Reportage

Hoe is het om in deze onzekere tijden te componeren?

Componeren Muzikaal gezien leek dit najaar een Hollandse herfst te worden met veel premières van eigen bodem. Toen kwamen de aangescherpte coronamaatregelen.

Fragment uit: We’ll never let you down
Fragment uit: We’ll never let you down

Wie aan het begin van het culturele seizoen een blik op de concertagenda’s wierp, zag meteen: dit zou in alles het najaar van de Nederlandse componisten worden. Neem alleen al de afgelopen anderhalve maand: Jan-Peter de Graaff componeerde een nieuw stuk (Les cymbales sonores) voor het jubilerende Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor. Mathilde Wantenaar schreef een Fanfare to Break the Silence voor het Rotterdams Philharmonisch. Jacob TV en Christiaan Richter hoorden respectievelijk hun Who, What, When, Where, Why? en 2270 in première gaan bij het Concertgebouworkest. Phion hield het gereviseerde Pianoconcert van Joep Franssens ten doop.

Een Hollandse herfst dus die volgens een veelgehoorde verklaring een paradoxaal nevensymptoom van het coronavirus zou zijn. Door omstandigheden zouden programmeurs noodgedwongen moeten improviseren met een scala aan prikkelende lastminutepremières tot gevolg. Navraag wijst echter uit dat een groot deel van de Nederlandse compositieopdrachten al voor de crisis werd verstrekt.

Ook voor de komende weken stond er veel Nederlands premièrewerk op de programma’s, al bleken de aangescherpte coronamaatregelen noodlottig voor een groot aantal orkest- en koorwerken. Florian Magnus Maiers Soundgarden voor het Rotterdams Philharmonisch, Martijn Paddings nieuwe Celloconcert voor het Residentie Orkest, Calliope Tsoupaki’s Memento nostri werden geannuleerd dan wel uitgesteld. Willem Jeths’ opera Ritratto, eindelijk live te zien bij De Nationale Opera, werd na drie voorstellingen afgelast.

Toch is er, naar omstandigheden, ook goed nieuws: de Cellobiënnale ging in allerijl online en wist een groot deel van de geplande premières veilig te stellen. Ook November Music gaat door, mét behoud van een flink aantal Nederlandse premièrewerken.

NRC deed rondvraag bij de betrokken componisten: welke Nederlandse premières gaan er door de komende tijd? En hoe is het om in deze onzekere tijden te componeren?

Mathilde Wantenaar: ‘Het is mijn grote droom om opera te maken’

Mathilde Wantenaar Foto Karen van Gilst

Haar opera Een lied voor de maan werd in maart geannuleerd. De kameropera We’ll never let you down, over de jonggestorven celliste Jacqueline du Pré, zal wél te zien zijn tijdens de Cellobiënnale. Zij het online.

„Al heel lang is het mijn grote droom om opera te maken. Met Een lied voor de maan, mijn eerste avondvullende voorstelling, zou die droom werkelijkheid worden. Dus ja, het was heel verdrietig dat de productie werd uitgesteld.

„Het werk aan zo’n groot project is lang en intens. Met een heel team werk je maanden toe naar de première. Dat geeft een enorme boost, maar des te onwerkelijker voelt het als de ontlading vervolgens niet komt. Twee dagen had ik een soort misplaatst vakantiegevoel. Daarna viel ik in een zwart gat. Toch mag ik niet klagen: ik heb nog opdrachten. Een luxe momenteel, waar ik me heel gelukkig mee prijs.”

De afgelopen maanden werkte Wantenaar aan We’ll never let you down, een kameropera over de jonggestorven Britse celliste Jacqueline du Pré, naar een idee van celliste Doris Hochscheid. Het werk met muziek van René Samson, Max Knigge en Wantenaar zelf zal tijdens de Cellobiënnale worden gestreamd.

Wantenaar (1993): „Zelf schreef ik de eerste akte. Du Pré is een jaar overleden, goede vrienden halen herinneringen op en benadrukken hoe belangrijk het is om tijd met je dierbaren door te brengen. Dat gevoel zullen veel mensen herkennen in tijden van lockdown.”

Martijn Padding: ‘Dit zijn harde klappen voor een sector die al zo broos was’

Martijn Padding Foto Coco Padding

Martijn Padding, dit jaar festivalcomponist bij de Cellobiënnale, zag de première van zijn nieuwe Celloconcert in rook opgaan. „De komende weken zouden voor mij een bijzondere periode worden, omdat er verschillende stukken van me zouden worden gespeeld. Het liep anders. Mijn nieuwe Celloconcert is noodgedwongen twee jaar uitgesteld naar de volgende editie van de Cellobiënnale. De herneming van mijn Clavichordconcert is gecanceld. Ik houd me maar vast aan Grensvariaties, een muziektheaterwerk dat ik maakte met P.F. Thomése. De uitvoeringen bij Dag in de Branding gaan komend weekend gelukkig door. Wat er met de tournee gebeurt is onzeker.

„Laat ik vooropstellen: ik begrijp de maatregelen volkomen. Gezondheid voor alles. Maar dit zijn harde klappen voor een sector die al zo broos was na al die ellendige bezuinigingen. Zal het publiek straks terugkomen? Zal de overheid onze sector voldoende ondersteunen? Zijn de podia, ensembles en orkesten er straks nog? De hele keten staat onder druk. Dat baart me grote zorgen.

„Wat ik nu ga doen? Componeren natuurlijk. Dat is voor mij toch het grote onderwerp. In onzekere tijden als deze geeft het me een heilzaam houvast om mooie dingen te maken, en gelukkig kan ik thuis altijd achter m’n tafel gaan zitten. Wat ik wel mis is het contact met de musici voor wie ik schrijf. Je kunt natuurlijk zoomen of skypen, maar dat haalt het niet bij samen in dezelfde ruimte zijn en na afloop een biertje drinken. Juist dat sociale aspect, het samen ontdekken van nieuwe dingen, is zo belangrijk voor muziek.”

Celia Swart: ‘Op een paradoxale manier heeft de lockdown mij artistieke ademruimte gegeven’

Celia Swart Foto Karmit Fadael

Celia Swart (1994) schreef voor het Concertgebouworkest een opdrachtwerk dat, hopelijk, begin december in première gaat. Haar audiovisuele werk Elevation of Self-validation is te zien tijdens November Music. „De afgelopen maanden voelden als een mijnenveld waar ik, wonder boven wonder, redelijk ongeschonden uit ben gekomen. Eigenlijk zijn al mijn stukken doorgegaan, tot nu toe althans. En omdat er zoveel andere verplichtingen wegvielen, had ik plotseling tijd om me in alle rust op het componeren te richten. In het voorjaar en de zomer heb ik hard gewerkt aan mijn nieuwe stuk voor het Concertgebouworkest. Op een paradoxale manier heeft de lockdown mij artistieke ademruimte gegeven.

„Toch vind ik het confronterend nu de maatregelen opnieuw zijn aangescherpt. Weer die restricties, weer die onzekerheid. Duurt het twee weken? Vier? Of nog langer? En spreek ik mijn vrienden straks weer uitsluitend via Zoom en Jitsi? Tijdens de vorige lockdown viel die isolatie mij zwaar.”

Isolatie is tevens een thema in Elevation of Self-validation, een audiovisueel werk dat Swart componeerde voor ensemble Kluster 5. Thema’s: influencerschap op sociale media, en de diepgewortelde eenzaamheid die schuilgaat achter een wall vol perfecte posts. Op 12 november is het stuk live te zien bij November Music. Swart: „In zekere zin is Elevation ingehaald door de realiteit. De afgelopen maanden hebben we allemaal kunnen ervaren hoe het is als je leven zich grotendeels op het scherm van je telefoon of laptop afspeelt.”

Robin de Raaff: ‘Ik schrijf momenteel veel voor kamerbezettingen’

Robin de Raaff Foto Marco Borggreve

Robin de Raaffs orkestwerk Sfera zou op 21 november in première gaan bij de ZaterdagMatinee. Wegens de grote bezetting werd het stuk twee seizoenen uitgesteld. „Ruim een jaar heb ik aan Sfera gewerkt, deels ook in coronatijd. Ik heb alles op alles gezet om de partituur op tijd af te krijgen. Natuurlijk is het dan slikken als de première niet doorgaat. Toch heb ik alle begrip voor de situatie en ik ben heel blij dat de ZaterdagMatinee ter vervanging een ouder stuk van me heeft geprogrammeerd, Orphic Descent. Ik hoop maar dat het door kan gaan op 21 november.

„Met het oog op de toekomst beginnen de gevolgen van de coronacrisis voor mij merkbaar te worden. Ik schrijf momenteel veel voor kamerbezettingen, want grote orkestopdrachten, daar durft niemand zich momenteel aan te binden. Begrijpelijk, gezien de onzekere situatie, maar voor een componist is het funest. Ook artistiek: een concrete deadline motiveert me om me helemaal vast te bijten in de muziek. Om goed te kunnen componeren moet ik totaal geobsedeerd raken door een stuk.

„Gelukkig kan ik terugvallen op mijn lespraktijk aan het Codarts Conservatorium. De laatste tijd heb ik gemerkt dat ik mijn compositiestudenten meer aandacht heb moeten geven. Niet alleen muzikaal-technisch, maar vooral mentaal. Jonge componisten hebben het zwaar nu ze al hun opdrachten zien verdampen. Als hoofdvakdocent wil je ook daarin ondersteuning bieden.”

Morris Kliphuis: ‘De onzekerheid bleek funest voor m’n creativiteit’

Morris Kliphuis Foto Adam Markowski

Morris Kliphuis schreef met High Dive een liedcyclus voor ensemble Stargaze. De première tijdens November Music gaat vooralsnog door. „Ik woon nu zo’n drie jaar in Berlijn. Wat ik merk is dat er hier vanuit de politiek meer betrokkenheid is met de cultuursector. Dat bleek de afgelopen maanden wel uit de steunmaatregelen. Ik denk dat in Duitsland veel sterker het besef heerst dat kunst een essentieel onderdeel is van het maatschappelijke leven.

„Toch voelde ik me lamgeslagen in het begin van de lockdown. Al mijn opdrachten stonden plotseling op losse schroeven. Die onzekerheid bleek funest voor m’n creativiteit. Ik wist even niet waarom ik überhaupt nog muziek zou maken. Anderzijds kwam er met het wegvallen van de deadlinedruk ook meer ruimte voor reflectie: wat wil ik nou écht maken?

„De afgelopen maanden heb ik hard gewerkt aan een stuk voor het Metropole Orkest. Komend voorjaar wordt het opgenomen voor hun jubileumalbum. Daarnaast was ik druk met High Dive, een liedcyclus met zangeres Pitou op teksten van Lucky Fonz III. In zekere zin is de cyclus een reactie op onze eerste samenwerking, The Secret Diary of Nora Plain. Dat stuk ging over surveillance, schending van privacy, beklemming. High Dive gaat juist over de ontsnapping aan die controle. Over de kinderlijke blik, een goed soort onbevangenheid. Ja, eigenlijk over het gevoel van vrijheid dat de afgelopen maanden zo werd ingeperkt.”