hongarije, op 16 september 2020. Hongarije is een van de belangrijkste producenten van tabak in de Europese Unie. Foto Attila Balazs / EPA

Hebben de Europese klimaatambities dinsdagnacht een dreun gekregen? Klimaatactivisten en groene politici keerden zich woensdag fel tegen een voorlopig akkoord over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). „Dit betekent de voortzetting van beleid dat grote sommen belastinggeld richting vervuilende, geïndustrialiseerde landbouw stuurt”, aldus het Wereldnatuurfonds. De Nederlandse minister Carola Schouten (Landbouw, ChristenUnie) sprak juist van een „akkoord dat goed is voor natuur, milieu en klimaat”.

Lees ook: Groen EU-beleid moeilijk zonder flexibele boeren

De crux van de beoordeling van de plannen zijn de zogeheten ‘ecoregelingen’, die voor het eerst onderdeel worden van het Europese landbouwbeleid. Pleitbezorgers, waaronder ook Nederland, zien dat als de beste manier om landbouwsubsidies te vergroenen. Volgens critici zijn ze juist een zuivere vorm van greenwashing.

Simpel gezegd betekenen ‘ecoregelingen’ dat boeren geld kunnen ‘verdienen’ door zich in te zetten voor een bepaalde vorm van klimaat- of natuurvriendelijke landbouw. Met zo’n beloningssysteem worden boeren gestimuleerd om te vergroenen, is de achterliggende gedachte. De EU-lidstaten spraken dinsdagnacht af dat in de toekomst 20 procent van de landbouwsubsidies moeten worden gereserveerd voor de ecoregelingen.

‘Een stap vooruit’

Nederland had ingezet op een veel hoger percentage, erkende ook Schouten woensdag. Dat ecoregelingen nu in elk geval een verplicht onderdeel worden van het GLB, is volgens de Nederlandse minister een belangrijke stap vooruit. Critici werpen echter tegen dat 20 procent veel te laag is om effect te hebben. Ook de inzet van het Europees Parlement, dat dinsdag uitkwam op 30 procent, is volgens natuurorganisaties en groene partijen te laag. Lidstaten kunnen weliswaar zelf besluiten meer geld te reserveren voor ecoregelingen, maar als ze daarmee hun eigen boeren een nadeliger concurrentiepositie geven, zullen ze daar weinig happig op zijn.

Belangrijker dan het percentage is de vraag welke eisen precies gaan gelden voor het groene geld. De afspraken daarover zijn op dit moment nog vaag, en volgens klimaatactivisten boterzacht. Moeten boeren bijvoorbeeld het gebruik van pesticiden sterk terugdringen of de natuur meer ruimte geven, of is het voldoende als ze de status quo handhaven? De komende tijd zullen lidstaten zelf met voorstellen komen voor wat ze willen belonen, waardoor vooralsnog onduidelijk blijft hoeveel ‘eco’ in de regelingen belandt.

De ‘ecoschemes’ worden door natuurbeschermers inmiddels ‘ecoscams’ genoemd

Schouten erkende woensdag dat het „erop aankomt wat in de ecoregelingen komt te staan en hoe we dat beoordelen”. Maar volgens de minister liggen er wel degelijk afspraken om daarop scherp toe te zien teneinde „uitholling” te voorkomen. Niettemin gelden de eerste twee jaar als een transitieperiode, waarin landen die geen goede plannen weten op te tuigen het geld achteraf alsnog naar ‘traditionele’ landbouw kunnen doorsluizen.

De ‘ecoschemes’ worden door natuurbeschermers inmiddels badinerend ‘ecoscams’ genoemd. De aandacht ervoor verhult volgens hen vooral dat aan de basisvoorwaarden om subsidie te ontvangen de komende zeven jaar nauwelijks iets verandert. Ook de Europese Rekenkamer constateerde dit jaar dat de bestaande regels de afgelopen jaren niet voor daadwerkelijk groenere landbouw hebben gezorgd.

Lees ook: Staat in 2020 de stoep in Brussel vol met tractors?

Italië en Polen maakten bezwaar

Dat de voorwaarden niet worden aangescherpt, komt deels juist vanwege de nieuwe ecoregelingen: lidstaten als Italië en Polen maakten bezwaar tegen al te veel nieuwe groene ambities tegelijkertijd. En Nederland zette weliswaar hoog in met de wens 60 procent voor ecoregelingen te oormerken, maar ziet de basisvoorwaarden juist om die reden ook liever wat flexibeler. Nederlandse boeren presteren binnen Europa overwegend goed. Als de basisvoorwaarden strenger worden, vooral rond het stimuleren van biodiversiteit, dan zouden ze wel heel hoog moeten springen om nog in aanmerking te komen voor een ecoregeling.

Betekent dit dat het sowieso business as usual wat het Europese landbouwbeleid betreft? Niet helemaal. Door de Green Deal is de Europese Commissie veel meer gefocust geraakt op groen beleid. Ambtenaren spreken de hoop en ambitie uit veel beter te willen gaan controleren of het geld ook echt goed en groen terechtkomt.

Daar komt nog bij dat de Commissie nieuwe wetgeving voorbereidt, bijvoorbeeld strengere normen voor pesticiden- en antibioticagebruik, en voor het behoud van Natura 2000-gebieden. Dat Brussel ook op andere manieren dan via subsidies invloed uitoefent op de boerenpraktijk, blijkt wel uit de handhaving van de stikstofnormen in Nederland.