Opinie

Exporteren uit het zicht is geen oplossing voor ons afval

Plastic

Commentaar

Goede bedoelingen zijn er te over, maar de praktijk van de Nederlandse afvalverwerking dreigt te verzanden in een moeras van onduidelijke regels en perverse prikkels. Dat beeld komt naar boven na de verhalen in deze krant over de verwerking en export van schroot en plastic. Elke dag verlaat nu zo’n 7.500 ton schroot Nederland, naar landen waar het onder slechte milieuomstandigheden wordt omgesmolten. Omdat containers uit de richting van Azië vol aankomen met importgoederen, maar er veel leeg terug gaan, is het nu goedkoper om een container naar Azië te sturen dan naar Duitsland. En op papier nog milieuvriendelijker ook, omdat het relatief zeer vervuilende zeetransport niet meetelt bij de gerapporteerde uitstoot van CO2. Omsmelten van schroot in verre landen is zo dus goedkoper en blijft buiten de nationale vervuilingscijfers.

Dat principe geldt, zo blijkt nu, ook voor de 1 miljard kilo plastic die jaarlijks in Nederland op de markt komt – zo’n 60 kilo per inwoner. Afvalscheiding heeft het gemiddelde huishouden er de laatste jaren op gewezen hoe enorm veel plastic er dagelijks in huis komt – en dat dus ook weer moet verlaten. Sinds China, voorheen de vuilnisbak van de Westerse wereld, zijn grenzen sluit voor afval van buiten, is de export van recyclebaar plastic naar vooral Turkije fors toegenomen.

In twee jaar tijd zijn de leveringen verzesvoudigd. Eenmaal geëxporteerd staat het voor de Nederlandse statistiek te boek als ‘gerecycled’, en dat fleurt de nationale milieuprestaties behoorlijk op. Maar veel leveringen van, op papier, herbruikbaar plastic komen in Turkije aan in een per ongeluk of moedwillig gemengde vorm, waar de Turkse verwerkers minder mee kunnen dan hen was toegezegd. Het komt op vuilnisbelten terecht, slingert rond of wordt verbrand. En dan kringelt de zwarte rook omhoog in een zwerk dat niet het onze is.

Veel deelnemers aan de afvalketen hebben de beste bedoelingen. Maar de praktijk van de afvalstromen blijkt anders dan op de tekentafel nog leek. Los daarvan maken de sterk gedaalde prijzen van olie en gas, de grondstof voor plastics, hergebruik minder rendabel. Ook dat is een mechanisme dat breder werkt: hoe meer de samenleving overstapt op alternatieve energievormen, hoe minder vraag naar olie en gas overblijft en hoe lager hun prijs zal zijn.

Wat de afvalketen betreft is er veel te winnen bij betere procedures, regels die helder en eenduidig zijn en internationale afspraken tussen de EU en landen die als exportmarkt dienen. Maar hoe dan ook wordt er met het circus van reclycling van afval een aanbod gecreëerd waar nauwelijks vraag naar is. En dan zijn kunstgrepen niet ver.

Uiteindelijk ligt de oplossing voor de hand: minder afval, en dan vooral minder plastic afval. Ook dat lijkt simpeler dan het is. Veel voedingsmiddelen zijn bijvoorbeeld langer houdbaar in een plastic verpakking, zodat de milieuwinst niet zo rechtlijnig te behalen valt.

Toch zal de remedie in deze hoek moeten worden gezocht. Gebleken is tijdens de lockdown-discussies hoe moeilijk de afweging is tussen welvaart en volksgezondheid – als het er écht op aankomt. Het gaat ook op voor de verhouding tussen welvaart en klimaat en die tussen welvaart en vervuiling. Eén conclusie geldt voor al deze vraagstukken: optisch aantrekkelijke oplossingen ontbreekt het aan de eigenschap die juist zo nadrukkelijk wordt nagestreefd: duurzaamheid.